Home

Nee, het inkorten van de opleiding voor tandartsen is niet verantwoord. En ja, het plan gaat wel door

De komende tien jaar gaat bijna de helft van de tandartsen in Nederland met pensioen. Dit zal grote problemen opleveren voor de toegankelijkheid van mondzorg, die nu al op steeds meer plekken onder druk staat. Het NRC schetste eerder dit jaar een indringend portret van een tandarts in Zeewolde die van de ene naar de andere patiënt draafde zonder zichzelf een pauze of vrije dag te gunnen.

De glazen toonbank in haar praktijk vertoonde barsten, ontstaan door mensen die er uit wanhoop, woede en frustratie op hadden geslagen toen zij te horen kregen niet geholpen te kunnen worden aan hun pijnlijke gebit. Soortgelijke verhalen komen ook uit Zeeland, Limburg en Drenthe.

Het Capaciteitsorgaan adviseert al tientallen jaren om het aantal opleidingsplaatsen voor de studie tandheelkunde uit te breiden. Maar voor het uitbreiden van het aantal opleidingsplaatsen van de huidige 259 naar 345, is 28 miljoen euro per jaar extra nodig. Dat vraagt volgens de ministers Ernst Kuipers (VWS) en Robbert Dijkgraaf van Onderwijs om creatieve oplossingen, want dat geld is er niet.

Zo willen zij het aantal geneeskundeplekken terugschroeven en de tandheelkundeopleiding inkorten van 6 naar 5 jaar. Dit zou op papier financiële ruimte bieden om meer tandartsen op te leiden én zou ertoe leiden dat tandartsen sneller beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Beide ministeries stelden in september 2023 een commissie in die in recordtempo moest onderzoeken of het inkorten van de tandartsopleiding van 6 naar 5 jaar verantwoord is. De commissie kwam in november tot een eensgezinde en duidelijke conclusie: het verkorten van de opleiding levert grote risico’s op voor de kwaliteit, kosteneffectiviteit en veiligheid van de mondzorg in Nederland. Een tandarts is dan onvoldoende bekwaam om zelfstandig patiënten te behandelen.

Concreet betekent het dat een patiënt misschien wel geholpen wordt door een tandarts die nog nooit een brug of kroon op een echt gebit heeft geplaatst. Daar tekent niemand voor. Verder heeft de commissie berekend dat een uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen, zelfs met een verkorting van de opleiding, substantiële financiële consequenties zal hebben. De ingreep zal dus verre van ‘kostenneutraal’ zijn.

Tot mijn verbazing, en dat van de beroepsgroep, vegen de demissionaire ministers het adviesrapport van deze door henzelf ingestelde commissie gewoonweg van tafel. Ze willen de plannen om de opleiding tandheelkunde te verkorten er alsnog zo snel mogelijk doorheen drukken.

De ministers blijven vasthouden dat zij budgettair gezien geen andere mogelijkheid hebben om het landelijk tekort aan tandartsen op te lossen. Dat zal mogelijk ook te maken hebben met de weinig realistische verkiezingsbelofte van enkele partijen om tandheelkundige zorg voor volwassenen terug te brengen in het basispakket.

Wie het rapport van de tandheelkundige commissie goed leest, leert dat er wel degelijk alternatieven zijn, die de kwaliteit van de tandartsenzorg niet aantasten. Zo stelt de commissie een verplicht praktijkervaringsjaar voor met een aanvullend scholingsprogramma, in plaats van een zesde studiejaar. Na 5 jaar studeert een student af als basistandarts. Die mag zelfstandig werken, maar nog steeds onder supervisie van een ervaren tandarts – zoals dat ook geldt voor basisartsen.

Na een jaar succesvol meters te hebben gemaakt, ontvangt de basistandarts een definitieve registratie als tandarts. Door deze basistandartsen actief te verdelen over praktijken in Nederland, zullen ook de krimpregio’s zeker zijn van nieuwe aanwas. De basistandartsen zullen zichzelf terugverdienen door het draaien van productie. En met een beetje geluk besluit een basistandarts zich uiteindelijk permanent te vestigen op de plaats van het praktijkjaar.

Dat we in tijden van toenemende personeelstekorten out-of-the-box moeten denken begrijp ik, maar we belanden zo wel op een glijdende schaal waarbij we gaan inboeten op kwaliteit en veiligheid. Gaan we ook de Pabo standaard verkorten vanwege een gebrek aan basisschoolleraren? Of de opleiding hbo-verpleegkunde terugbrengen van 4 naar 3 jaar? Waarschijnlijk wordt er dan voor de vorm eerst weer een commissie ingesteld van beroepsbeoefenaren, om vervolgens hun conclusies terzijde te schuiven als het niet past in het vooraf gesmede politieke plan.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next