Een van de Zweedse scholieren in de kleine bibliotheek pakt de microfoon en richt zich tot de winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur. ‘Beste Jon Fosse, mijn naam is Amanda. We hebben veel van je teksten gelezen, waaronder je gedichten en boeken. Ik voel me net als jij. Soms wil je alleen zijn, zonder het lawaai van anderen. Jezelf zijn en doen wat je wilt, bijna vrij.’
Fosse, tussen het publiek herkenbaar door zijn kenmerkende grijze paardenstaart, lijkt onder de indruk. De Noorse schrijver zal zich veel hebben voorgesteld van de Nobelweek, wanneer alle Nobellaureaten naar Stockholm komen om hun prijs op te halen, maar misschien niet dit.
Over de auteur
Jeroen Visser is correspondent Scandinavië en Finland voor de Volkskrant. Hij woont in Stockholm. Hiervoor was hij correspondent Zuidoost-Azië. Hij is auteur van het boek Noord-Korea zegt nooit sorry.
Voor de winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur staat er jaarlijks een markant onderdeel op het programma: een ontmoeting met scholieren in Rinkeby, een van de beruchtste achterstandswijken van Stockholm. Het is een traditie die terug gaat tot 1988. Literaire grootheden als José Saramago, Günter Grass en Mario Vargas Llosa zaten allemaal op de zwarte fauteuil waar Fosse nu op zit. De Noor, die wereldberoemde toneelstukken schreef als Er gaat iemand komen en De naam, geeft deze week geen interviews, maar naar Rinkeby komt hij wel.
Het contrast met de avond hiervoor kan niet groter zijn. Toen gaf Fosse de traditionele Nobellezing bij de Zweedse Academie, een van de meest elitaire genootschappen van het land dat jaarlijks de winnaar van de literaire prijs der prijzen aanwijst. De academie zetelt in het oude beursgebouw midden in de oude stad van Stockholm. De bieb van Rinkeby ligt aan een winderig plein met een groentezaak en koffiehuis waar je alleen contant kan betalen.
De ontmoeting werd ooit bedacht om de kracht van meertaligheid te vieren: in Rinkeby hebben de meeste kinderen een andere moedertaal dan Zweeds. Voor de kinderen is de ontmoeting met de laureaat ook het slotstuk van hun Nobelproject, waarin ze leren over Alfred Nobel, de door hem bedachte prijs en het werk van de literatuurprijslaureaat. Hun ervaringen verwerken ze in een voorstelling.
De show voor Fosse begint met iets lichts: het lied We houden van Rinkeby. ‘We hebben bloemen en natuur, hier spreken we vele talen en de metro eindigt hier’, zingen de scholieren, terwijl muziekdocent Rolando Pomo met zijn prachtige basstem te hulp schiet en met zijn vinger naar zijn mond wijst als de leerlingen de tekst dreigen te vergeten.
Dan vertellen de leerlingen over het belang van hun moedertaal – ‘Als ik Somalisch spreek, voel ik me thuis’ – en hun indruk van het werk van Fosse. Het publiek valt stil als de 16-jarige Tasmiah een eigen gedicht voordraagt geïnspireerd op Kant, een jeugdboek van Fosse uit 1990. ‘Hij met de wijze geest met veel ideeën en woorden / maar wie nooit kan zeggen, krijgt nooit wat hij wil.’
‘Dit was voor mij een ontroerende ervaring’, zegt Fosse na afloop. De schrijver is geen fan is van publieke optredens en houdt zijn dankwoord dan ook kort. ‘Dit was echt heel sterk.’
Terwijl Fosse en de scholieren aan een aparte tafel napraten, is er voor de rest koffie, muffins en baklava. De komst van de Nobelprijswinnaar naar de leerlingen in de kleine bibliotheek is belangrijk, zegt muziekdocent Pomo (68), terwijl hij inschenkt. ‘Het gaat er vooral om hun wereld een stukje groter te maken. Daar kunnen we dan weer op voortbouwen op school. Maar ik verwacht niet dat ze morgen met Oorlog en Vrede of de Gebroeders Karamazov komen aanzetten hoor.’
Pomo vluchtte in 1978 uit zijn geboorteland Argentinië naar Zweden. Sinds 1980 werkt hij op de basisschool in Rinkeby. Bij de Nobelochtend was hij sinds het eerste jaar altijd aanwezig. J.M. Coetzee (winnaar in 2003) was nogal stijfjes geweest, zegt hij. ‘En Orhan Pamuk (2006) praatte door de ceremonie heen toen hij ontdekte dat een van de kinderen Turks sprak. Heerlijk, hahaha.’
Meestal komt zijn wijk niet zo goed in het nieuws. Rinkeby, waar de meeste inwoners eerste of tweede generatie migranten zijn, is officieel een kwetsbare wijk, wat betekent dat de werkloosheid er hoog is net als de criminaliteit. De afgelopen jaren was de wijk het toneel van bloedige bendeoorlogen. ‘Zie je die imam daar, die heeft al minstens twintig jonge knullen begraven’, zegt Pomo. ‘Van mijn school zitter er ook drie in de gevangenis voor moord. Ik heb ze nog als zesjarigen zien binnenkomen.’
De leerlingen weten ervan, het geweld en de misdaad komt voorbij in hun gedichten. ‘Op een avond hoorde ik schoten, op een avond kon ik niet slapen, wilde ik niet slapen’, dicht een van hen. Volgens kunstdocent Anela Muradbegovic (62), die in 1993 vanuit Bosnië naar Zweden vluchtte, zegt dat het Nobelproject een manier is om kinderen meer zelfvertrouwen te geven. ‘Ze moeten leren geloven in zichzelf en in de toekomst. Dit kan daarbij helpen.’
De 16-jarige Tasmiah, die eerder haar eigen gedicht voordroeg, komt stralend van haar ontmoeting met Fosse. ‘Hij zei dat hij het fantastisch vond.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden