Sommige idolen kun je beter nooit ontmoeten of horen spreken, omdat je meteen ontliefd wordt. Nu gaat het veel te ver de Amerikaanse actrice Julianna Margulies een idool te noemen. Ik was haar vergeten, maar lang geleden heb ik met plezier een aantal seizoenen van haar serie The Good Wife gekeken.
Ze had een sympathieke uitstraling, maar dat was duidelijk schijn. In een recent interview trekt ze van leer tegen zwarte activisten die voor Palestijnen demonstreren, die zouden zijn „gehersenspoeld” tot antisemitisme.
Margulies had loyaliteit verwacht, want zij had als Joodse vrouw altijd aan hun zijde gestreden voor hún rechten. Van de lhbti-gemeenschap snapt ze ook niets, want in Gaza hangen ze homo’s op. En zij speelt nota bene een lesbische vrouw in een serie. Ondankbare lhbti’ers.
In datzelfde interview beweert ze dat moslims met de hoofden van mensen voetballen. Ofwel: Palestijnen en moslims zijn monsters voor wie de regels van de beschaving niet gelden.
Deze kromme logica zie je vaak: mensen die kritiek op het afschuwelijke geweld van Israël denken te pareren met ‘ja, maar de Palestijnen’. Alsof dat een vrijbrief is de bruut in je los te laten. Mensenrechten zijn geen gunst die als koekjes uitgedeeld mogen worden aan wie zich braaf aan je eigen standaarden houdt.
Bovendien: wie zich tegen racisme uitspreekt en daarna een schouderklopje verwacht, kan beter thuisblijven en zijn innerlijke superioriteit vieren. De strijd tegen racisme en onrecht hoort onvoorwaardelijk te zijn en het eigen ego te overstijgen; het gaat om het grotere belang waarin alle mensen gelijk zijn, zeker en vooral de mensen die je niet aardig vindt. Daar past geen dankjewel.
Er was een tijd dat ik me had opgewonden over het interview, argumenten zou hebben aangehaald om te bewijzen dat Arabieren en moslims ‘gewoon’ mensen zijn. Maar ik voel verveling, vermoeidheid en fascinatie, want het vereist nogal wat mentale gymnastiek om de afschuwelijke beelden uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever te zien en dan vol te blijven houden dat Arabieren en moslims een bedreiging zouden zijn.
Tenzij die bedreiging er een is voor het zelfbeeld van het Westen. Israëls oorlog tegen de Palestijnen fungeert als een spiegel voor ons hier, een spiegel finaal aan diggelen, in duizenden stukjes uiteengevallen voor ieder onschuldig slachtoffer waar de politiek niet om maalt en zich in duizelingwekkende bochten wringt om maar niet te zien wat dit is: onacceptabel geweld en menselijk leed in al haar schokkende naaktheid en rauwheid.
In plaats daarvan wil Duitsland dat nieuwkomers Israël erkennen en worden pro-Palestijnse geluiden gesmoord. In een poging de eigen bloedige geschiedenis en schuld schoon te wassen, criminaliseert Duitsland gewoon weer een volk en besmeurt het zich met onschuldig Palestijns bloed.
Maar de moslims. Maar de Arabieren. Het Westen is zo hardnekkig gaan geloven in hun inferioriteit, dat het zijn eigen geschiedenis en verval uit het oog is verloren. Voetballen met hoofden? Dat deden die beschaafde Fransen met hun Algerijnse slachtoffers.
Menselijkheid en kwaadaardigheid hebben geen kleur, geloof of nationaliteit. Wie onrecht wil aankaarten, moet daar consequent in zijn, dat hebben al die zwarte, inheemse en intersectionele activisten goed begrepen.
De afgelopen twee jaar heeft Sylvana Simons daar in de Tweede Kamer elegant en eloquent het voorbeeld van gegeven. Opkomen voor iedereen. Zonder onderscheid. Zoals het hoort. Sommige idolen stellen niet teleur. Ik ga haar missen.
Hassnae Bouazza is schrijver, journalist, columnist en programmamaker.
Source: NRC