Haastig geproduceerde kleding die deels ongedragen de verbrandingsoven in gaat, mede veroorzaakt door een snel wisselend winkelaanbod. Daar wil Brussel vanaf. Met het voorlopige akkoord van deze week is vrijwel zeker dat de mode-industrie binnen een paar jaar te maken krijgt met dwingende regels, als onderdeel van de Europese Green Deal.
In Nederland verdwijnen naar schatting een half miljoen tot ruim een miljoen nieuwe kledingstukken in de verbrandingsoven. Een ongeveer even grote hoeveelheid gaat door de shredder, om als vulling van autostoelen of boksballen te dienen. Dat bleek in 2020 uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Op de totale hoeveelheid kleding is dat relatief weinig: voor zover bekend vernietigt de sector minder dan 1 procent van de kleding die op de markt komt. Het meeste wordt immers wél verkocht. Wat overblijft, geven bedrijven in de meeste gevallen aan goede doelen, of ze verkopen het goedkoop door aan tussenhandelaren of andere landen.
Over de auteur
Niels Waarlo is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over duurzaamheid en de circulaire economie.
Maar ook verkochte kleding is lang niet altijd duurzaam. Europa richt zijn pijlen daarom op het ontwerp. Kledingstukken moeten straks langer meegaan: volgens Europees onderzoek gebruiken Europeanen een kledingstuk gemiddeld slechts zeven tot acht keer. Slechte kwaliteit is een deel van de verklaring.
De precieze invulling van deze eisen gaat de Europese Unie vanaf volgend jaar uitwerken, maar denk aan een minimaal aantal wasbeurten dat een kledingstuk kan hebben. Bovendien moeten stukken na afdanken gemakkelijker te recyclen zijn en verplicht een nog vast te stellen percentage gerecycled materiaal bevatten. Vergelijkbare regels gaan gelden voor andere productcategorieën, van meubels tot autobanden.
Eerst moeten het Europees Parlement en de lidstaten nog stemmen over het akkoord, begin 2024, maar dat lijkt een formaliteit. Twee jaar nadien mogen grote bedrijven geen onverkochte trui meer vernietigen. Kleinere bedrijven krijgen meer tijd, de kleinste zijn helemaal uitgezonderd.
Paulien Harmsen, die onderzoek doet naar duurzaam textiel aan Wageningen University & Research (WUR), vindt het goed dat er Europese regels komen. ‘De verbranding van goede spullen moet stoppen, dat lijkt mij een no brainer.’
Ze is ook te spreken over het Europese plan om een digitaal productpaspoort in te voeren, onder andere voor kleding. Even een QR-code scannen, zo is het idee, en consumenten kunnen zien welke materialen een product bevat, waar ze vandaan komen en wat de milieu-impact is. Die transparantie kan het bewustzijn van consumenten verbeteren, want daar schort het nog wel aan, denkt Harmsen. ‘Het valt me op dat heel veel mensen niet erg bewust zijn van wat er in hun kleding zit.’
Wil je kledingstukken beter recyclen, dan is het allereerst zaak om minder met gemengde materialen te werken, zoals katoen en polyester, legt ze uit. Als je textielsoorten niet kunt scheiden, is er weinig anders van te maken dan goedkoop opvulmateriaal. Dit is een van de grootste obstakels om nieuwe kledingstukken te maken met textiel uit afgedankte exemplaren, iets dat nog maar op kleine schaal gebeurt.
Worden fabrikanten gedwongen om meer met homogene stoffen te werken, dan kan dat volgens haar wel ten koste gaan van vrijheid in het ontwerp, zoals prints of andere decoraties. ‘Daar worden bedrijven natuurlijk niet blij van’, aldus Harmsen. Zeker als de kleding kwalitatief beter moet zijn, zullen de ontwerpeisen bovendien tot hogere prijzen leiden, verwacht ze. Al gaan de kledingstukken dus wel langer mee.
MVO Nederland, brancheorganisatie voor duurzame ondernemers, ziet dat er in de textielindustrie nog maar weinig kennis is over recyclen. ‘Omdat er in het ontwerpproces geen rekening met recyclen is gehouden, werkt het niet goed’, zegt Bianca Streng, sectormanager textiel van de organisatie.
Ze is blij met de Europese wetgeving die in de pijpleiding zit. ‘Dit is écht een wake-upcall voor bedrijven die er nog niet mee bezig zijn.’ De vraag is nog wel hoe streng de eisen en de handhaving uitpakken, zegt ze. Het verbod op verbranden juicht ze in elk geval toe. ‘Dat dwingt bedrijven tot beter nadenken over hoeveel ze produceren. En dus hopelijk tot minder overproductie.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden