Onderwijs Steeds meer vijftienjarigen zijn „onvoldoende geletterd” om zich te kunnen redden in de kennissamenleving, blijkt uit het PISA-onderzoek. Dat is slecht nieuws voor deze leerlingen zelf, maar ook voor de Nederlandse economie.
Hoog waren de verwachtingen niet, toch vielen de resultaten nog flink tegen. Het internationale PISA-onderzoek, waarbij vijftienjarigen uit 81 landen worden getest op leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen, liet dinsdag een nieuw dieptepunt voor Nederland zien. Dat het vooral met de leesvaardigheid niet goed gaat, is al langer bekend, want de PISA-scores vertonen al twintig jaar een neerwaartse lijn. Maar uit de laatste meting blijkt dat de Nederlandse score in dit vak nu zelfs gedaald is tot ruim onder het OESO-gemiddelde.
Dat Nederland telkens verder afglijdt op de internationale ranglijst baart al zorgen, maar achter deze cijfers gaat een groter probleem schuil. Wat PISA (Programme for International Student Assessment) onderzoekt, is of leerlingen in het voortgezet onderwijs voldoende voorbereid zijn als zelfstandige burgers te kunnen functioneren in de kennissamenleving. Voor een steeds groter deel van de Nederlandse leerlingen is het antwoord op die vraag ‘nee’. Als het gaat om leesvaardigheden is een op de drie „onvoldoende geletterd”. Voor wiskunde en natuurwetenschappen geldt dat voor een op de vier leerlingen.
„Verbijsterend”, noemt Ingrid Thijssen, voorzitter van ondernemersorganisatie VNO-NCW, de Nederlandse resultaten. „Rampzalig”, vindt Ad Verbrugge, voorzitter van stichting Beter Onderwijs Nederland. „Zorgelijk”, zegt Bas ter Weel, directeur van SEO Economisch Onderzoek en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vragen zich af hoe deze vijftienjarigen straks de arbeidsmarkt op komen en gaan meedoen in de maatschappij. „Dit is het menselijk kapitaal dat je als land aan het opbouwen bent”, zegt Ter Weel. „De tweedeling in de maatschappij wordt hierdoor alleen maar groter”, verwacht Verbrugge. „Dit is zorgelijk voor de kenniseconomie die we willen zijn”, waarschuwt Thijssen.
Bij de lage positie van Nederland op de internationale PISA-ranglijst valt wel een kanttekening te maken, zegt Ter Weel. „Kinderen die meedoen, worden niet beloond. Het is geen Cito-eindtoets waarop je schooladvies wordt gebaseerd. Dat zorgt voor een motivatieprobleem dat in sommige landen erger is dan in andere. En in Nederland zou dat wel eens fors kunnen zijn.” Dat neemt niet weg dat er reden is voor zorg, zegt hij „want de daling van Nederland ten opzichte van zichzelf is wel een reële daling.”
Verbrugge weet nog dat rond de millenniumwisseling volgens PISA een op de tien vijftienjarigen onvoldoende geletterd was. „In 2006 was dat een op de zeven. Dat was toen een van de redenen waarom wij Beter Onderwijs Nederland oprichtten.”
Zijn organisatie draagt al jaren oplossingen aan om het onderwijs te verbeteren. Zo vindt Verbrugge dat de universiteiten meer betrokken moeten raken bij het opleiden van leraren en dat het niveau van de pabo omhoog moet. En dat „beproefde methodes” om les te geven, zoals de ‘directe instructie’ van de leerkracht, weer in de plaats moeten komen van ‘gepersonaliseerd leren’, waarbij leerlingen in hun eigen tempo werken. Ook juicht hij het toe dat mobiele telefoons worden verbannen uit de klas.
VNO-NCW wil dat het nieuwe kabinet „chefsache” maakt van het probleem dat PISA blootlegt. Thijssen: „Het is gewoon een grote schande dat wij hier in Nederland, een van de rijkste landen ter wereld, er niet in slagen onze kinderen goed te leren lezen, waardoor een derde straks niet goed kan meedoen aan de samenleving. Bovendien is voor het eerst ook de vaardigheid in wiskunde sterk gedaald. Dit soort basisvaardigheden zijn cruciaal in een steeds digitalere samenleving en vanwege het toenemend belang van technologie.”
Het PISA-onderzoek maakt volgens econoom Ter Weel vooral duidelijk dat investeren in onderwijs belangrijk is. Doe je dat niet, dan heeft dat gevolgen voor de economie. „Als ons menselijk kapitaal minder goed wordt, kunnen we minder efficiënt produceren en dan worden we als land minder rijk. Een exacte berekening is niet te maken, maar als je per jaar door een lagere PISA-score 1 procent minder zou verdienen, dan loont het om aardig wat miljarden in het onderwijs te steken.”
Op dit moment is er op de arbeidsmarkt veel behoefte aan vaklieden, vanwege de energietransitie. Maar volgens Ter Weel is die behoefte niet structureel en is de vraag naar mensen met een diploma van hbo of universiteit nog altijd groter, ook op lange termijn. „Routinevaardigheden zijn overgenomen door machines en kunstmatige intelligentie. Wij moeten het nu hebben van ons probleemoplossend vermogen, onze creativiteit, onze omgang met mensen, het inschatten van situaties. Daar heb je een goed begrip van de wereld voor nodig. Die lagere taalscores laten zien dat dat achteruitgaat.”
Verbrugge voorziet dat de segregatie tussen hoger- en lageropgeleiden verder zal toenemen. „Het werkt door in de partnerkeuze. In de verzuilde samenleving was het niet vreemd als een meisje dat weinig opleiding had trouwde met een hoger opgeleide man. De sociale lagen vervreemden steeds meer van elkaar. Ze komen elkaar niet meer tegen in de kerk.”
Thijssen heeft zich geërgerd aan de uitspraak van minister Mariëlle Paul (Primair en Voortgezet Onderwijs, VVD) dat het een „kwestie van lange adem” is voordat het probleem is opgelost. „Dat is onacceptabel. Er moet nu heel snel een reparatieslag worden gemaakt voor deze vijftienjarigen. Anders kunnen ze over twee, drie jaar niet goed voorbereid aan een vervolgopleiding beginnen. We zullen versneld moeten leren van andere landen, bijvoorbeeld in Azië, die juist stijgen op de ranglijsten en die hebben laten zien dat je deze trend met succes kan keren.”
Ter Weel denkt dat het moeilijk wordt om de achterstand nog in te halen. „Toch moeten we de hoop niet opgeven. Je kunt moeilijk zeggen: deze groep schrijven we af. Dat kun je als samenleving niet maken. Daarnaast is het economisch gezien goedkoper om nu te repareren dan dat straks een derde van de samenleving afhaakt en een uitkering krijgt.”
Source: NRC