Home

Anne en Marius in relatietherapie: ‘De afdeling onoplosbare zaken wordt wel groot. We kunnen niet samen balen’

Wie: Anna (51) en Marius (54).
Beroepen: hbo-docent en universitair docent.
In therapie sinds: dit is hun tweede gesprek.
Therapeut: psycho- en EFT-therapeut Lotte van Hoorn-ten Hoeve.

Als Marius de spreekkamer binnenkomt, legt hij zijn tas op een van de drie lage stoelen bij het raam. Anna vist hem er meteen weer van af. ‘Je legt je tas nu precies op Lottes stoel.’ Marius zet zijn tas in een hoek, gaat zitten, maar wil voor aanvang iets kwijt: ‘Ik voel me een beetje ongemakkelijk met een journalist erbij. Niets ten nadele van jou, Evelien, maar Anna heeft toegezegd en dan maak ik geen bezwaar, want ik wil niet lastig zijn.’

‘Ik zat in de ja-modus’, knikt Anna. Na de afspraak dat het stel anoniem zal blijven, gaat ook Marius akkoord. Anna draagt een modieuze outfit, zwart pak, oranje overhemd, haar donkere haar is in een boblijn geknipt. Marius draagt een donkerblauwe schipperstrui en een bril. Ze hebben twee zonen in de puberleeftijd. Allebei zijn ze docent, maar Marius zit momenteel thuis: na een arbeidsconflict is hij ontslagen aan de universiteit waar hij werkte en een nieuwe werkkring heeft hij nog niet gevonden. Dat drukt financieel op het gezin. Daar komt bij dat ze graag terug naar de stad zouden verhuizen, maar hun honderdvijftig jaar oude huis in een Betuws dorp dat ze een paar jaar geleden kochten, staat onder water; het levert vanwege het noodzakelijke onderhoud onvoldoende op. Marius en Anna kunnen er niet over praten: het onderwerp ‘huis/verhuizing’ leidt steevast tot spanningen tussen de twee.

Lotte van Hoorn opent het gesprek met de vraag: ‘Hoe hebben jullie het ervaren hier, de vorige keer?’

Marius: ‘Ik kreeg na afloop een kus van Anna, dat was fijn.’

Anna: ‘Het was wel verbindend om samen in gesprek te zijn.’

Lotte geeft het koppel een compliment: ‘Ik vond het knap hoe jullie je openstelden. Jeetje, dacht ik, en dat voor twee mensen die als kind veel alleen zijn gelaten met hun emoties.’

Anna: ‘Ik kan wel analyseren hoe dat me gevormd heeft, maar jij, Marius, draagt nog altijd een soort schuld bij je.’

Marius: ‘Nu ook weer; als ik nee zeg tegen een journalist erbij, voel ik me schuldig. Want ik wil niet moeilijk doen.’

Lotte van Hoorn tegen Marius: ‘Begrijp ik dat het voor jou lastig is om te zeggen: ho, dit wil ik niet?’

Anna: ‘Het is duidelijk dat ik de broek aanheb thuis. Maar ik heb het liever gelijkwaardig.’

Lotte van Hoorn: ‘Kun je ons helpen te begrijpen waarom je de neiging hebt mee te bewegen, Marius?’

Marius: ‘Nou, anders leidt het tot boosheid bij Anna. Ik wil geen verwijdering laten ontstaan. Dat we geen beslissing nemen over ons huis heeft deels een financiële oorzaak, maar het is ook omdat we er zo verschillend over denken.’

Anna: ‘Misschien stort je je daarom op allerlei zaken die niets met het huis en ons gezin te maken hebben.’

Marius knikt: ‘Bestuur hier, activiteit daar, ik heb de neiging van alles aan te pakken, ja.’

Lotte kijkt de twee om de beurt aan: ‘Marius, begrijp ik dat jij uit angst voor verwijdering van Anna dingen uit de weg gaat? En dat dit jou, Anna, het gevoel geeft niet samen te kunnen praten over de moeilijke dingen in jullie leven?’

Anna: ‘Ja, de afdeling onoplosbare zaken wordt wel groot zo. Het meest loop ik er tegenaan dat we niet samen kunnen balen.’

Lotte: ‘Jullie kunnen niet samen boos en verdrietig zijn over het huis.’

Anna: ‘Ik praat er wel over met een vriendin, maar thuis sluit ik me af. Dat voelt eenzaam en heel zwaar.’ Ze krijgt tranen in haar ogen: ‘Ik heb het gevoel, Marius, dat ik met mijn rug naar je toe sta, terwijl dat niet mijn wens is. Ik zou graag bij je terechtkunnen en samen rouwen om al onze tegenslag.’

Lotte: ‘Zie je Anna’verdriet, Marius, wat zou je willen doen?’

Marius pakt Anna’s hand. ‘Maar ik voel me schuldig voor die tegenslag.’ Nadat hij haar hand weer heeft losgelaten: ‘En ik wil je wel vastpakken en je steunen, maar ik durf het niet. Ik heb me zo vaak door je afgewezen gevoeld.’

Lotte: ‘Het was mooi om te zien net dat je Anna wilde troosten. Maar je durft niet goed, komt in een soort bevriezing.’

Marius: ‘Dat is het goede woord, ja. Ik trek me terug.’

Lotte: ‘En dan voel jij, Anna, je weer alleen.’

Marius: ‘Maar ik weet vaak helemaal niet of Anna het wel fijn vindt om mij te zien. Als ze thuiskomt, moet ik echt kijken of ze wel oké is.’

Anna: ‘Jij maakt dat persoonlijk, maar ik ben dan natgeregend op de fiets of er is stress op het werk waardoor ik geïrriteerd ben. Het gaat niet altijd over ons samen.’

Marius: ‘Nou, als ik zie hoe enthousiast je op de jongens reageert, en op de hond... Ik vind dat wel persoonlijk. Ik zie dat als een afwijzing.’

Anna: ‘Wat ik afwijs, is die blik van: mag ik ook een aai? Daar ben ik heel allergisch voor.’

Lotte: ‘En jij, Marius, bent er juist alert op: is het wel oké tussen ons?’

Marius: ‘Ja. Dan gaan er allerlei angstige gedachten door mijn hoofd.’

Lotte: ‘En als je die eens uitspreekt? Wat gaat er in je om?’

Marius: ‘Dat Anna het me verwijt dat ik niet aan het gezinsinkomen bijdraag. Dat ze me ziet als een loser, mislukt voor het gezin.’

Lotte: ‘Hoe voelt dat van binnen als je zegt: ik voel me soms zo’n loser?’

Marius: ‘Pijnlijk, maar ik vind het zelf ook.’

Lotte: ‘Misschien wel meer dan Anna.’

Marius: ‘Ja, en hoe mislukter ik me voel, hoe meer ik het gesprek uit de weg ga.’

Anna: ‘Terwijl ik graag samen wil praten over hoe kut en verdrietig het allemaal is met het huis. Weet je niet meer hoe we ooit samen besloten om te verhuizen?’

Marius: ‘Maar ik wil niet samen in jouw verdriet zitten, omdat je me verwijt dat ik het veroorzaakt heb met mijn ontslag. ‘Ik ben niet jouw coach’, heb je me eens gezegd. Omdat ik me verantwoordelijk voel voor het probleem, wil ik het oplossen, en dat kan ik niet. Ik weet niet hoe ik je moet troosten. Daarom vermijd ik het gesprek.’

Lotte: ‘Jullie zitten hier omdat jullie allebei verlangen naar verbinding. Anna zegt: ik ga naar een vriendin voor troost, maar ik wil die ook graag van jou, Marius. En jij, Marius, zegt: help me je te troosten.’

Marius: ‘Ja. Het is goed dat je de boel voor ons openzet, Lotte.’

Anna: ‘Ik vind het fijn om te merken dat Marius zich ook kut voelt over de afstand tussen ons.’

Marius tegen Anna: ‘Dacht je dan dat ik het niet erg vond, mijn onvermogen om jou te bereiken?’

Anna: ‘Maar ik zie dat niet aan je, Marius. Ik zie vooral jouw angst voor afwijzing.’

Marius: ‘Jij ziet vooral mijn angst en niet mijn verdriet. En ik zie vooral jouw boosheid en niet jouw verdriet.’

Lotte: ‘Daar gaan we het de volgende keer over hebben. Want als jullie je meer verbonden voelen, valt met de afdeling onopgeloste zaken een stuk beter te dealen.’

Anna: ‘Er is echt wel iets gebeurd vandaag, dat geeft hoop. Vond ik de vorige keer ook.’

Marius, met een lachje: ‘En ik kreeg een kus.’

Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen gefingeerd en sommige details veranderd.

Ook samen in deze serie? Mail naar: e.vanveen@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next