Home

Acteur Ryan O’Neal: ster met een rare carrière

De rol leek hem op het lijf geschreven, maar acteur Ryan O’Neal was zo ongeveer de laatste die ervoor in beeld kwam. Alleen omdat half Hollywood ervoor bedankte, kreeg hij — een 29-jarige soapacteur, bekend uit de populaire televisieserie Peyton Place — de kans de hoofdrol te spelen in de film Love Story (1970), een romantische tranentrekker over de liefde tussen een artistiek meisje van eenvoudige komaf (Ali MacGraw) en een rijke Harvard-rechtenstudent. Ze trouwen, tegen de wil van zijn familie in, waarna zij ongeneeslijk ziek wordt.

Tegen de verwachtingen in verpulverde Love Story alle bezoekersrecords: de film was een cultureel fenomeen, vergelijkbaar met Titanic in de jaren negentig. O’Neal, die vrijdag op 82-jarige leeftijd overleed, werd in een klap de beroemdste filmster van het moment. Lange tijd werd hij vereenzelvigd met de rol, al kwam hij zelf uit een artistiek gezin en was hij autodidact. Met zijn blonde krullen en studentikoze uiterlijk leek hij nu eenmaal een typische Amerikaanse rijkeluisjongen.

Met luchtige rollen in films als What’s Up, Doc? (1972) en Paper Moon (1973), beide geregisseerd door Peter Bogdanovich, toonde O’Neal zijn komisch talent. In Paper Moon acteerde hij naast zijn dochter Tatum, die de show stal en op negenjarige leeftijd een Oscar won. De jaren zeventig bleken zijn hoogtijdagen, met fraaie rollen in het oorlogsdrama A Bridge Too Far (1977, over de slag om Arnhem), de misdaadfilm The Driver (1978) en de sportkomedie The Main Event (1979, naast Barbra Streisand).

Het hoogtepunt in zijn carrière bereikte O’Neal al in 1975, toen hij de titelrol speelde in Stanley Kubricks meesterlijke kostuumdrama Barry Lyndon. Kubrick, die zich geen andere acteur in de rol kon voorstellen, vond dat O’Neal dramatische kwaliteiten had die tot dan toe te weinig werden benut.

Barry Lyndon, naar het boek van William Makepeace Thackeray over een achttiende-eeuwse Ierse gelukzoeker, gaf O’Neal de kans zich van een andere kant te laten zien. Met veel gemak en finesse speelt hij een hopeloos onverstandige, tragische held, die ervan overtuigd is dat hij recht heeft op status en rijkdom.

O’Neal dacht dat werken met Kubrick — even hooggewaardeerd als berucht om de manier waarop hij acteurs tot het uiterste dreef — zijn carrière voorgoed zou veranderen. Dat viel tegen. Hij werd nog steeds niet volledig serieus genomen als acteur. Misschien door zijn uiterlijk, misschien ook vanwege zijn onderkoelde, enigszins kale acteerstijl. De Oscarnominatie die hij in 1971 ontving voor Love Story bleef zijn belangrijkste onderscheiding.

Vanaf de jaren tachtig speelde O’Neal in talloze weinig memorabele films, soms succesvol, soms minder. Hij keerde ook terug op televisie (tussen 2005 en 2017 nog in de serie Bones) en maakte een korte realityshow met dochter Tatum, met wie hij een gespannen relatie had.

Aan privéproblemen had hij geen gebrek. Ze waren vooral drugs- en drankgerelateerd en troffen ook zijn kinderen, van wie er verschillende met verslaving kampten. Toch bleef O’Neal altijd werken, ondanks langdurige gezondheidsproblemen — in 2001 werd bij hem een vorm van leukemie vastgesteld. Tot het laatst had hij trouwe vrienden in Hollywood. Regisseur Paul Mazursky, die hem regisseerde in de komedie Faithful (1996), noemde hem in het tijdschrift Vanity Fair ‘een goede kerel, en heel getalenteerd. Hij had een rare carrière, maar hij was een grote ster.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next