Toen schrijver Rutger Bregman op het World Economic Forum in Davos in 2019 betoogde dat de superrijken te veel belasting ontwijken, ging dat al snel de wereld over: ‘We kunnen heel lang over al die stomme filantropische modellen praten (...) maar kom op: we moeten het over belastingen hebben!’
Daar is weinig op af te dingen. Ook al was de onbedoelde bijvangst van alle aandacht dat het weer leek alsof die ‘stomme’ filantropie minder deugt dan voldoen aan belastingplicht.
Onderzoekers denken daar anders over. Volgens hen is filantropie niet een mindere of een elitaire, maar vaak juist een onmisbare manier om de boel bij elkaar te houden. Sterker nog: zonder filantropie hadden allerlei nuttige overheidstaken waar we inmiddels belasting voor betalen niet bestaan, van armenzorg tot dijkbewaking.
Nederlanders doneren eenderde van al hun giften in december. Vier hoogleraren leggen uit waarom filantropie belangrijk is en goed voor iedereen – ook als je maar een klein beetje kunt missen. Zes lessen en de hamvraag: wat levert filantropie ons op?
Over de auteur
Margriet Oostveen schrijft voor de Volkskrant over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.
In 1652 ging Peter Stuyvesant, gouverneur van Nieuw-Nederland, met de pet rond in nederzetting Nieuw-Amsterdam. Dit voor de bouw van een wal, die inwoners moest beschermen tegen ‘indringers’. Het latere Wall Street in New York dankt er zijn naam aan.
Socioloog René Bekkers, hoogleraar filantropie en directeur van het Centrum voor Filantropische Studies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, vertelt zijn eerstejaars er graag over. ‘En dan leg ik uit dat die wal een publiek goed was, zoals we dat noemen: niemand heeft er in zijn eentje voldoende aan om hem alleen te betalen, het ging om een collectief belang.’ Later is de overheid voor dat soort zaken gaan zorgen.
Dit gebeurt nog steeds, zegt Bekkers: ‘Neem de financiering van het onderzoek naar postcovid: artsen en patiëntenorganisaties vinden het belachelijk dat daar geen overheidsgeld voor is en beginnen hun eigen fonds. Daarna gaat de overheid het ook belangrijk vinden.’
In de Gouden Eeuw stond op elke straathoek een collectebus en kregen mensen nog vaker bedelbrieven thuis dan nu, zegt Marco van Leeuwen, hoogleraar historische sociologie aan de Universiteit Utrecht. ‘Geven bracht ook persoonlijk voordeel, in de vorm van hemelrente.’ Oftewel een betere kans om in het hiernamaals te komen.
Grote gevers stichtten maagdenhuizen voor wezen. En, al sinds de Middeleeuwen, complete hofjes waar ouderen konden wonen: de eerste vorm van oudedagsvoorziening – daarna pas bedacht de overheid de AOW.
Gilden zorgden als eersten voor onderlinge hulp bij bijvoorbeeld ziekte – zo ontstonden verzekeringen. En de kerkelijke armenzorg hield ook de kerk zélf bij elkaar, zegt Van Leeuwen: ‘Voorwaarde voor hulp was natuurlijk dat je ook in die kerk kwam.’
In de 19de eeuw steeg de levensstandaard, ook van de armen, en was wat er uit de collectebussen kwam niet meer genoeg. ‘Mensen verwachtten meer dan een kerkgenootschap nog kon opbrengen.’ In de 20ste eeuw groeiden de conflicten tussen de instanties voor armenzorg en de ontvangers, die zich geen verplichte kerkgang meer lieten voorschrijven.
Pas met de opkomst van de sociaal-liberale partijen wordt armenzorg dan langzaamaan een overheidstaak. De Bijstandswet is in 1965 ingevoerd. ‘De kleine christelijke kerkgenootschappen waren tegen, die voorzagen al wat er stond te gebeuren als de overheid zelf voor de armen ging zorgen’, zegt Van Leeuwen.
Na de invoering van de Bijstandswet zie je de kerken inderdaad leeglopen, al hangt dat ook met de algehele ontzuiling samen. De kerken richtten zich daarna op ontwikkelingshulp in Afrika. ‘Totdat de overheid ook dat ging overnemen.’
Filantropie was, kortom, al ruim voordat de overheid zich hierom bekommerde een manier om de gezamenlijkheid voorop te stellen, laat onderzoek van Van Leeuwen zien. Mensen gaven aan goede doelen om ergens bij te horen en om sociale scheidslijnen tussen arm en rijk te overbruggen.
Kunnen we nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt wat de wetenschap zegt, waar struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij
Terwijl filantropie tegenwoordig bij uitstek wordt geassocieerd met miljardairs als Warren Buffett en Bill en Melinda Gates, was dat in de Gouden Eeuw volkomen anders. Een fascinerende recente inventarisatie van Van Leeuwen en collega’s wijst uit dat, ofschoon alle inwoners van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van hoog tot laag veel aan filantropie deden vergeleken met andere landen (geschat op maar liefst 3 procent van het bruto binnenlands product), dit volstrekt niet gold voor de 263 allerrijksten.
‘De mensen met aandelen in slaven en plantages, zeg maar de bovenste helft van wat nu de Quote 500 is, gaven zo goed als niets.’ Anonieme donaties dan? Nee, daarvoor waren de anonieme giften die zijn teruggevonden te klein. ‘Ik begrijp nog niet goed waarom juist de allerrijksten het lieten afweten’, zegt Van Leeuwen. ‘Misschien zien we nog iets over het hoofd, want dit is bizar.’
En wij? Het onderzoek Geven in Nederland van het Centrum voor Filantropische Studies brengt sinds 1995 elke twee jaar in kaart wat huishoudens, individuen, fondsen, bedrijven en goededoelenloterijen weggeven.
Voorwaarde is een publiek belang: crowdfunding voor je eigen backpacktrip telt dus niet mee, crowdfunding voor bijvoorbeeld onderzoek naar de zeldzame ziekte waar je neefje aan lijdt wel (die beslaat nu 12 procent van alle giften). Ook vrijwilligerswerk op maatschappelijk terrein telt mee als filantropie.
Theo Schuyt begon het onderzoek destijds, naar voorbeeld van het Amerikaanse onderzoek Giving USA: ‘Omdat samenlevingen niet kunnen draaien zonder vrijgevigheid is het belangrijk te weten over hoeveel geld dat gaat.’
Hij werd de eerste Nederlandse hoogleraar filantropie, ‘maar ik heb me wel afgevraagd of ik dat woord hier moest gebruiken, want ik had hier evengoed ‘maatschappelijk initiatief’ kunnen zeggen. Wij zijn een land van burgers die nu eenmaal graag hun eigen zaken regelen. Mijn buitenlandse collega’s zeggen altijd: ‘Zet drie Nederlanders bij elkaar en je hebt een stichting.’’
Komend jaar verschijnt een nieuwe editie van Geven in Nederland, de laatste is van 2022. Toen gaven Nederlandse huishoudens, fondsen, bedrijven en goededoelenloterijen 5,6 miljard euro weg: 0,7 procent van het bruto binnenlands product. In 2003 was dat nog 1,1 procent.
Onder dat gemiddelde percentage zijn de verschillen opvallend: in belastingdata van het CBS over aftrekbare giften is te zien dat de minst rijke Nederlanders drie jaar geleden maar liefst 10 procent van hun bezit aan goede doelen gaven, en de rijkste 0,61 procent.
Nederland staat wereldwijd nu op de achtste plaats van de World Giving Index. Op de eerste plaats staat Myanmar, waar het overwegend boeddhistisch geloof een rol in kan spelen.
Ook deed 44 procent van de Nederlanders aan vrijwilligerswerk. ‘En dat’, zegt Schuyt, ‘is bij uitstek een vorm van sociale cohesie.’
Nederland gaf het meest aan de categorie gezondheid. Daarna volgden, in volgorde van belangrijkheid: kerk en levensbeschouwing; internationale hulp; maatschappelijke en sociale doelen; milieu, natuur en dieren, ‘overig’; ‘sport en recreatie’; cultuur en onderwijs en onderzoek.
Bekijk je wat Nederlandse huishoudens geven, afzonderlijk dus van de grote fondsen (van het Rode Kruis tot de Postcodeloterij en van vermogensfondsen zoals het VSB-fonds tot familiefondsen) dan gaat het om ongeveer 0,4 procent van hun inkomen.
‘Dat is dan weer heel weinig’, zegt René Bekkers, nu directeur van het Centrum voor Filantropische Studies. Per Nederlands huishouden gaat het om gemiddeld 213 euro per jaar.
Komt dat doordat we hier relatief veel belasting betalen? Bekkers: ‘Als je wereldwijd de belastingdruk van landen op een rijtje zet en hoeveel huishoudens er weggeven, dan is er geen verband. Binnen Europa geeft in landen met een hoge belastingdruk zelfs een hoger percentage van de mensen aan goede doelen.’
Tegelijk geeft van alle Nederlanders bijna 80 procent jaarlijks wel íéts aan een goed doel. ‘Er zijn weinig landen waar dat percentage zo hoog is.’ Hoe kan dat? Bekkers heeft dat laten uitrekenen: ‘Wij hebben enorm veel organisaties. Voor elke 474 Nederlanders hebben wij een goed doel.’
Als je op de kaart van Nederland zou inkleuren waar het meeste geld wordt gegeven, dan beland je nog steeds in de Biblebelt. Protestanten en moslims geven het vaakst (86 en 84 procent). Terwijl steeds minder mensen naar de kerk gaan, zijn vooral in protestantse kring mensen sinds de jaren negentig aanzienlijk meer gaan geven.
Dat komt ook door nalatenschappen. De kerkelijken zitten qua geven nu aan hun maximum of komen te overlijden. René Bekkers: ‘Daardoor komt er nog een tijdje veel geld vrij. Vooral van de generatie die voor de oorlog is geboren, de stille generatie. Die heeft altijd het meeste gegeven, maar is nu dus aan het verdwijnen.’
Bekkers berekende dat tot 2059 in Nederland 100 miljard voor goede doelen beschikbaar komt en spreekt al van ‘de gouden eeuw van de filantropie’. En daarna? ‘Bij de generaties daarna moet het geven echt omhoog. Zij geven veel minder. En dat is per persoon, niet omdat ze met minder zijn als generatie.’
Tientallen miljoenen geeft de miljardairsfamilie Van der Vorm jaarlijks uit aan goede doelen in Rotterdam. Toch lagen de bekendste filantropen van Nederland dit jaar onder vuur, toen bleek dat hun investeringsmaatschappij HAL via Bermuda, Curaçao en Monaco belasting ontwijkt. Het bestuur besloot vorige maand het hoofdkantoor terug te verhuizen naar Rotterdam, waardoor fiscale voordelen vervallen.
Volgens de World Inequality Database bezitten de 10 procent meest vermogende inwoners van Nederland samen ongeveer 50 procent van al het vermogen. Ter vergelijking: in de Verenigde Staten is dat ongeveer 70 procent. De rijkste 1 procent bezit in Nederland 17 procent van al het vermogen, in de Verenigde Staten 35 procent. In Nederland zijn de meest vermogende particulieren een stuk minder vermogend dan in de VS.
Econoom Paul Smeets, hoogleraar filantropie en duurzame investering aan de Universiteit van Amsterdam, wordt geregeld door vermogende families thuis uitgenodigd voor advies. Hij weet goed hoe je zoiets doet: Smeets deed zelf onderzoek naar hun ethisch gedrag (niet minder dan bij niet-miljonairs, zoals eerder werd aangenomen) en naar hun vrijgevigheid.
Dat laatste onderzoek bevatte een experiment dat in de literatuur bekend staat als het ‘dictatorspel’: geef mensen ieder 100 euro om te verdelen tussen zichzelf en anderen. Smeets gaf bij dit experiment geld aan miljonairs, om naar eigen inzicht te delen met mensen met een lager inkomen. ‘Gemiddeld geven mensen in dictatorgames 28 euro weg. Miljonairs gaven veel meer: de helft schonk het volledige bedrag.’
Heel anders ging het bij het ‘ultimatumspel’, een variant waarbij mensen moeten onderhandelen. ‘Dan wordt het voor miljonairs een zakelijke transactie en houden ze de helft, zelfs als ze onderhandelen met iemand met een laag inkomen. Het is kortom belangrijk dat je vermogenden niet op een te zakelijke manier toespreekt, maar als iemand die echt wil geven.’
Wie wil dat miljonairs zoveel mogelijk weggeven, zegt Paul Smeets, moet hen op hun persoonlijke betrokkenheid aanspreken en ook een gevoel van autonomie geven.
Wat valt Smeets zelf het meeste op als hij met vermogende families rond de tafel zit? ‘Wat ik het mooiste vind, is dat je van die families vaak helemaal nooit iets hoort. Ze zijn niet bekend en geven anoniem veel geld weg. Dat draagt niet bij aan het beeld dat we van de rijken hebben, maar met het inkijkje dat het mij geeft, denk ik vaak: hé, daar gebeurt meer dan wij denken.’
Wat levert filantropie ons op? Een overheid die goede voorbeelden volgt: zie het verleden. Maar saamhorigheid? De Amerikaanse socioloog Robert Putnam betoogde in Bowling Alone dat vrijwilligerswerk ertoe leidt dat de mensen die het doen meer vertrouwen in andere mensen krijgen. Maar René Bekkers toonde in onderzoeken aan dat dit niet helemaal zo werkt: ‘Het werkt andersom: mensen die meer vertrouwen hebben, die gaan vaker vrijwilligerswerk doen.’
Onderzoek wijst uit dat het geven van geld of goederen op zichzelf niet socialer en ook niet gelukkiger maakt, zegt Bekkers. Mensen die al gelukkig zijn geven vaker, maar na zo’n gift zijn ze niet gelukkiger dan ze al waren. ‘Waar je ze wel gelukkiger van kunt laten worden, is vertellen dat andere mensen ook geven.’
Paul Smeets kent zelfs een voorbeeld waar filantropie aantoonbaar slecht was voor de samenleving: Scared Straight, een programma dat Amerikaanse kinderen uit criminele buurten meenam naar gevangenissen met het doel ze op het rechte pad te houden: ‘Onderzoek wees uit dat deze kinderen juist gefascineerd raakten en later vaker in de cel belandden.’
Je kunt dan ook beter onderzoeken wat filantropie het goede doel oplevert, zegt Smeets: deze manier van denken krijgt bekendheid als ‘effectief doneren’. Smeets adviseert vermogende families daarom in drie potjes te denken (‘en dat zou iedereen natuurlijk kunnen doen’).
Potje één besteed je aan jezelf. Potje twee aan een goed doel waar je een persoonlijke betrokkenheid bij hebt (‘waaraan je gewoon graag geeft’): van het museum in je stad tot de crowdfunding voor Oekraïne van de buurvrouw, of aan het Leger des Heils. ‘En het derde potje’, zegt Smeets, ‘is het potje met bewezen effectieve donaties.’
Het gaat dan om donaties waar je met iedere euro zoveel mogelijk ‘impact’ bereikt. In de categorie gezondheid is dat zo veel mogelijk levens redden of levens verbeteren. In de categorie klimaat kan het gaan om het maximaal terugdringen van CO2-uitstoot.
‘De meest effectieve goede doelen brengen honderd keer meer op dan gewone goede doelen’, zegt Smeets. Hoe weet hij dat zo zeker? ‘Omdat een brede groep van wetenschappers dit voortdurend internationaal onderzoekt’, zegt hij. Drie economen wonnen met deze aanpak in 2019 al de Nobelprijs voor Economie.
In Nederland zijn bewezen effectieve doelen te vinden bij de Stichting Doneer Effectief, aanbevolen door Smeets. Daar staan voorbeelden van het verstrekken van vitamine A-supplementen om blindheid tegen te gaan, tot de ontwikkeling van kweekvlees en het uitstootvrij maken van de stedelijke omgeving. ‘Van de 5,6 miljard euro die Nederland nu weggeeft, gaat nu ongeveer 1,5 miljoen naar effectieve doelen’, zegt Smeets. ‘Dat kan dus veel beter.’
Nog een voordeel: de grootste aanwas bij effectief doneren is te zien onder jonge rijken. ‘Ook mensen van de Zuidas melden zich. Die beginnen zich af te vragen hoe zíj meer kunnen bijdragen aan de maatschappij.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden