Home

Nu Israël het zuiden aanvalt, is heel Gaza op drift: ‘Onze plek is heel gevaarlijk geworden’

Het is rond vijf uur afgelopen zaterdag als Amir Ahmad een telefoontje krijgt van het Israëlische leger. Een vervormde, metalige stem zegt in een vooraf opgenomen bericht in het Arabisch: ‘Voor iedereen die woont in blok 36, 37, 38, 39, 40, 41, 44, 45: het Israelische leger gaat uw woongebied zwaar aanvallen om Hamas uit te schakelen. Voor uw veiligheid moet u direct vertrekken naar Rafah en Al Mawasi.’

Amir schrikt zich rot. Hij zit in blok 38, net iets ten noorden van de zuidelijke stad Khan Younis. Twee weken geleden kwam hij hier aan met zeventien mensen: zijn zussen en hun gezinnen en zijn 70-jarige moeder Noura. Het was de zoveelste vlucht; steeds dreven bombardementen en beschietingen hen verder van huis.

Ze vonden hier onderdak in een schuurtje van 4 bij 5 meter dat kort ervoor diende als kippenhok. Het stond gelukkig leeg – de eigenaar had de kippen verkocht aan mensen die op zoek waren naar eten. Amir maakte het schoon en legde een provisorische douche aan. Van de een kregen ze oude matrassen, van de ander een paar dekens. Ze verzamelden hout om op straat te koken. Ze zaten in wat Israël had aangeduid als ‘veilig gebied’.

Monique van Hoogstraten is buitenland- en eindredacteur van de Volkskrant. Eerder was ze voor de NOS correspondent in Israël en de Palestijnse Gebieden.

Maar de oorlog is afgelopen week in volle hevigheid hervat, en heeft een nieuwe wending gekregen. Het zuiden is aan de beurt. Gebombardeerd werd daar al, nu zijn ook Israëlische tanks het gebied ingetrokken. Israël is onder meer uit op kopstukken van Hamas die zich zouden schuilhouden in Khan Younis. Ondertussen gaat de strijd in het noorden van de Gazastrook onverminderd door. Sinds het einde van het staakt-het-vuren is het dodental volgens Palestijnse bronnen opgelopen van bijna 15 duizend naar ruim 17 duizend, velen die her en der onder het puin liggen uiteraard niet meegeteld.

In deze nieuwe fase van de oorlog heeft het Israëlische leger de Gazastrook ingedeeld in honderden genummerde blokjes. De inwoners kunnen de kaart online bekijken – als ze toegang hebben tot internet, wat voor een enkeling geldt. De blokjeskaart is het Israelische antwoord op de toenemende internationale kritiek vanwege het hoge aantal burgerdoden. Het idee: de inwoners worden gewaarschuwd uit welk blokje ze weg moeten. Maar waarheen dan nog? Het overgrote deel van de circa 2,2 miljoen inwoners van Gaza zit al opeengepakt in scholen, bij ziekenhuizen en in overvolle huizen en schuren. Volgens de UNWRA, de VN-organisatie voor hulp aan Palestijnse vluchtelingen, zijn 1,9 miljoen mensen ontheemd.

Wisam al Ashi is constant aan het hoesten aan de telefoon afgelopen woensdag. Op de achtergrond klinkt het indringende geluid van de Israëlische drones. ‘In Rafah wordt nu zwaar gebombardeerd, hoor je het?’ De 39-jarige cameraman is ziek en moe. Hij zit met zo’n zestig familieleden in een zelfgebouwde tent bij een ziekenhuis in Deir al Balah. Hij vertelt dat het meel nu op is, en ze geen brood meer kunnen bakken op hun houtvuur. ‘We eten nu één keer per dag iets. Maar hoe kan ik mijn kinderen vertellen dat er geen eten is?’

En dan zegt hij ineens: ‘Als de oorlog voorbij is, ga ik weg uit Gaza.’ Hij klinkt heel beslist. Een week voor de oorlog begon, betrokken ze hun nieuwe huis in Gaza-Stad, dat met veel spaargeld mooi was gemaakt. ‘Een droom kwam uit, er is een tuintje met bomen, van bomen word ik blij. We hadden een kat, voor onze twee kinderen. Die heb ik weggestuurd toen we weggingen. Hij was bang voor de bommen, maar we konden hem niet voeden. De droom is weg, alle leven in Gaza is dood.’

Ook voor zwemleraar Amjed Tantesh heeft de oorlog afgelopen week een nieuw dieptepunt bereikt. ‘Onze plek is heel gevaarlijk geworden. We zitten gevangen in ons huis tussen Deir al Balah en Khan Younis. Op minder dan een kilometer hiervandaan is de grondinvasie bezig’, schrijft hij dinsdag. Hij vertrekt naar Rafah, naar een opvangplek van UNWRA die uit zijn voegen barst. Donderdag zegt hij: ‘Ik heb na lang zoeken een stuk plastic gevonden om een schuilplaats te bouwen, het was drie keer de gewone prijs. Nu heb ik nog één stuk nodig om het af te maken.’ De vrouwen en kinderen slapen binnen, met zo’n twaalf mensen op tien vierkante meter. En, schrijft hij: ‘Er zijn afschuwelijke bombardementen bezig hier.’

Amir Ahmad, die ondertussen vrijwel onafgebroken doorwerkt als paramedische vrijwilliger bij de ambulancedienst, is na het telefoontje over blokje 38 in paniek met zijn familie vertrokken uit het kippenhok. Veel konden ze niet meenemen. Wat warme kleding, en het tasje dat altijd meegaat, op elke volgende vlucht: het tasje met de geboorteaktes van de kinderen. Want stel dat de ouders omkomen, stel dat ze allemaal omkomen: wie weet dan wie ze zijn, van welke familie? Vluchtelingen hebben altijd papieren bij zich.

In de avond slaan ze hun kamp op in een zanderig gebied, niet ver van de kust, bij een boerenschuur in Al Mawasi. Ze brengen de nacht buiten door – in de schuur zit al een andere familie. Tijdens de twee maanden van de oorlog zijn ze na elke vlucht steeds een treetje lager terechtgekomen. Maar niet eerder hadden ze geen dak boven hun hoofd, of zelfs maar een tentzeil. Amir zal de volgende dag op zoek gaan naar iets om een tent van te bouwen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next