De verkiezingen in Egypte van zondag zullen vrijwel zeker worden gewonnen door zittend president Abdel Fattah el-Sisi. Maar dat betekent niet dat de bevolking massaal achter hem staat. ‘In Egypte is de staat een gorilla van 500 kilo – het gevecht verlies je altijd.’
In het kleine keukentje van Soumaya al-Assiouty staat alles klaar. De okra ligt in de week, de aubergine in de pekel, de rijst op een pruttelend vuurtje. Het is een vooravond als zovele in de Egyptische hoofdstad Caïro, en toch verwacht ze in haar restaurant beduidend minder klanten dan vroeger. ‘Mensen houden geen geld over om uit eten te gaan’, zegt ze hoofdschuddend. ‘Alles is onbetaalbaar. Een kilo uien is dubbel zo duur als vroeger, brood zelfs drie keer.’
Ze grijpt een schaar en knipt een voorgekookte eend open. Als gevolg van de economische crisis in Egypte zijn haar winsten gekelderd. Je zou verwachten dat de 54-jarige Assiouty iemand de schuld zou geven – de president bijvoorbeeld – maar dat doet ze niet. Openlijke kritiek kan je hier een gevangenisstraf opleveren, en de restauranthouder is niet het type om te blijven somberen. Haar bulderende lach werkt aanstekelijk. ‘Elke avond dank ik God voor wat ik heb: een kussen onder mijn hoofd, een dak erboven.’
Zondag gaan de stemlokalen in Egypte open voor de presidentsverkiezingen. De uitslag staat feitelijk al vast: de zittende president Abdel Fattah el-Sisi (69) zal voor een nieuwe termijn van zes jaar worden herkozen, hoogstwaarschijnlijk met astronomische cijfers. De vorige keer, in 2014, kreeg hij 96 procent van de stemmen, een uitslag die best herhaald zou kunnen worden.
De drie tegenkandidaten zijn door het regime geselecteerd om de schijn van een eerlijke competitie op te houden (een van de kandidaten zei zelf op Sisi te zullen stemmen). Tienduizenden andere oppositieleden en activisten zitten in de cel. Toen de enige serieuze uitdager, Ahmed al-Tantawi, deze herfst aan populariteit begon te winnen, draaide de regering zijn campagne vakkundig de nek om.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Dat ging zo: Tantawi moest net als de andere kandidaten 25 duizend handtekeningen verzamelen om mee te mogen doen. Enthousiaste aanhangers meldden zich bij overheidskantoren om te tekenen, maar werden geïntimideerd of geslagen, of kregen te horen dat de computers er toevallig net uit lagen en dat ze beter een andere keer konden terugkomen. Tantawi moest de strijd staken. Andersom zijn er verhalen bekend over burgers die door de politie werden gedwongen een krabbel te zetten voor Sisi’s kandidatuur.
Het is, kortom, een onemanshow.
Toch zijn er tekenen van onvrede, en die worden luider. Een manifestatie in de provinciestad Marsa Matrouh die bedoeld was om Sisi te steunen, sloeg deze herfst totaal om. Jongeren verscheurden foto’s van de president en ventileerden hun woede over de snel stijgende voedselprijzen. Plots was de oude slogan uit de Arabische Lente (2011) terug: ‘Het volk eist de val van het regime’.
Iets vergelijkbaars gebeurde naar aanleiding van de oorlog in Gaza. Sisi hoopte die oorlog voor zijn karretje te kunnen spannen, wetende dat de solidariteit met de Palestijnen traditioneel groot is. Eind oktober liet hij busladingen vol aanhangers naar een buitenwijk van Caïro brengen, Palestijnse vlaggen in de aanslag. De bedoeling was een simpel verhaal te presenteren: Sisi staat naast de Palestijnen en daarmee naast de gewone man.
Dat pakte averechts uit. Activisten grepen hun kans en gingen elders in de hoofdstad ook de straat op. ‘We begonnen met pro-Palestijnse leuzen, maar riepen daarna om brood en vrijheid’, vertelt deelnemer en advocaat Mahienour al-Massry (38) in een eethuis op loopafstand van de Nijl. Ze heeft een lange staat van dienst in de Egyptische mensenrechtenbeweging en zat vanwege haar activisme jarenlang in de gevangenis. ‘We wilden duidelijk maken dat onze betoging losstond van Sisi’s nepdemonstratie en riepen: ‘Dit is een echt protest’.’
Samen met twee- à drieduizend andere betogers liep ze richting Tahrir, het plein dat in 2011 wekenlang bomvol prodemocratische betogers stond, leidend tot het aftreden van toenmalig president Mubarak. Nog altijd heeft het plein een mythische status, reden genoeg voor de politie om het streng te bewaken. Tegen de verwachtingen in wisten de demonstranten door het cordon van agenten heen te breken. Al-Massry zag mensen in extase de grond kussen. ‘Het voelde als een film.’ Tientallen demonstranten werden opgepakt. Het was, hoe kort ook, het eerste protest op Tahrir in negen jaar tijd.
Opiniepeilingen zijn er niet in Egypte, maar wie mensen spreekt, proeft de onvrede. Vooral de economie is een katalysator. De schuld aan buitenlandse geldschieters is in tien jaar tijd verdubbeld, waardoor de inflatie op voedsel, afgezet tegen vorig jaar, tot bijna 70 procent is opgelopen – hoger dan waar ook ter wereld. Vlees en eieren zijn luxegoederen geworden. Niet voor niets zijn de verkiezingen vervroegd. Ze zouden komende lente plaatsvinden, maar werden met het oog op de neerwaartse economische spiraal door Sisi naar voren gehaald.
De enige manier om uit het dal te kruipen is via het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat klaarstaat met een miljardenlening. In ruil daarvoor moet Sisi staatsbedrijven die nu in handen zijn van het leger privatiseren – een gevoelige stap in een land waar het leger almachtig is. De president (zelf een oud-maarschalk) weet bovendien dat de legerleiding hem desnoods kan laten vallen en de macht kan overnemen, mocht hij een sta-in-de-weg worden. In de legertop voert Sisi geregeld wisselingen door. ‘Wie via een staatsgreep aan de macht komt (zoals Sisi, red.), moet voortdurend over zijn schouder kijken dat hem niet hetzelfde overkomt’, merkte Egyptekenner Khalid Ikram op in een recente podcast.
Of het zover zal komen, weet niemand. Voorlopig staat Sisi’s reusachtige gezicht op billboards langs alle boulevards, rotondes en snelwegen, voorzien van teksten als: ‘Wij zijn allemaal met u’.
In arbeiderswijk Sayeda Zeinab zegt een 40-jarige verkoper van lippenstift en andere accessoires dat hij niet van plan is te gaan stemmen. ‘Dit land heeft niets voor mij gedaan.’ Uit angst voor repercussies wil hij niet met zijn naam in de krant. Door de stijgende importtarieven heeft hij zijn prijzen moeten verviervoudigen, zegt hij, en sindsdien blijven de klanten weg. Op zijn voorhoofd prijkt een fraaie zebibah, een vlek die vrome moskeegangers kweken door aanrakingen met het tapijt. De man klinkt berustend. ‘Ons lot ligt in handen van God.’
Verderop in de stad, in middenklassewijk Heliopolis, gaat de 64-jarige eigenaar van een groot hr-bedrijf (‘geen naam, te gevaarlijk’) voor naar een bescheiden kantoor. Volgens hem heeft het land zulke grote tekorten dat de staat het geld bij ondernemers komt halen. ‘Twee weken geleden stonden hier ambtenaren op de stoep, en moest ik op basis van een achterhaalde belastingregel 300 duizend euro betalen. Ik heb andere ondernemers gesproken die hetzelfde is overkomen. Deze crisis raakt iedereen. Protesteren heeft geen zin. In Egypte is de staat een gorilla van 500 kilo – het gevecht verlies je altijd.’
In regeringskringen klinkt het excuus dat het land in de touwen hangt door een dubbele kaakslag: eerst covid, toen de oorlog in Oekraïne, die de tarweprijzen de lucht in deed schieten. Maar dat is de helft van het verhaal. Sisi dreef de schuld op met enorme prestigeprojecten die nauwelijks rendabel zijn. Hij liet het Suezkanaal verbreden, legde snelwegen aan en laat in de woestijn een nieuwe hoofdstad uit de grond stampen, die Dubai naar de kroon moet steken, inclusief een gigantisch presidentieel paleis, ‘de hoogste toren van Afrika’, zesduizend beveiligingscamera’s en een nieuwe hogesnelheidstrein à 5 miljard euro, deels voorgefinancierd door China.
Voor die projecten moet alles wijken. ‘Als de prijs voor vooruitgang en welvaart honger en dorst is, laten we dan niet eten of drinken’, zei Sisi tijdens een tv-toespraak in oktober. ‘Willen jullie Egypte opbouwen en er een natie van formaat van maken, of niet?’ Alsof dat nog niet genoeg was, voegde hij er dreigend aan toe dat hij in staat is het land te ‘verwoesten’ door een volksoproer te orkestreren met tienduizenden mensen. Veel geld zou hem dat niet kosten, blufte de president, hoogstens ‘20 pond (60 eurocent, red.) per persoon’, plus wat Tramadol (pijnstillers).
Volgens veel activisten is het een kwestie van tijd voor de onvrede mensen de straat op drijft. Rasha Azab, een 41-jarige schrijver en activist, behoort tot de generatie die in 2011 president Mubarak verdreef. Toen het Tahrirplein deze herfst volstroomde, was ze er opnieuw bij. ‘Het viel me op hoe jong de meeste demonstranten waren, 16 of 17 jaar’, vertelt ze op een dakterras waar veel mensen waterpijp roken. ‘Voor hen is de situatie veel grimmiger dan voor ons in 2011. Een normaal leven is niet te betalen. Wij konden over iedere stap strategisch nadenken, terwijl zij gedreven worden door pure wanhoop.’
Voorlopig maakt niemand in Egypte zich enige illusies: Sisi krijgt een nieuwe termijn tot 2030. De eigenaar van het hr-bedrijf ziet de verkiezingen als een wassen neus en gaat niet stemmen. Zijn toon is laconiek. ‘In dit land zal er altijd een farao zijn. En farao’s blijven zitten tot de dood. Zo gaat het sinds eeuwen in Egypte. Vroeger wachtten we tot de Nijl buiten zijn oevers trad en het land bevloeide. Het wachten zit in onze natuur.’ Ook ditmaal zullen Egyptenaren wachten, zegt hij, en dat kan nog lang duren. Deze farao is niet van plan te vertrekken.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden