In de rubriek Pics werpt filmrecensent Floortje Smit haar blik op de hedendaagse beeldcultuur.
Het is een van de grootste pleziertjes in de gegarandeerde kersthit Wonka: Hugh Grant als brommerige Oempa Loempa. Een heerlijk stuk oranje chagrijn is het. Zalig om te spelen, zegt u? Grant denkt daar anders over. ‘Ik had het niet méér kunnen haten’, vertelde hij tijdens een persconferentie.
Zo had hij bijvoorbeeld geen idee of hij ook met zijn lichaam moest acteren. Achteraf bleek al zijn gestuntel onnodig, omdat zijn lijf door de computer werd gegenereerd. Maar dat magische eindresultaat, dat was het toch waard? Grant: ‘Niet echt.’
Geestig. Behalve natuurlijk voor de acteurs met achondroplasie die afgelopen zomer al bezwaar maakten tegen de casting van Grant. Voor hen liggen de rollen niet voor het oprapen. De Oempa Loempa’s zijn traditioneel gezien hún terrein, maar dat wordt ze stukje bij beetje afgepakt. In Willy Wonka & the Chocolate Factory (1971) werden Wonka’s fabrieksarbeiders nog gespeeld door meerdere acteurs met dwerggroei. In Charlie and the Chocolate Factory (2005) werden alle 165 Oempa Loempa’s gespeeld door dezelfde kleine acteur Deep Roy.
En juist nu iedereen in Hollywood de mond vol heeft van diversiteit, wordt Grant digitaal gekrompen. Omdat hij ‘de grappigste, meest sarcastische shit’ is die regisseur Paul King ooit heeft ontmoet. Lekker gezocht, King.
Zijn álle acteurs met achondroplasie boos? Waarschijnlijk niet: de gemeenschap is verdeeld over dit soort rollen, omdat het juist het stereotype van de de koddige of boze kabouter versterkt dat mensen met dwerggroei zo vaak krijgen opgeplakt. Acteur Peter Dinklage (Game of Thrones) bijvoorbeeld pleit al jaren voor normale rollen, en weigert dit soort personages. Maar goed, de meerderheid van de acteurs met achondroplasie heeft niet zo veel te kiezen.
En dan zijn de Oempa Loempa’s ook nog eens een moeilijk soort kleine mannetjes. In de eerste versie beschreef Roald Dahl ze als zwarte Pygmeeën, ‘geïmporteerd uit het diepste en donkerste deel van de Afrikaanse jungle’. Na beschuldigingen van racisme paste Dahl dit in 1973 aan, maar het principe blijft: het volk der Oempa Loempa’s is door een witte kapitalist getransporteerd vanuit een ander continent om in ruil voor cacaobonen dag en nacht voor hem te werken.
Elke film probeert op zijn manier dit problematische aspect te omzeilen en het is knap hoe het ontstaansverhaal Wonka de geschiedenis herschrijft. Maar het maakt Grant geknipt voor de rol: een Oempa Loempa kun je eigenlijk alleen maar met tegenzin spelen.
Source: Volkskrant