Iets meer uithoudingsvermogen, dat is het minste dat het land mag verwachten van de volksvertegenwoordigers die woensdag werden beëdigd.
Stralend van trots legden liefst 67 nieuwe Tweede Kamerleden woensdag hun eed of belofte af. De politieke aardverschuiving van 22 november is vanaf nu zichtbaar in de nationale vergaderzaal, waar niet eerder zoveel zetels tegelijkertijd van eigenaar wisselden. De hooggespannen verwachtingen van de kiezers drukken zwaar op de schouders van met name Geert Wilders en Pieter Omtzigt, die samen veertig zetels wonnen en met z’n tweeën model staan voor de hang naar een nieuwe politieke wind.
Het nadeel van de aardverschuiving is het opnieuw verdwijnen van veel ervaring. Nogal wat oudgedienden namen noodgedwongen afscheid omdat hun partij zetels verloor. Maar een minstens zo groot deel van de leegloop is veroorzaakt door de permanente vernieuwingsdrift van partijen zelf, die ervaren Kamerleden bedankten voor bewezen diensten. En dan waren er nog de vele Kamerleden die hun zetel slechts bleken te beschouwen als een tussenstation richting een burgemeesterschap of een lucratieve baan als lobbyist. Zo werd de Kamer een duiventil, waar steeds minder mensen het ambt als een roeping beschouwen.
Het resultaat is een volksvertegenwoordiging waarvan zowat de helft alles nog moet leren, terwijl de andere helft ook niet overloopt van ervaring. In het licht van alle debatten over het belang van betere wetgeving en over het gebrekkige weerwerk dat de Kamer vaak biedt aan ministeries, is dat nogal zorgelijk.
Ervaring doet er immers toe, zo kan elk Kamerlid dat meer dan enkele jaren meeliep bevestigen. Recente voorbeelden zijn er volop. PvdA’er Henk Nijboer was elf jaar Kamerlid maar bereikte zijn hoogtepunt pas toen hij samen met CU-Kamerlid Pieter Grinwis het verbod op tijdelijke huurcontracten onlangs door het parlement loodste. SP’er Renske Leijten was 17 jaar lid maar pas in haar laatste jaren een factor die door geen minister meer kon worden genegeerd. D66-Kamerlid Pia Dijkstra had na haar beëdiging in 2010 acht jaar nodig om haar politieke levenswerk, de nieuwe orgaandonorwet, in het Staatsblad te krijgen. Niet onbelangrijk detail: de jarenlange voorbereiding op de beslissende debatten deed ze grotendeels onder de radar, zonder veel publiciteit, maar volgens alle betrokkenen juist daarom zo succesvol.
Het is bovendien een misverstand dat kiezers voortdurend nieuwe gezichten willen zien. SP-leider Jan Marijnissen verbleef eerst jaren in de politieke marge, totdat hij zijn partij van de ene naar de andere verkiezingsoverwinning loodste, met 25 zetels in 2006 als resultaat.
Partij voor de Dieren-leider Marianne Thieme trok in de loop van dertien jaar Kamerlidmaatschap steeds meer kiezers. En zou het toeval zijn dat Wilders (lichting 1998), Omtzigt (2003) en Frans Timmermans (ook al in 1998 voor het eerst in de bankjes) nu met z’n drieën bijna de helft van alle Kamerzetels achter zich weten?
Iets meer geduld met hun Kamerleden, dat is wat partijbesturen hopelijk hebben als ze de volgende keer hun kandidatenlijsten maken. En als het al die woensdag gekozen Kamerleden ernst is met hun wens om het beter te gaan doen dan hun voorgangers, zullen ze om te beginnen ook zelf wat meer uithoudingsvermogen moeten tonen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant