In NRC poogde Arjen van Veelen zaterdag de verkiezingsuitslag te verklaren, met een woedende opsomming waarin telkens sprake was van een ‘ze’ en een ‘we’. De ze waren de pineut, de we hadden het gedaan. Ik hield een hand paraat om in eigen boezem te steken.
Ze, dat was een breed spectrum – PVV-stemmers, afgehaakten, boeren, slachtoffers van het toeslagenschandaal, arbeidsmigranten. Maar de we? Had hij het over technocraten, hypocrieten, welvarenden, links in het algemeen of misschien over durfinvesteerders? Niemand ontsnapte aan Van Veelens retorische lasso. Terwijl we werden ingesnoerd keek ik verbaasd om me heen: u ook hier? Over de meeste van de wandaden die hij de we in de schoenen schoof ben ik al jaren wanhopig.
Geen enkele ruimte bleef over voor degenen die het allemaal ook niet weten, en gewoon stemden op de partij die in hun ogen de minst slechte ideeën heeft – de ‘we’ bij wie ik me nog het meest op mijn gemak voel.
Source: Volkskrant