‘We horen dingen als dat Op1 Geert Wilders groot gemaakt zou hebben’, jammerde Fidan Ekiz nadat bekend werd dat Op1 verdwijnt. Heeft nog lang geduurd, dacht ik, maar de WNL-presentatrice zag maar weer eens een links NPO-complot, nadat ze eerder een NPO-documentaire maakte over het vorige NPO-complot om haar te cancellen, toen nog als BNNVara-presentatrice. Ik kijk nu al uit naar haar volgende NPO-documentaire over dit nieuwste NPO-complot. De Plasterkcurve indachtig zal dat dan wel bij Ongehoord Nederland zijn, daar is altijd plek voor complotten.
Van wie Ekiz ‘dingen’ had gehoord en waar, vertelde ze vanzelfsprekend niet, maar laat zich raden. Haar rancuneuze insinuatie was een perfecte illustratie van de juistheid van het besluit van de NPO: een talkshow die dagelijks tweets opbakt, heeft niets met journalistiek te maken. Dat het programma Wilders ‘groot heeft gemaakt’ lijkt me overigens onzin, de man haalde in 2010 al eens 24 zetels. Maar het programma heeft wel degelijk fors bijgedragen aan het debiliseren van het debat en het uithollen van autoriteit en expertise.
Mensen aan talkshowtafels doen niet aan waarheidsvinding, ze vinden hoogstens hun eigen waarheid. Als presentator had ik ooit de extreem-rechtse influencer Tisjeboyjay aan tafel – ik had destijds nog nooit van hem gehoord – die daar betoogde dat anderhalve meter afstand hem niet ‘doorslaggevend’ leek in de coronabestrijding. ‘Dat is mijn waarheid.’ De Nederlandse talkshowcultuur heeft agressief beleden onwetendheid genormaliseerd, met als gevolg het verdwijnen van schaamte. Iemand als Ekiz voelt geen enkele remming (meer) bij het legen van haar onderbuik ten overstaan van een miljoen kijkers. Of nou ja, een half miljoen dan.
Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
De talkshows vormen een belangrijke aanjager van domheid, maar staan zeker niet alleen in het verkiezen van beeld boven inhoud. In NRC stond vorige week een verhaal over scheidend Kamervoorzitter Vera Bergkamp. De alleszeggende kop boven het stuk: ‘Het beeld dat Bergkamp voorzitter werd dankzij een politieke deal, ging nooit meer weg.’ Uit het stuk blijkt dat er geen enkel hard bewijs is voor dat beeld, maar het beeld kleeft aan haar, aldus de slijpsteen voor de geest.
Het originele ‘beeld’ komt overigens van Geert Wilders, die het weer uit de ‘media’ (lees: Twitter) had. De enige reden dat dat ‘beeld’ vervolgens bleef hangen, is omdat het voortdurend werd herhaald. Maar volgens NRC ‘kleeft’ het beeld, en dat niet alleen, er wordt in het stuk geïnsinueerd dat het beeld klopt, omdat Bergkamp gefrustreerd zou zijn over dit beeld en een boos mailtje stuurde naar een rechtsfilosoof die dit beeld eerder opvoerde in NRC. Ja, vind je het gek?! Wie raakt er niet gefrustreerd als je voortdurend hetzelfde ‘beeld’ moet weerspreken? Ondertussen wéét de lezer nog steeds niks.
Wanneer een leugen duizend keer wordt herhaald, is het niet opeens waar. Journalisten moeten geen vragen stellen, maar vragen beantwoorden. Ze moeten geen ‘beelden’ bespreken of fabriceren, maar de waarheid achterhalen. Lukt dat niet, jammer dan, schrijf je maar niks. Want beeldvorming is niks, het is totale leegte. Beeldvorming is een uiting van de terreur van de domheid, en belangrijker nog; het is een belangrijk instrument van extreem-rechts, dat nu eenmaal niets met de waarheid heeft.
In de analoge tijd was de volkswijsheid dat ‘waar rook is, vuur is’, wellicht nog een béétje waar. Maar in een tijd waarin de nepnieuwsfabrieken op volle toeren draaien en mensen geen hand voor ogen zien door de rook, moet de journalistiek helderheid scheppen. En niet zelf nóg meer rook de wereld inblazen. Het schrappen van Op1 lijkt me een prima eerste stap.
Source: Volkskrant