Martin Bosma loopt tijdens de afscheidsreceptie voor afzwaaiende Kamerleden af op Corinne Ellemeet. De PVV-veteraan schudt haar de hand, zegt dat hij het vertrekkende GroenLinks-Kamerlid gaat missen en dat hij niet weet hoe hij zonder haar verder moet. Er wordt gelachen en gepraat.
Wie het tafereel gadeslaat, zou bijna vergeten dat Ellemeet geregeld het mikpunt van Bosma was op sociale media. Toen Ellemeet op een partijcongres afgelopen februari zei dat er in het Nederlandse parlement ‘partijen zitten met fascistische kenmerken’, sloeg Bosma meteen terug. ‘Let op het applaus. Zie het parmantige vuistje van Ellemeet. Voel de haat. Hier brandmerkt het congres van GroenLinks de PVV tot een fascistische partij. 1,2 miljoen kiezers in de hoek van Hitler. Een aanmoediging tot geweld.’
Het zijn de twee gezichten van Martin Bosma (59), de man die voorzitter van de Tweede Kamer wil worden. In de persoonlijke omgang is hij ook volgens rivaliserende politici vriendelijk en joviaal, maar tegelijkertijd is hij een onlosmakelijk onderdeel van de ophef en polarisatie die de Nederlandse politiek steeds meer is gaan kenmerken. Toen Bosma direct na de overweldigende verkiezingswinst de vraag kreeg of hij Kamervoorzitter wilde worden, luidde zijn antwoord tegenover De Telegraaf: ‘Ik ben meer in de wieg gelegd om soldaat te zijn in de cultuuroorlog.’
Er bestaat geen twijfel over dat de linkse, progressieve elite een van zijn vijanden is in die oorlog – door Bosma ook wel omschreven als ‘RijkLinks’ of ‘de elites die een miljoen moslims op ons dak stuurden’.
Ook bij de afgelopen verkiezingen was niet de VVD, als langstzittende regeringspartij, het doelwit van Bosma maar GroenLinks-PvdA en D66. De PVV’er verspreidde op X posters over GroenLinks-PvdA met daarop een afbeelding van Greta Thunberg met een Hamas-hoofdband en de tekst: ‘Stem ze weg’. Een dag voor de verkiezingen schreef Bosma over ‘de arrogante volgevreten linkse grachtengordel’: ‘Pak ze terug. Woensdag.’
In mei ging Bosma tijdens een commissiedebat, niet voor het eerst, uitvoerig tekeer over D66. Zijn bijdrage verscheen nadien op de website Wynia’s Week onder de kop: ‘De D66-netwerkcorruptie heeft zich als een venerische ziekte ingevreten in ons openbaar bestuur.’
Centrale stelling van het stuk: ‘Overal in Nederland worden de instituties volgeplempt met D66’ers.’ Het lobbykantoor Dröge & van Drimmelen wordt door Bosma aangewezen als spin in een web dat hij met een reeks voorbeelden beschrijft. Het sentiment is duidelijk: terwijl PVV’ers maatschappelijke paria’s zouden zijn, zouden D66’ers ‘één grote voedseltrog’ voor hun eigen belangen creëren. ‘Vuilspuiterij’, reageerde D66-Kamerlid Joost Sneller.
Op het eerste oog mag links bij deze verkiezingen overtuigend verslagen zijn en is de PVV de glorieuze winnaar. Toch gaat de oorlog door. Bosma ziet zijn partij, door hem in de beginfase vergeleken met een ‘soort ondergrondse verzetsgroep’, onverminderd als een kwetsbare underdog. Een week na de verkiezingen waarschuwde hij zijn ruim zestigduizend volgers op X: ‘Grootkapitaal, lobbyisten, staatsomroep, journalisten. Allemaal hebben ze hetzelfde doel. PVV aanvallen.’
Afgelopen juli gaf Bosma tijdens een debat in de Tweede Kamer aan hoe de macht volgens hem werkt in Nederland. ‘We leven in een dictatuur van hoogopgeleiden en die mensen zijn zo links als de hel… Ik wil dolgraag af van de manier waarop onze instituties zijn ingevuld. Dat is namelijk allemaal links-liberale inteelt.’
Als Bosma de voorzittershamer in handen krijgt in de Tweede Kamer zal in elk geval één institutioneel symbool in handen vallen van de PVV – al verzekert de trouwste metgezel van Wilders dat bij hem partijkleur geen rol gaat spelen. ‘Als voorzitter zal ik zo neutraal zijn dat het pijn doet aan de ogen’, zei Bosma in 2021 toen hij zich eveneens kandidaat stelde.
In de jaren negentig werkte Bosma zelf nog als journalist bij onder andere Veronica en hij was een tijdje directeur van de zender Colourful Radio. Daarvoor studeerde hij politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en sociologie aan de New School for Social Research in New York. In de Verenigde Staten ontdekte hij rechtse intellectuelen en keerde hij zich af van de ‘linkse eentonigheid’ die volgens hem aan de UvA heerste.
De definitieve ommekeer kwam rond de moord op Theo van Gogh in 2004. Bosma sloot zich als medewerker en tekstschrijver aan bij Geert Wilders, die toen net uit de VVD was gezet. Hij zou er nooit meer weggaan. Bosma komt oorspronkelijk uit een rood nest in de Zaanstreek en wordt medeverantwoordelijk gehouden voor de relatief linkse sociaal-economische plannen die in het PVV-programma komen, terwijl Wilders aanvankelijk een rechtsere koers vaart.
De relatie tussen Wilders en Bosma is volgens meerdere (ex-)fractiegenoten complex. Bosma werd lang afgeschilderd als rechterhand en partijideoloog, maar in de loop der jaren heeft Wilders ook andere vertrouwelingen om zich heen verzameld. Bosma’s positie in de interne pikorde hangt helemaal af van het humeur van de partijleider en het enig PVV-lid.
De twee mannen delen wel een gave om de media te bespelen. De PVV krijgt bij gebrek aan een ledenstructuur geen subsidies en is daardoor volledig afhankelijk van gratis publiciteit. Bosma weet als geen ander hoe hij verontwaardiging kan oproepen. Hij bedacht de omstreden term ‘kopvoddentaks’ en was volgens enkele door de Rijksrecherche verhoorde getuigen ook het brein achter de ‘minder Marokkanen’-toespraak, waarvoor Wilders uiteindelijk veroordeeld werd tot groepsbelediging.
In de ogen van Bosma heerst in Nederland de collectieve vergissing dat links links is en rechts rechts. In werkelijkheid zijn ze, volgens hem, van plaats verwisseld. Dat was ook de centrale stelling in zijn boek De schijn-élite van de valse munters uit 2010. De titel is ontleend aan Jacques de Kadt, publicist en politicus op de rechterflank van de sociaal-democratie.
In zijn boek betoogt Bosma dat links ten prooi is gevallen aan een kosmopolitische elite die neerkijkt op het gewone volk. Dat toont zich vooral bij het thema immigratie. Iedereen die zich daartegen verzet, wordt volgens de PVV’er weggezet als bekrompen en kleinburgerlijk. In de ogen van Bosma zal de immigratie uiteindelijk leiden tot een machtsovername van de islam in Nederland, ‘een middeleeuwse woestijnideologie’, aldus Bosma.
Hoewel linkse partijen zelden dominant zijn in het naoorlogse Nederland, zijn het de linkse elites die volgens hem sinds de jaren zestig en zeventig iedere criticus van ‘massa-immigratie’ het leven onmogelijk maken. Vooral de publieke omroep speelt daarbij een bedenkelijke rol, aldus Bosma, die graag spreekt over ‘NPO66’. In 2009 schreef hij al dat de NPO bezig is ‘de geesten rijp te maken voor de islamisering’.
Berucht is ook zijn antwoord op een vraag uit het publiek, tijdens een zeldzame partijbijeenkomst in 2009 in Ahoy, over wat er gedaan kan worden tegen alle ‘rode neuzen’ bij de publieke omroep. Waarop Bosma antwoordde: ‘Helaas, die kunnen we niet allemaal afhakken. Hoewel ik het met veel plezier zou doen. Oh, ik zie Clairy Polak daar liggen… Nee, ik hou op, geen fantasieën.’
In zijn boek doet Bosma er alles aan om links aan te vallen. Zo wil hij onder meer aantonen dat Hitler een socialist was, het nationaal-socialisme een linkse stroming, en dat de term extreem-rechts voor de PVV nergens op slaat. Tegen de Volkskrant zei Bosma: ‘De generatie van ’68 heeft geroepen dat Hitler rechts was en daarmee heel rechts in diskrediet gebracht.’
Uitgever Mai Spijkers (Prometheus) zag af van publicatie van een volgend boek van Bosma, ondanks het feit dat De schijn-élite een verkoopsucces was. Bosma’s tweede boek verscheen in 2015 bij René van Praag, uitgever van ‘eigenwijze auteurs’, onder de imprint Bibliotheca Africana Formicae, met als titel Minderheid in eigen land. Het handelt over Zuid-Afrika, geeft een geheel eigen blik op de anti-apartheidsstrijd en waarschuwt dat autochtone Nederlanders straks, net als de Afrikaners volgens hem nu, achtergesteld en gediscrimineerd zouden kunnen worden. ‘De Afrikaners gaan ons voor: zij zijn de eerste westerse proefkonijnen in een multicultureel laboratorium’, zei Bosma in een interview met Trouw.
Spijkers: ‘Ik vond dat hij in dat boek een beetje doordraafde. Ik liet het een paar mensen lezen en kreeg beroerde leesrapporten terug. Er waren ook wel reacties van Prometheus-auteurs, die het niet prettig vonden dat ik een PVV’er uitgaf. Toen dacht ik: dat is het mij allemaal niet waard. Hij heeft het mij wel kwalijk genomen, maar de verstandhouding is goed gebleven. Hij kan nooit nalaten ‘angsthaas’ tegen mij te zeggen als ik hem tegenkom, maar we hebben wel de mondelinge afspraak dat ik zijn dissertatie ga uitgeven.’
Dat proefschrift, dat Bosma al jarenlang in voorbereiding heeft, gaat over Nederlandse betrokkenheid bij de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika. Maar het eindresultaat wacht nog altijd op instemming van een promotiecommissie. Bij een commissie van de deze zomer overleden UvA-hoogleraar politicologie Meindert Fennema lukte het nog niet. Hoogleraar Jean Tillie heeft promovendus Bosma van Fennema overgenomen.
Wilders deelt volgens meerdere (ex-)fractiegenoten Bosma’s fascinatie voor Zuid-Afrika niet. Hij wil liever wegblijven van ideeën over een ‘genocide’ op witte boeren, uitgevoerd door zwarte Zuid-Afrikaners. ‘De PVV is al kritisch op de islam en op Marokkanen’, aldus één ex-PVV’er. ‘Geert wil niet ook nog het verwijt krijgen dat de PVV iets tegen zwarte mensen heeft.’
Bosma heeft het ook vaker dan Wilders over het idee dat er in Nederland een ‘omvolking’ plaats zou vinden, waarbij de oorspronkelijke bevolking zou worden vervangen door een nieuwe bevolking. Daarbij wordt niet duidelijk gemaakt aan welke eisen iemand moet voldoen om tot de oorspronkelijke bevolking gerekend te kunnen worden, maar veiligheidsdiensten waarschuwen al langer dat ideeën over omvolking extremisme in de hand kunnen werken. De suggestie wordt gewekt dat er sprake is van een acuut gevaar en dat onderdrukking dreigt.
Bosma reageerde in juli furieus op een rapport van de AIVD over anti-institutioneel extremisme, waarin ook omvolkingstheorieën werden besproken. ‘Omvolking is geen theorie, het gebeurt, loop maar eens door de Schilderswijk’, aldus Bosma. ‘Een blind paard kan het zien.’
Als ondervoorzitter van de Tweede Kamer, een rol die hij al jaren vervult, is Bosma veel minder fel. Zelfs zijn grootste tegenstanders moeten nageven dat hij debatten strak en met de nodige humor weet te leiden. Ervaring als Kamerlid heeft hij te over, ook al blonk Bosma de afgelopen jaren niet uit als medewetgever. Een van zijn zeldzame initiatieven ging over het wettelijk vastleggen van het uiterlijk van Zwarte Piet (‘een egaal zwart of donkerbruin gezicht, rood geverfde lippen, zwart krulhaar en goudkleurige oorbellen’).
Alleen tijdens een debat in 2021 over het terughalen van IS-vrouwen uit Syrië liep het uit de hand. PVV-Kamerlid Gidi Markuszower zei toen dat minister Sigrid Kaag ‘heel graag terroristen om zich heen heeft’, wat werd opgevat als een verwijzing naar haar man, die ooit voor de Palestijnse autoriteiten werkte. GroenLinks-kamerlid Ellemeet noemde het ‘ongehoord en onacceptabel’ dat Bosma als voorzitter niet ingreep. Bosma zei dat hij ‘pal staat voor de vrijheid van meningsuiting’.
De meeste debatten verlopen onder zijn leiding juist snel en ontspannen. Er lijken ook weinig Kamerleden te zijn die een persoonlijke hekel aan hem hebben. Hij lijkt daarin op zijn fractieleider Geert Wilders, die daarover in 2021 tegen de Volkskrant zei: ‘Ook al vinden ze mijn standpunten deels abject, het zou me verbazen als een collega zou zeggen: met die vervelende vent wil ik niks meer te maken hebben.’
Of het genoeg is om Kamervoorzitter te worden, moet donderdag blijken. De stemming is geheim. Bij de twee voorgaande verkiezingen waarin Bosma zich kandidaat stelde, kreeg hij 11 stemmen (in 2016, na het vertrek van Anouchka van Miltenburg) en 27 stemmen (in 2021, na de verkiezingen).
Dit keer zal Bosma hoe dan ook meer stemmen krijgen. Zijn partij is nu de grootste en lijkt voorbestemd om onderdeel te zijn van een toekomstig kabinet. Dat kan voor Bosma ook een probleem opleveren. Bij zijn kandidatuur in 2021 zei hij dat het dualisme in de Tweede Kamer hersteld moet worden, en dat zou niet lukken als iemand van een regeringspartij het voorzitterschap op zich zou nemen. ‘Dus moet iemand van de oppositie Kamervoorzitter worden’, aldus Bosma destijds. ‘Want dat maakt de kans het grootst dat er maximale afstand van het kabinet wordt gehouden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden