De bezwaren van Pieter Omtzigt tegen Geert Wilders zijn duidelijk. Die twee moeten er eerst snel samen uitkomen. Anders heeft verder praten geen zin.
Veertig jaar lang gold de 208 dagen durende formatie van 1977 als een afschrikwekkend voorbeeld van politieke onmacht. Toen kwam die van 2017, met 225 dagen, gevolgd door die van 2021 toen er liefst 299 dagen nodig waren om een coalitie te vormen. Tel daar twee maanden campagne bij op en het is duidelijk dat het landsbestuur in 2021 een jaar lang op de handrem stond.
Voor het geslonken vertrouwen in de politiek zijn uiteraard meer oorzaken aan te wijzen, maar het is geen toeval dat de scherpste daling zich precies in die periode voltrok. In een democratie is het van belang dat de verkiezingsuitslag zich binnen afzienbare termijn vertaalt in een uitkomst. Als er op de kalender helemaal geen verband meer zit tussen de stembusgang en het aantreden van een nieuw kabinet, is het niet gek dat kiezers ontmoedigd raken.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Daarom is het op z’n minst merkwaardig dat de hoofdrolspelers weer geen enkele haast aan de dag lijken te leggen. Alweer bijna drie weken na de verkiezingen kwam verkenner Ronald Plasterk maandag met het advies dat PVV, VVD, NSC en BBB samen moeten gaan praten over een coalitie. Dat is niet alleen de conclusie die vrijwel iedereen – inclusief Plasterk in zijn rol als columnist – zelf al direct na de verkiezingen trok, het is inmiddels bovendien zeer onzeker of het in de praktijk wel een reële optie is.
Het is immers ook alweer bijna twee weken geleden dat NSC-leider Omtzigt liet weten dat hij niet met de PVV wil praten zolang hij niet zeker is dat die partij ‘in woord en daad’ de Grondwet, de rechtsstaat en de instituties van de parlementaire democratie zal respecteren. Daarop volgden nog gesprekken tussen Omtzigt en PVV-leider Wilders, maar daar is de hete aardappel kennelijk niet opgediend.
Plasterk adviseert een informateur te benoemen die vanaf eind deze week eerst maar eens gaat uitzoeken of Wilders bereid is voor Omtzigt door de knieën te gaan. Pas daarna kan ook worden onderzocht of de vier partijen het eens kunnen worden over andere onderwerpen. Begin februari moet de informateur de boel op een rijtje hebben en kan de volgende ronde beginnen.
De vier betrokken partijen zullen met dat tijdschema hebben ingestemd, maar de rest van de Tweede Kamer mag er komende woensdag ook nog iets over zeggen. Als de andere partijen het proces serieus nemen, tekenen ze protest aan. Zo moeilijk is het per slot van rekening niet: Omtzigt heeft zijn eisen aan de PVV uitvoerig en zeer precies verwoord in zijn brief aan Plasterk. Wilders kan daar gewoon antwoord op geven: is hij van plan zijn standpunten en zijn gedrag – inclusief dat van zijn fractiegenoten – ingrijpend aan te passen? Als het antwoord nee is, heeft praten geen enkele zin en blijven er slechts drie partijen over óf komen toch weer heel andere combinaties in beeld. Dan is het zinvoller om die te onderzoeken.
Een formatie kost tijd, dat snapt iedereen, maar het mag geen tijdverspilling worden.
Source: Volkskrant