Iets meer dan een jaar geleden zat de Amerikaanse minister van Defensie Lloyd Austin rond de tafel met Oekraïnes hoogste generaal, Valery Zaloesjni. Wat heb je nodig voor een lenteoffensief, vroeg hij. Zaloezjni’s antwoord: duizend gepantserde voertuigen, negen nieuwe brigades – opgeleid in Duitsland, en klaar voor het gevecht. ‘Dat is bijna onmogelijk’, zou Austin daarop hebben verzucht tegen collega’s.
Over deze auteur
Arnout Brouwers is politiek verslaggever voor de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
De scène komt uit een uitvoerige reconstructie in The Washington Post, dat de nauwe Amerikaanse betrokkenheid bij de planning voor het offensief bevestigt – evenals de fricties erover. De brigades zouden er komen, bestaande uit vooral onervaren Oekraïense rekruten. De gepantserde voertuigen, inclusief tanks, kwamen er uiteindelijk ook. Andere cruciale elementen – luchtoverwicht, langeafstandsraketten, voldoende munitie, afdoende mijnruimingsmaterieel – niet.
Nu wordt het weer winter, en voltrekken zich in het westen de discussies over hulp aan Oekraïne onder een ander gesternte. De hulp nam de afgelopen maanden al af en zowel in Oekraïne als in de westerse publieke opinie lijkt het pessimisme toe te nemen. In de publieke opinie speelt het vastgelopen Oekraïense offensief daarbij ook een rol.
Oekraïne kreeg niet de wapens die het nodig had om verschil te maken, maar wel het advies de tegenaanval te concentreren op één punt in het zuiden – niet verspreid over drie plaatsen, zoals de Oekraïners wilden. Terwijl hierover frictie ontstond, en verlate westerse wapenleveranties Oekraïense generaals tot begin juni deden treuzelen, bouwde Rusland steeds betere defensielinies, voorzien van miljoenen en miljoenen mijnen.
Maar liefst acht simulatie-oefeningen werden gehouden, met spreadsheets en geschuif op grote kaarten. De Amerikaanse inlichtingendiensten waren pessimistischer, maar het Pentagon hoopte dat met een geconcentreerde aanval in het beste scenario binnen 60 tot 90 dagen de Zee van Azov bereikt zou worden. Oekraïne zou wel 30 tot 40 procent van zijn manschappen en materieel verliezen. ‘Makkelijk voor ons om dat tegen ze te zeggen’, erkent een betrokkene.
Volgens de Oekraïners waren de oefeningen niet realistisch. In de simulaties werd onvoldoende rekening gehouden met de enorme mijnenvelden en de rol van moderne technologie op het slagveld, waarop alles zichtbaar is en aanvallende voertuigen snel uitgeschakeld kunnen worden. Bovendien ontbrak een cruciaal element: luchtoverwicht.
Vertraagde westerse leveranties leidden tot uitstel, wat de frictie vergrootte. ‘In april was het dit, in mei was het dat, en toen werd het al juni – het werd steeds uitgesteld’, klinkt het nu. Maar hoe moesten we door die linies breken, luidt het Oekraïense verweer, als we maar ‘15 procent’ van het materieel hadden om door die mijnenvelden te komen?
Het verschil tussen planning en realiteit is goed te zien in het zuidelijk gelegen Robotyne. Binnen vier dagen moest dat plaatsje en het gebied eromheen veroverd zijn. Het werden twaalf weken. De verliezen waren in die eerste dagen zo dramatisch dat de Oekraïners snel overgingen op een kleinschaliger tactiek.
De op basis van anonieme westerse functionarissen geschreven verhalen over Oekraïense tekortkomingen ergeren experts als professor strategische studies Phillips P. OBrien. De laatste keren dat Amerikanen zonder luchtdominantie vochten, schreef hij deze week, waren Guadalkanal (1942), de Filipijnen (1942), en het Ardennenoffensief (1944).
Hoe het zij, het tegenoffensief heeft niet gebracht wat sommigen ervan hoopten. De les, zeggen militaire experts, is tweevoudig: idealiter wordt de steun drastisch geïntensiveerd, en zolang dat niet gebeurt moet Oekraïne zijn capaciteit zuiniger en defensiever inzetten. Reken sowieso niet meer op wonderen.
Zowel in de VS als in de EU openbaren zich scheurtjes in de steun voor Oekraïne. Verdere steun kan nog steeds op ruime meerderheden rekenen, in de politiek en in peilingen, maar wordt gehinderd door minderheden die zowel in Washington als in Brussel effectieve blokkades opwerpen.
Deze ontwikkelingen ontnemen het zicht op een onderstroom van de oorlog die dit jaar tot wasdom kwam: de overschakeling van incidentele naar structurele steun aan Oekraïne, door middel van coalities van westerse landen die zich op F-16’s, of luchtverdediging, of artillerie, of munitie voor Oekraïne storten. De stille transformatie van westerse steun van het niveau hulp bij hordelopen naar ondersteuning bij een marathon is in volle gang.
Maar de mogelijkheid dat de Amerikaanse hulp ten einde komt, hangt nu als een zwaard van Damocles boven de oorlog. Daarbij spelen zowel de huidige politieke strijd in Washington als de komende verkiezingen en een mogelijke tweede regeertermijn voor Donald Trump mee. Dat kan in theorie het moment worden waarop het Westen de pretentie om een wereldorde te schragen opgeeft – niet vanwege de kracht van de tegenstanders, maar vanwege interne crisis en onwil om deze inspanning nog te leveren.
Dat geeft president Vladimir Poetin, die besloten heeft er nog een presidentstermijn aan vast te plakken, hoop. Zijn inlichtingenchef zei deze week dat Amerika in Oekraïne zijn ‘tweede Vietnam’ beleeft. Het is te vroeg voor die conclusie. Alles overziend lijkt deze onnodige agressieoorlog eerder op Ruslands ‘tweede Afghanistan’. Als westerse landen willen, kunnen ze de verhoogde Russische wapenproductie met gemak overtroeven. Hier worden de troebelen en de zelftwijfel breed uitgemeten in de vrije pers, in Rusland worden ze onder het tapijt geveegd. Dat geeft een vertekend beeld.
De voortdurende Russische pogingen tot destabilisatie strekken veel verder dan Oekraïne, ze zijn merkbaar van Finland tot Moldavië, van West-Afrika tot het Midden-Oosten, en van cyberinterventies van Londen tot Parijs en Washington. Dat leidt tot een paradoxale conclusie: interne sores verzwakken westerse landen danig, maar Poetin met zijn op alle fronten gevoerde hybride oorlog dwingt ze keer op keer tot optreden. Het is nog vroeg dag voor grote conclusies.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden