Home

De panda’s waren reuze populair in Schotland. Niemand maakte de beesten enig verwijt

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid beïnvloedt. Deze week: de laatste momenten van Tian Tian en Yang Guang op Schotse bodem.

Deze foto is onderdeel van een serie, afgelopen maandag gemaakt op het vliegveld van Edinburgh. En die serie is dan weer deel van een groter verhaal, dat begint in 2011 in China en daar ook eindigt. Maar zo op zichzelf, zonder context, zonder verhaal, is dit beeld ook mooi. Het is fris en strak, met dat witte cargovliegtuig dat net door de wasstraat gehaald is, het spiegelende natte asfalt en overal felgele accenten.

Het is ook een beetje mysterieus. Wat doet dat struikgewas op die hoogwerker, waarom gaat dat het vliegtuig in? En waarom zijn er welgeteld negen mensen, en buiten het kader van de foto misschien nog wel meer, met dat groen gemoeid?

De foto is het resultaat van een groots opgezet Schots persmoment. Hoofdrolspelers: Tian Tian (‘Liefje’) en Yang Guang (‘Zonneschijn’), twee reuzenpanda’s, een vrouwtje en een mannetje uit de dierentuin van Edinburgh, de enige twee panda’s van het Verenigd Koninkrijk. De dieren reisden twaalf jaar geleden van China naar Schotland, als onderdeel van een uitwisselingsprogramma tussen de Schotse Royal Zoological Society en de Chinese Wildlife Conservation Association. Het doel: baby’s maken. Panda-nageslacht voor Schotland.

Dat is niet gelukt. Uit zichzelf wilden Tian Tian en Yang Guang al niet, en ook de pogingen met kunstmatige inseminatie (acht in totaal) mislukten. In 2021 werd het laatste restje bevruchtingshoop de grond ingeboord, toen bleek dat Yang Guang teelbalkanker had en moest worden gecastreerd.

Desalniettemin waren de panda’s reuze populair in Schotland. Niemand maakte de beesten enig verwijt. Ze trokken veel mensen naar de dierentuin, kregen hun eigen Schotse Tartan-ruit en zelfs hun eigen pandavideokanaal (‘Panda Cam’). Geen wonder dus dat hun terugtocht naar China groots werd aangekondigd en dat er zelfs mensen naar het vliegveld waren gekomen om Tian Tian en Yang Guang uit te zwaaien.

Daarmee zijn we bij deze foto aangekomen. Jane Barlow is de fotograaf ter plaatse. Vorig jaar september maakte zij wat achteraf de laatste officiële foto van koningin Elizabeth bleek te zijn, twee dagen voordat de vorstin overleed. Ze kreeg er een belangrijke fotoprijs voor en werd uitgeroepen tot Journalist van het Jaar.

Haar journalistieke taak vandaag is een beetje ondankbaar. Mocht ze vorig jaar heel dicht bij de koningin komen, dichtbij genoeg om vakkundig te registreren hoe frêle en breekbaar Elizabeth was, de twee Chinese panda’s zitten verstopt in zwarte metalen kratten. Barlow kan dus niet inzoomen op hun (angstige, blije, chagrijnige, of welke opgedrongen menselijke emotie dan ook) koppies. Daarmee is de kans op ontroering vrij klein geworden en dus gooit de fotograaf het over een andere boeg. Ze doet een paar passen achteruit en fotografeert de laatste momenten van Tian Tian en Yang Guang op Schotse bodem van een afstandje.

Ze volgt de kratten totdat ze in de buik van het vliegtuig staan. Ze fotografeert de mensen die de panda’s in de regen zijn komen uitzwaaien en fanatiek foto’s maken. Snuit daar iemand vertederd zijn neus? Geen idee, het is te ver weg om goed te kunnen zien. Op het vliegveld vallen zelfs de reuzenkratten in het niet.

Barlow fotografeert ook de pandacatering, een portie verse bamboetakken voor tijdens de lange reis terug naar China. Even hiervoor werden de groene versnaperingen door twee ernstige mannen in gele hesjes stevig vastgesnoerd op de hoogwerker. Een mooie, maar koele foto, denk je. Geen dier te zien, alleen twee zwarte kratten in het vliegtuigruim, geen tranen, alles kits verder.

Maar de aanblik van groene bamboe in december, net geplukt en nog stevig, op het vliegveld, nee. Dan is daar – pats – alsnog de ontroering. Goede reis, Tian Tian en Yang Guang!

Source: Volkskrant

Previous

Next