Met de moord op Pim Fortuyn ging een toekomst verloren. Niet een toekomst waar ik me op verheugde, maar veel andere mensen wel. Of Fortuyn premier was geworden zullen we nooit weten; hoewel zijn LPF bezig was aan een spectaculaire opmars in de peilingen, stond de PvdA er aanmerkelijk beter voor.
Eenentwintig jaar later bloeit de populistische revolte andermaal op, nu onder Fortuyns weeskind Wilders. Ook hij convergeert de volkse onvrede met elite- en vreemdelingenhaat. Die twee, de rest is triviaal.
De kogel kwam van links, klonk het na Fortuyns dood – misschien dat daar de gestage neergang van links in Nederland is begonnen. De verdachtmaking van links als zodanig. Het is intussen niet eens zo moeilijk meer om je een toekomst zonder linkse politiek voor te stellen in Nederland. Zo rechts is dit land geworden, dat D66 tegenwoordig geldt als het nieuwe links. En links is synoniem voor alles wat er voos is aan de grote politiek. Op de verkiezingsavond van de VVD noteerde een verslaggever van de Volkskrant een veelzeggende monoloog die een partijlid afstak tegen Sophie Hermans: ‘Het is tijd voor een rechts kabinet’, zei de dame in kwestie. ‘We zijn klaar met paars. Klaar. Met. Paars.’
Over de auteur
Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het laatste paarse kabinet hield kort na Fortuyns dood in 2002 op te bestaan, maar in zijn verstoorde werkelijkheidsbeleving zucht het land permanent onder een progressief-liberaal juk. Met andere woorden: alles wat er in dertien neoliberale jaren onder Rutte misging is de schuld van links.
Links is het duizenddingendoekje waarmee rechts zijn falen wegpoetst.
Het regende onthutste sociaal-economische verklaringen na Wilders’ daverende overwinning. Waar het niet over ging, is dat veel Nederlanders eenvoudigweg niet zoveel op hebben met democratie en rechtsstaat. Ze kregen het als geboortegeschenk mee, zonder dat iemand ze ooit vertelde wat er nu precies de waarde van is. Uit een recent verschenen ICCS-onderzoek wordt duidelijk dat Nederlandse jongeren zorgelijk veel minder over democratie en burgerschap weten dan leeftijdgenoten in vergelijkbare West-Europese landen. Later in hun schoolloopbaan neemt het vak maatschappijleer dat verschil nauwelijks weg.
Ook de VVD bezit geen rechtsstatelijke motivatie. De meeste VVD’ers willen niets liever dan regeren met Wilders. Liever nog zouden ze op hem stemmen, zich assimileren met het gif, maar omdat ze hem toch een beetje beschouwen als een geperoxideerde proleet is dat nog net een stap te ver.
Zoals het volk nu is, schrijft Cioran, vormt het een uitnodiging tot despotisme.
Iedere politicus die ooit met Wilders te maken had – van Gerd Leers tot Jozias van Aartsen – waarschuwt dat je na een afspraak met Wilders je vingers moet natellen. Hij naait je, kortweg. Elk compromis zal hij op zijn coalitiepartners afwentelen, want het compromis betekent verraad van het volk. Hij, het enige lid van zijn partij, dat eenmansorkest met 36 man klapvee, zal zich niet conformeren aan samenwerking en water bij de wijn.
Al tijdens de verkennende formatiegesprekken toont hij zich onbetrouwbaar. Hij schoffeert een beoogde coalitiepartner, zet zijn antimigratiecampagne voort in Kijkduin en loopt boos weg bij een persmoment als de verslaggever geen genoegen neemt met zijn antwoord. De nieuwe Wilders lijkt, tsja, verdacht veel op de oude Wilders. Een sekteleider, geen democraat. Er is niet veel voor nodig om zijn positie van redelijkheid aan het wankelen te brengen. Alleen al door een vraag te herhalen zul je hem buiten zichzelf brengen van woede. Aan hem twijfelen brengt despotische razernij in hem boven. Hij is niet gesteld op kritische vragen of weerwoord, hij veracht de pers in het algemeen en de publieke omroep in het bijzonder. Hij duldt ze tot zijn tijd gekomen is, dan rekent hij ermee af.
Source: Volkskrant