Zondag 10 december is het 75 jaar geleden dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd aangenomen. Door de wereldwijde opmars van autocratische leiders staan mensenrechten onder druk. ‘Wie ontkent dat mensenrechten universeel zijn, komt dictaturen als Iran tegemoet.’
Mostafa Naderi was nog maar 17 jaar oud, toen hij in 1981 van straat werd geplukt door de Iraanse politie. Bij huiszoeking werden krantjes gevonden van de Iraanse Volksmoedjahedien (MEK), die destijds een gewapende strijd tegen het islamistische regime van ayatollah Khomeini voerde.
‘Ik werd gemarteld. Ze sloegen met stroomkabels op mijn voetzolen, net zo lang tot alles bloedde en dik werd. Ik kon zelfs geen slippers meer dragen’, zegt de inmiddels 60-jarige Naderi, telefonisch vanuit zijn ballingsoord in Canada.
In de beruchte Evin-gevangenis werd hij opgehangen aan het plafond, en opnieuw mishandeld. Vanuit zijn ooghoeken zag hij hoe een tienermeisje werd doodgeslagen. In 1988 werd hij zo erg gemarteld dat hij nierbloedingen kreeg. Terwijl in de ziekenboeg lag, executeerde het Iraanse regime op grote schaal politieke gevangenen. Schattingen over het aantal slachtoffers lopen uiteen van enkele duizenden tot 30 duizend. ‘Ik was buiten bewustzijn en hoorde niet dat mijn naam werd geroepen. Daardoor ben ik overgeslagen, ik heb puur geluk gehad’, zegt hij.
Elf jaar zat hij vast, waarvan vijf jaar in eenzame opsluiting. ‘Als je alleen in je cel zit, leef je met je herinneringen, maar na zes of zeven maanden verlies je ook je herinneringen. Dan ging ik keihard op de deur slaan, waarna een bewaker moest komen. Ik wist dat ik gestraft zou worden, maar de slaag vond ik minder erg dan de eenzaamheid. Het was de enige manier om contact te krijgen met iemand anders’, zegt hij.
De mensenrechten staan onder druk door de opmars van autocratische leiders, overal ter wereld. Volgens veel van deze leiders zijn mensenrechten helemaal niet universeel, maar een westers concept waarmee het Westen de wereld wil domineren. Daar moet je bij Mostafa Naderi niet mee aankomen. Terwijl hij in zijn cel zat hoopte hij op aandacht van de internationale gemeenschap, van andere landen en mensenrechtenorganisaties. ‘Natuurlijk zijn de mensenrechten universeel’, zegt hij. ‘Wie dat ontkent, komt dictaturen als Iran tegemoet.’
Op 10 december is het 75 jaar geleden dat in het Palais de Chaillot in Parijs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) werd aangenomen door de lidstaten van de Verenigde Naties. De Verklaring was een expressie van het naoorlogse ‘nooit meer’-idealisme: nooit meer zo’n verwoestende oorlog, nooit meer Auschwitz, nooit meer de vermorzeling van het individu door een dictatuur. De Verklaring kende elke wereldburger rechten toe: burgerrechten als de vrijheid van meningsuiting en godsdienst, maar ook sociale rechten als het recht op onderwijs, huisvesting en een fatsoenlijk bestaan.
Het aannemen van de UVRM was een persoonlijke triomf voor Eleanor Roosevelt, weduwe van de Amerikaanse president en voorzitter van de commissie die de tekst had opgesteld. Toch was het haar zwaar te moede, toen ze die nacht het Palais de Chaillot verliet. ‘Ik was moe. Ik vroeg me af of een simpele verklaring van rechten, zonder wettelijke verplichtingen, regeringen zou aanzetten om erop toe te zien dat deze rechten zouden worden nageleefd’, schreef ze later.
Haar zorgen zouden terecht blijken. Nu, 75 jaar later, staan de mensenrechten er niet al te florissant voor. China voert zijn repressie op, Rusland is een politiestaat geworden die een buurland heeft aangevallen, in India worden de rechten van moslims en andere minderheden met voeten getreden. Ook in het Westen staan individuele rechten onder druk. Het verkiezingsprogramma van de PVV – ‘geen islamitische scholen, korans en moskeeën’ – is niet alleen strijdig met de Nederlandse Grondwet, maar ook met artikel 18 van de UVRM: iedereen heeft het recht zijn geloof uit te dragen.
Het geloof in de universaliteit van mensenrechten staat onder druk, merkt Janne Nijman, hoogleraar internationaal recht, aan haar studenten in Amsterdam en Genève. Veel studenten beschouwen de mensenrechten als een westers construct, gebruikt om landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika (het ‘mondiale Zuiden’) te domineren. Het Westen eist van anderen dat zij de mensenrechten naleven, maar lapt ze zelf aan zijn laars, als dat politiek en economisch beter uitkomt, zeggen critici. De EU waant zich moreel superieur, maar is bereid een Tunesische dictator te betalen voor het tegenhouden van migranten, ook al worden ze met geweld gedeporteerd naar de Libische woestijn waar ze omkomen van de honger.
Steeds opnieuw klinkt het verwijt van de dubbele standaard. Het Westen komt in actie tegen de Russische agressie in Oekraïne, zeggen critici, maar doet te weinig tegen het Israëlische geweld tegen de Palestijnen. Het verwijt van de dubbele standaard is terecht, zegt hoogleraar Nijman. ‘Het Westen zou meer moeten doen om de enorme humanitaire catastrofe en grove mensenrechtenschendingen in Gaza na de verschrikkelijke aanslag van Hamas te stoppen. Maar de gedachte dat de mensenrechten een westers construct zijn, is een gevaarlijk frame. De mensen die dat zeggen, vragen zich onvoldoende af: waar komt dit frame op dit moment, in de huidige geopolitieke situatie, vandaan? Wie wint er bij de opvatting dat mensenrechten westers zijn?’
Het frame wordt sterk gepropageerd door autocratische landen als Rusland en China, zegt Nijman. China heeft zijn eigen visie op mensenrechten, waarin individuele rechten ondergeschikt zijn aan de collectieve ontwikkeling van het land. Iran beschouwt mensenrechten als een ‘frontale aanval’ waarmee ‘de individuele en sociale vrijheid van andere volken wordt ontkend, terwijl de trotse volken van de wereld, vertrouwend op hun eigen waarden en culturele diversiteit, dit westerse mechanisme bevechten’.
De opvatting dat mensenrechten een westers concept zijn, ligt historisch ingewikkelder, zegt Nijman. Natuurlijk heeft de UVRM onmiskenbaar diepe wortels in het westerse denken. In augustus 1789, tijdens de Revolutie, werd in Frankrijk de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger geformuleerd. Een maand later volgde de Amerikaanse Bill of Rights. Het formuleren van individuele rechten tegenover de staat kwam voort uit de Verlichting en was westers.
Bovendien was de UVRM een reactie op de Europese geschiedenis van de 20ste eeuw, zegt Nijman, twee wereldoorlogen en de opkomst van het fascisme en het communisme, die het individu rechteloos maakten ten opzichte van de staat.
‘Maar dat maakt de bescherming van de menselijke waardigheid nog niet iets strikt Europees’, zegt Nijman. Zij maakt zich zorgen over die gedachtegang: ‘Wie zijn wij om onze niet-Europese medemensen op te sluiten in politieke culturen en samenlevingen zonder mensenrechten, omdat de mensenrechten ‘westers’ zouden zijn. Mensenrechtenverdedigers in de hele wereld kijken daar toch wat anders tegenaan.’
In de commissie die de tekst voor de UVRM opstelde zaten mensen uit de hele wereld. Daarnaast hield de Unesco (de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur) een rondvraag onder zeventig prominente denkers uit de hele wereld. De taal van de mensenrechten is Europees, concludeerden zij, maar de morele impuls om de menselijke waardigheid te beschermen komt voor in alle culturen.
Nijman noemt de UVRM een ‘levend document’ dat steeds opnieuw betekenis krijgt. In de jaren vijftig gebruikten onafhankelijkheidsstrijders in Afrika en Azië de verklaring als een legitimatie voor de dekolonisatie. De UVRM is ook zo open geformuleerd dat zij lokale variatie mogelijk maakt, zegt Nijman: ‘Natuurlijk is er een ondergrens. Geweld tegen lhbti’ers is overal ter wereld in strijd met de Verklaring. Maar de UVRM schrijft niet voor dat elk land het homohuwelijk moet invoeren.’
Volgens onderzoeker Martijn Lampert van het Amsterdamse bureau Glocalities worden mensenrechten in het mondiale Zuiden minstens zo belangrijk gevonden als in het Westen. ‘Wij hebben onderzoek naar waarden gedaan in 21 landen. In 6 niet-westerse landen maakte gemiddeld 45 procent van de bevolking zich zorgen over de schending van mensenrechten. In 15 westerse landen was dat gemiddeld 39 procent’, aldus Lampert.
Het probleem is niet zozeer dat mensenrechten inherent westers zijn, maar dat het Westen zijn morele statuur heeft ondermijnd door een dubbele moraal, zoals Nijman al opmerkte. Dat gebeurde al vanaf het begin. De Amerikaanse Bill of Rights gold niet voor zwarte of inheemse Amerikanen. De Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger stond het Franse imperialisme niet in de weg. Frankrijk veroverde een groot deel van Afrika en Azië met het argument dat ‘beschaafde’ Europeanen de plicht hadden om minder beschaafde volken te ‘ontwikkelen’. Nijman: ‘Nederland deed hetzelfde, maar Tula (leider van de grote opstand van slaafgemaakten, red.) verzette zich in 1795 tegen het koloniale bewind op Curaçao, geïnspireerd door de ideeën en rechten die verwoord werden in de Franse Verklaring.’
Ook de hooggestemde idealen van de UVRM werden doorkruist door keiharde machtspolitiek. Terwijl Eleanor Roosevelt aan de Verklaring werkte, ontwikkelde de Koude Oorlog zich. De VS maakten mensenrechten ondergeschikt aan de strijd tegen het communisme. ‘We hebben ongeveer 50 procent van de rijkdom van de wereld, maar slechts 6,3 procent van de bevolking’, schreef de Amerikaanse diplomaat George Kennan in 1948. ‘Onze echte taak is ervoor zorgen dat deze ongelijkheid gehandhaafd wordt. We moeten onszelf niet wijsmaken dat we de luxe van altruïsme en wereldweldoenerij hebben. We moeten ophouden met praten over vage en onechte doelstellingen als mensenrechten’, aldus Kennan, de architect van het Amerikaanse Koude Oorlogsbeleid. Zo steunden de Amerikanen wrede dictators als Mobutu (Congo) en Videla (Argentinië) omdat zij als een bastion tegen het communisme werden gezien.
Na de val van de Muur in 1989 leek de wereld open te liggen voor democratie en mensenrechten. Dankzij globalisering en vrijhandel zouden alle landen zich ontwikkelen tot liberale democratieën, zo werd geloofd, zelfs China en Rusland. In de jaren negentig en nul heeft het triomferende Westen veel schade aangericht, denkt Nijman. ‘Het Westen gedroeg zich weer moreel superieur, stak de hand niet in eigen boezem en hanteerde dubbele standaarden. Het hield bijvoorbeeld onvoldoende rekening met sociaal-economische rechten in de rest van de wereld. Het was de tijd van de bv Nederland. Vanuit onze liberale visie hebben we een economische wereldorde gebouwd die gewoon onrechtvaardig is. Dat heeft de geloofwaardigheid van het Westen enorm geschaad.’
Bovendien botsten de mensenrechten na 11 september 2001 opnieuw met wat Amerika als zijn veiligheidsbelangen zag. In de ‘war on terror’ werden verdachten zonder uitzicht op een proces vastgezet in Guantanamo Bay en gewaterboard om informatie los te krijgen. Voor de inval in Irak zetten de VS het internationaal recht opzij.
Zo ontwikkelde zich een ressentiment tegen het Westen, dat duidelijk aan het licht kwam toen de Verenigde Naties stemden over een motie die de Russische inval in Oekraïne veroordeelt. 35 landen onthielden zich van stemming, waaronder China, Brazilië, India en Zuid-Afrika.
Bovendien neemt het economisch en demografisch gewicht van het Westen steeds meer af. Vooral Europa verkeert in een zwakke positie, als continent dat erg afhankelijk is van de rest van de wereld. Het eist van China een betere behandeling van de Oeigoeren, maar heeft de grondstoffen uit China hard nodig voor zijn groene transitie. President Macron is trots op de Franse traditie van de droits de l’homme, maar reisde onlangs naar het autocratische Kazachstan en Kirgizië om uranium voor de Franse kerncentrales veilig te stellen.
Anderzijds wordt de wereld er voor Europa niet veiliger op als de autocratie floreert en het recht van de sterkste geldt. ‘Het loslaten van mensenrechten is geen werkbaar perspectief in een wereld waarin de autocratie dominanter wordt’, zegt Nijman.
Zo is het moeilijk schipperen in een geopolitieke zee die steeds ruwer wordt. In een vorig jaar verschenen advies kwam de Nederlandse Adviesraad voor Internationale Vraagstukken er ook niet helemaal uit. ‘Benader de relatie met autocratische leiders principieel, maar durf ook pragmatisch te zijn’, schreef de raad. Nederland moet de dialoog met autocraten aangaan en tegelijk hun opposanten blijven steunen. Zaken doen moet mogelijk zijn als daarmee kleine verbeteringen tot stand kunnen worden gebracht.
Politiek is ‘de arena waar het geweten de macht ontmoet’, schreef de Amerikaanse politicoloog Kenneth Thompson. Vaak trekt de macht aan het langste eind, maar zonder geweten is het moeilijk leven. ‘Als we niet oppassen, verliezen we onze gedeelde menselijkheid uit het oog. We moeten stevig en met integriteit voor de mensenrechten staan’, zegt Janne Nijman. Wie de mensenrechten vergeet, verliest iets van zichzelf, van zijn hoogste aspiraties en idealen, maar laat ook de mensen in de steek die overal ter wereld voor vrijheid en waardigheid strijden.
‘Over mensenrechten kun je geen compromissen sluiten’, zegt de Iraanse ex-gevangene Mostafa Naderi. Hij vindt dat de Verenigde Naties een onderzoek moeten instellen naar het bloedbad in de Iraanse gevangenissen in 1988, waarbij de huidige president, Ebrahim Raisi, wordt gezien als een van de aanstichters.
Hij vertelt zijn verhaal niet voor zichzelf, zegt Naderi, maar voor de mensen die nooit de kans hebben gekregen om tot de wereld te spreken. Toen hij gevangen zat, communiceerde hij met behulp van morsesignalen met een vrouw in een aangrenzende cel. Haar man was geëxecuteerd, ze was in de gevangenis van een dochter bevallen en verwachtte spoedig ook zelf ter dood gebracht te worden. Haar dochter werd verzorgd door haar moeder.
Naderi: ‘Ze zei: als jij niet geëxecuteerd wordt en uit de gevangenis komt, wil je dan naar mijn moeders huis gaan, mijn dochter omhelzen en zeggen dat ik tot de laatste minuut aan haar gedacht heb? Zeven jaar later kwam ik vrij. Ik ben er naartoe gegaan. De grootmoeder deed open, maar ze was bang en dacht dat ik van de geheime politie was. Achter haar stond een jong meisje, van een jaar of 7. Ze keek naar me, ik besefte dat het de dochter was. Ik werd weggestuurd. Wat kon ik doen? Geloof me, er is geen dag die voorbijgaat zonder dat ik de ogen van dat meisje zie. Dat geeft me de motivatie om door te gaan, om de wereld te vertellen wat er gebeurd is. Om de stem van haar moeder te zijn.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden