Een ander baantje zoeken, zoals Geert Wilders suggereert? Rabin Baldewsingh, Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, peinst er niet over. Zijn baan is belangrijker dan ooit nu in de politiek een rechtse wind is gaan waaien. Vandaag presenteert hij een rapport met nieuwe maatregelen.
Op de muur van het kantoor van Rabin Baldewsingh prijkt in grote rode letters zijn motto: ‘Gedreven door gelijkwaardigheid. Samen voor inclusie.’ De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme zetelt op de vijftiende verdieping van een Haagse overheidstoren, met weids uitzicht over de stad. Hoewel hij de politieke wind behoorlijk tegen heeft, komt Baldewsingh neuriënd binnen. ‘Ik heb nog steeds vertrouwen in de toekomst’, verzekert hij.
Vandaag biedt Baldewsingh het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme aan de Tweede Kamer aan, een lijvig document met daarin 29 afspraken die hij dit jaar heeft gemaakt met het kabinet. Zo zal het slavernijverleden ‘steviger verankerd’ worden in het onderwijs en komen er nieuwe maatregelen tegen etnisch profileren. Het ministerie van Financiën gaat onderzoeken of banken discrimineren bij hun pogingen om witwassen, fraude en terrorismefinanciering op te sporen, en overheden nemen voortaan alleen nog diensten en producten af van bedrijven die niet discrimineren.
Over de auteur
Marjolein van de Water is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie, religie en de multiculturele samenleving. Eerder was ze correspondent in Latijns-Amerika en chef van de buitenlandredactie.
De vraag is nu of de nieuwe, flink naar rechts opgeschoven, Tweede Kamer met al deze maatregelen instemt. Het partijprogramma van de PVV staat in alle opzichten lijnrecht tegenover Baldewsinghs agenda. Partijleider Geert Wilders wil dat ‘gemeenten niet meer meewerken aan gender-maatregelen en diversiteitsgeneuzel’, wil ‘jihad-sympathisanten’ preventief opsluiten en belooft criminelen met een dubbele nationaliteit te denaturaliseren en het land uit te gooien.
‘Veel van onze zwaarbevochten winst staat plots onder druk’, erkent Baldewsingh. ‘Dat is niet alleen onwerkelijk maar ook heel zorgelijk.’ Maar hij is niet van plan ‘een ander baantje te zoeken’, zoals Wilders in zijn partijprogramma suggereert. ‘When life gives you lemons, make lemonade’, zegt hij lachend.
‘Uit cijfers van de politie en meldpunten blijkt dat er al vier jaar een toename is van alledaags racisme. Antisemitisme, moslimhaat, geweld tegen de lhbti-gemeenschap; het neemt allemaal toe. Een op de tien werknemers in Nederland ervaart discriminatie, net als eenderde van de kinderen met een migratieachtergrond. We scoren daarmee slechter dan het Europese gemiddelde van een op de vijf kinderen.’
‘We leven in een tijd waarin polarisatie een politieke component heeft, waarbij politici mensen oproepen om tegenover elkaar te gaan staan. Neem de asieldiscussie, daarin zie je een discours van ‘blaming the victim’. Politici slagen erin asielzoekers de schuld te geven van de problemen in het land, in plaats van de beleidsmakers. Je ziet daardoor een bepaalde emotie ontstaan in de samenleving. Het ik-gevoel domineert het wij-gevoel.’
Baldewsingh, voormalig PvdA-wethouder in Den Haag, werd in 2021 Nederlands eerste Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. De Surinaamse Nederlander is aangesteld in reactie op de Black Lives Matter-protesten en vanuit de wens van de toenmalige Tweede Kamer om institutioneel racisme aan te pakken. Sindsdien houdt hij door het hele land ‘townhallsessies’ met mensen van de lhbti-gemeenschap, mindervaliden en etnische en religieuze minderheden. Met hun input spreekt Baldewsingh met bewindslieden, de beleidsafspraken in het Nationaal Programma zijn daarvan het resultaat.
Voor Baldewsingh zelf gaan die afspraken lang niet ver genoeg. In zijn begeleidende brief komt hij met tien aanvullende maatregelen waarover hij geen overeenstemming wist te bereiken met de ministeries. Zo pleit hij voor een verlofregeling voor mensen die van geslacht veranderen en wil hij de excuses voor het slavernijverleden wettelijk verankeren.
Ook streeft hij naar een gelijkebehandelingsplicht, naar Iers en Brits voorbeeld. Alle bestuurslagen en overheidsorganen zouden dan niet alleen verplicht worden om in hun beleid en de uitvoering ervan gelijke behandeling en non-discriminatie te garanderen, maar daar ook verantwoording voor moeten afleggen.
‘Ik zie nog te veel vrijblijvendheid bij de bestrijding van racisme en discriminatie. Nederlandse gemeenten krijgen geld via het gemeentefonds voor antidiscriminatiebeleid, maar bijna tweederde besteedt het geld aan andere zaken zoals lantaarnpalen, afvalbakken of stoeptegels. Ik heb dit probleem aangekaart bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten maar die geeft niet thuis. Ook vanuit Den Haag wordt niet gehandhaafd.
‘Daarnaast heeft pas 53 procent van de Nederlandse gemeenten een lokale inclusie-agenda gedefinieerd, terwijl dat al sinds 2016 wettelijk verplicht is. Je ziet dus dat colleges van wethouders en burgemeester te vaak falen op dit vlak.’
‘In Nederland is sprake van een enorm wantrouwen jegens moslims. Dat heeft onder meer geleid tot het toeslagenschandaal en onwettige undercoveracties in moskeeën. We hebben in Nederland bovendien wet- en regelgeving met stigmatiserende en uitsluitende werking. Bijvoorbeeld de wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding en de wet ter voorkoming van witwassen.
‘Er zijn ook positieve ontwikkelingen. Vorig jaar heb ik met het kabinet afgesproken dat er een onderzoek moest komen naar moslimhaat in Nederland. Dat is goed opgepakt, ik verwacht de resultaten komend jaar.’
‘Artikel 1 van de Grondwet is helder, iedereen moet gelijk behandeld worden. Dat is ook mijn moreel kompas. En ik heb er groot vertrouwen in dat de Grondwet leidend zal blijven, ook de komende periode. Daarbij is het belangrijk dat volksvertegenwoordigers niet als lammetjes achter een bepaalde leider aanlopen, maar dat ze keuzes maken op basis van de eed die ze hebben afgelegd. Een eed waarin ze trouw zweren aan de Grondwet en waarmee ze aangeven onze grondrechten te respecteren.
‘Verder ben ik het eens met NSC-leider Pieter Omtzigt en denk ik dat het verstandig is om een constitutioneel hof op te richten. Op die manier verzeker je je ervan dat alle beleid getoetst wordt aan de rechtsstatelijkheid.’
‘Wat we de afgelopen jaren in gang hebben gezet, houdt niet zomaar op. Neem de onderwijssector, uit mijn gesprekken blijkt steeds opnieuw dat iedereen ervan is doordrongen dat Nederland demografisch is veranderd, en dat scholen er voor iedereen willen en moeten zijn. Ik heb er alle vertrouwen in dat scholen hun verantwoordelijkheid blijven nemen en inclusief onderwijs blijven bieden. Hetzelfde geldt voor de zorgsector.’
‘Ik maak me zeker wel zorgen. Bestaanszekerheid was een belangrijk onderwerp in de campagne, maar die term heeft voor veel mensen met de verkiezingsuitslag een andere lading gekregen. Mag ik hier wel zijn? Is er in dit land nog plek voor mij? Die vragen spoken niet alleen door het hoofd van Nederlanders met een migratieachtergrond, maar ook van lhbti’ers. Dus ik hoop dat de onderhandelaars dat meenemen in het formatieproces.
‘De koning had het in zijn troonrede over discriminatie en racisme in Nederland. Hij sprak daarbij over het maatschappelijk weefsel dat de samenleving bij elkaar houdt, en dat daarom onze bescherming behoeft en verdient. Dat weefsel is als een ecosysteem: als het eenmaal kapot is, dan wordt het gigantisch ingewikkeld het weer te herstellen. Ik zie het als een taak van alle 17,8 miljoen Nederlanders om dat te voorkomen.’
‘Nogmaals, ik heb vertrouwen in Nederland. Ik geloof in de kracht van onze instituties, die zijn gebouwd op de fundamenten van onze grondrechten. Je kunt eraan schudden, maar je kunt ze niet zomaar omverwerpen.
‘Ik ben hier in de jaren zeventig komen wonen en heb altijd heel veel solidariteit ervaren. Voor mij is Nederland een land van omzien naar elkaar. De polarisatie heeft ervoor gezorgd dat dit een beetje ondergesneeuwd is geraakt, maar ik weiger te geloven dat het helemaal weg is.’
Source: Volkskrant