En weer gaat er een speelfilm over een dirigent. Amper een jaar na het bejubelde Tár, de psychologische thriller van Todd Field met Cate Blanchett als manipulatieve topdirigent, is daar het langverwachte Maestro over Leonard Bernstein (1918-1990).
Of we van een trend mogen spreken of niet: de dirigent op het doek is hot. Zo maakte regisseur Maria Peters een paar jaar geleden nog de film De dirigent, gebaseerd op het leven van de zo goed als vergeten Antonia Brico (1902-1989), een in Nederland geboren vrouw die ondanks haar dirigeertalent nooit een vaste aanstelling bij een orkest verwierf.
Naast de fictie en gefictionaliseerde levensverhalen is de dirigent al jaren favoriet bij documentairemakers. Een recent voorbeeld is de documentaire over de Amerikaanse dirigent Marin Alsop (te zien op NPO Plus). En ook in het dagelijkse tv-amusement spatten de dirigenten van het scherm: Maestro, de dirigeerwedstrijd voor BN’ers die al sinds 2012 in Nederland wordt uitgezonden, is momenteel weer in volle gang.
Over de auteur
Merlijn Kerkhof is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant. Hij publiceerde twee boeken: Alles begint bij Bach, een inleiding tot de klassieke muziek, en Oude Maasweg kwart voor drie, over The Amazing Stroopwafels.
Dat roept de vragen op: waarom fascineert de dirigent ons zo? En wat maakt hem – en gelukkig steeds vaker ook haar – zo geschikt voor filmmakers? Zes mogelijke verklaringen.
Hoeveel films er ook bij mogen komen, de dirigent is nog altijd de minst begrepen persoon onder de klassieke musici – en misschien willen we hem ook niet begrijpen (daarover straks meer). Bij een klarinettist zie je precies wat er nodig is om een toon voort te brengen; je ziet de ademteugen, de spieren bewegen rondom de mond, hij drukt een paar kleppen in.
De dirigent is de enige musicus die zelf geen geluid maakt. Zijn instrument is groter dan dat van wie dan ook: hij bespeelt het orkest. Wie stelt zich niet voor hoe het is om voor een groep van honderd mensen te staan, voor musici die allemaal naar je kijken en doen wat jij zegt? Dat psychologische aspect is goud voor iedere regisseur, en in Tár wordt daar meesterlijk mee gespeeld.
Dat brengt ons bij punt 2: macht fascineert. Hoewel er nog altijd mensen met ambitie rondlopen, is de dictator in de westerse wereld uitgebannen. De enige plek waar hij nog welkom is, is de klassieke concertzaal. De dirigent en de symfonische cultuur zoals wij die kennen komen uit de 19de eeuw. De machtsverhoudingen binnen zo’n orkest dus ook.
Soms staat er een club op die die structuur uitdaagt. Dat je ook zonder dirigent een symfonie tot een goed einde kunt brengen, bewees bijvoorbeeld het Nederlandse ensemble Pynarello, dat een paar jaar geleden op tournee ging met de Negende symfonie van Antonín Dvorák. Veelgehoorde grap in orkesten: de dirigent is als een condoom. Het is veiliger mét, maar leuker zonder.
IJdelheid is onmiskenbaar een eigenschap die onder dirigenten sterk ontwikkeld is. Je moet het leuk vinden en het zelfvertrouwen hebben om voor die grote groep te staan en musici met jou mee te laten bewegen. Dirigenten zijn zich over het algemeen heel bewust van hun uiterlijk en zijn ook vaak de betere praters. Precies wat je nodig hebt met een draaiende camera.
Hoewel hoofdrolspeler (én regisseur) Bradley Cooper zijn personage in Maestro laat zeggen dat zijn vrouw Felicia Montealegre zijn outfits verzorgt, gold die ijdelheid zeker ook voor Leonard Bernstein. En als tv-persoonlijkheid die Amerika uitlegde wat er zo goed was aan Beethoven en wat het impressionisme inhield, was hij de beste spreker van iedereen.
Waar de klarinettisten wat verstopt zitten achter de strijkers, heeft de dirigent zijn eigen minipodium, de verhoging die ‘de bok’ wordt genoemd. En waar klarinettisten zich met hun instrumenten in de handen op vierkante centimeters begeven, heeft die dirigent meerdere kubieke meters om met zijn armen te zwaaien – en er, desgewenst, op die best verlichte plek zijn eigen showtje van te maken.
Als lid van een symfonieorkest moet je in de pas lopen. Als man draag je hetzelfde type pak of rokkostuum als je medemusici. Vrouwen hebben iets meer speelruimte, maar hun kleding is in Nederland in de regel vrijwel altijd zwart. De enige die zich echt mag uitdossen, is de dirigent.
Niet alleen qua kleding mag de dirigent een persoonlijke stijl uitdragen. Alle violisten wordt van jongs af aan aangeleerd om met de rechterhand te strijken; zou er in een orkest iemand in spiegelbeeld gaan strijken, dan zouden er zomaar gewonden kunnen vallen. Maar wie dirigenten vergelijkt, ziet veel grotere onderlinge verschillen in aanpak.
De opmaat of een inzet aangeven, in tweeën of in drieën slaan (met de rechterhand), dat doen ze allemaal wel. Toch lijkt het de ene keer (Claudio Abbado) alsof je naar een sfinx zit te kijken en de andere keer (Nikolaus Harnoncourt) naar een zwemmend hondje (niets dan lof voor de resultaten overigens). Een sierlijke slag of juist een excentrieke grimas: voor wie in beeld denkt is het wel zo fijn.
Ook Bernstein had een unieke dirigeerstijl. Met gepijnigde blikken en gebaren leek hij zijn eigen gevoelens op de muziek los te laten. Hij danste als het ware op het podium: de Lenny leap, noemden ze zijn kenmerkende sprongetje.
‘De manier waarop hij het publiek in extase bracht was erotisch’, zei dochter Jamie Bernstein terecht bij het herdenkingsjaar 2018 in een interview met de Volkskrant. Terzijde: wie dat interview terugleest, merkt dat sommige citaten vrijwel een op een overeenkomen met regels uit de film Maestro, wat de vraag oproept hoe de hechte relatie tussen de nabestaanden en Bradley Cooper het maakproces heeft beïnvloed.
Tijd voor wat zelfreflectie, want ook de muziekkritiek heeft een grote rol in de manier waarop we tegen dirigenten aankijken. Wie recensies van klassieke concerten leest, ook die van mij, zal het niet ontgaan dat er wel erg veel aandacht is voor de dirigent. Sterker nog: je zou soms bijna denken dat alles zo klinkt omdat hij of zij dat nou eenmaal wilde.
De waarheid is: we hebben slechts een idee. Er is geen objectief causaal verband vast te stellen tussen wat de dirigent doet en wat we horen. Juist daarom is de dirigent zo’n mythisch wezen.
Want recensenten en andere mensen in het publiek zijn in de meeste gevallen niet bij de repetities geweest. We weten meestal niet wat er voor aanwijzingen in de bladmuziek zijn geschreven door de musici zelf of door hun voorgangers (orkesten met een eigen bibliotheek hergebruiken hun partijen soms al vele decennia). Een dirigent wordt geacht zijn visie op een stuk te geven, maar elk orkest heeft zijn eigen tradities. Het is onmogelijk om écht voor honderd man tegelijk te bepalen wat zij doen.
Aangezien de meeste bezoekers de dirigent alleen op de rug zien, missen we het belangrijkste: zijn (of haar) ogen. Dan is het bij grote dirigenten, de dure jongens (die zomaar op één avond meer kunnen verdienen dan een tweede violist in een jaar), ook nog eens gebruik dat een assistent de eerste repetitie (of twee) voor zijn rekening neemt. Het meeste werk is dan eigenlijk al verricht. En hoe goed kúnnen de musici überhaupt op de dirigent letten als ze ook hun bladmuziek moeten lezen en die informatie in klank moeten omzetten?
Een dirigent kán het verschil maken tussen een goede en een onvergetelijke uitvoering, maar dát het aan hem ligt, is toch vooral onze eigen interpretatie.
De verschilmakers over wie vriend en vijand het eens zijn, de mensen die de muziek echt een andere kant op hebben gestuurd, zijn schaars. Maar wat je ook vindt van zijn emotionele Mahlers, zijn dynamische en energieke Beethovens of zijn expressieve Brahms: Leonard Bernstein heeft verschil gemaakt.
Leonard Bernstein was componist, docent en pianist, en geldt als de eerste echt grote in de VS geboren dirigent, nadat orkesten daar jarenlang Europeanen hadden binnengehaald. In 1943 brak Bernstein door toen hij onverwachts mocht invallen bij de New York Philharmonic, waarvan hij later chef zou worden. In Nederland debuteerde hij in 1947 bij het Residentie Orkest. Met het Concertgebouworkest gaf hij onder meer benefietconcerten voor Amnesty International en voor aidsonderzoek.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden