In een voormalig quarantainecentrum bij Beijing vinden vooral arbeidsmigranten uit de provincie nu goedkope huurwoningen. Een jaar na de abrupte afschaffing van het zerocovidbeleid in China blijkt het verleden van het steriele containerdorp wel hun minste zorg te zijn.
Het duurde een paar dagen voor Yin Hao doorhad op wat voor plek hij woonde. Voor hij besefte wat voor vreemde woning zijn werkgever hem eigenlijk had toegewezen. Hij had zich aanvankelijk alleen wat verbaasd over de instructie in zijn badkamer, vastgekleefd aan de muur, met een uitleg in zeven stappen om zijn handen te wassen. En hij had zich vragen gesteld bij een aantal wegwijzers rond zijn gebouw: een naar een ‘medische ruimte’ en een naar een ‘desinfectiezone’.
Maar het was pas toen hij de slogan zag, op een bord naast het parkeerterrein, dat het kwartje viel. ‘Bestrijd de epidemie, verwelkom de lente’, stond er, boven een idyllische tekening van een dokter, omringd door vogeltjes. En in kleine letters: ‘Let op je bescherming, wees niet bang, verspreid geen geruchten.’ Ineens besefte Yin Hao waar hij was terechtgekomen: in een voormalig quarantainecentrum, waar tot een jaar geleden duizenden contactpersonen van covidpatiënten opgesloten zaten.
Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.
Yin Hao, een 29-jarige projectmanager uit Henan, die in Beijing bij een bouwbedrijf werkt, had even moeten slikken. Maar hij had al snel zijn schouders opgehaald. Het quarantainecentrum was gedesinfecteerd, het virus was allang verdwenen. En vooral: op zijn vorige adres had Yin Hao met zeven man een appartement gedeeld. Nu had hij een hele kamer voor zich alleen: 18 vierkante meter, met een eigen badkamer. Hij ging languit op zijn bed liggen, voor zijn tv, en dacht: dit is heerlijk.
Yin Hao is een van de nieuwe inwoners van Qicai Jiayuan (‘Zevenkleurenthuis’), een voormalig quarantainecentrum aan de buitenrand van Beijing, dat sinds kort dienstdoet als een complex met goedkope huurwoningen. Het containerdorp werd in de zomer van 2022 gebouwd als een van de grootste quarantainecentra van Beijing, met 4.910 isolatiekamers, verspreid over zestig gebouwen. Sinds eind september, na negen maanden leegstand, worden de kamers vrij verhuurd.
Een jaar na het einde van China’s strenge zerocovidbeleid, dat op 7 december vorig jaar abrupt werd losgelaten, zijn al zo’n vierhonderd kamers van Qicai Jiayuan verhuurd. De inwoners zijn vooral arbeidsmigranten uit provincies als Hebei en Henan, en uit Dongbei, het noordoosten van China. Ze trekken zich niets aan van het quarantaineverleden van hun woning, zeggen ze. Ze zijn covid allang vergeten. Maar wie wat langer praat, merkt dat hun levens door covid ingrijpend veranderd zijn.
De verhuurders van Qicai Jiayuan – het lokale districtsbestuur – hebben hun best gedaan om het voormalige quarantainecentrum op te fleuren. De witte containers hebben accenten gekregen in de zeven kleuren van de regenboog en de zerocovidslogans zijn zo veel mogelijk weggehaald. Bij een tweede bezoek blijken ook de handenwasinstructies verwijderd. Er is een kleine supermarkt geopend op het terrein en een kantine – de inwoners mogen wegens brandgevaar niet in hun eigen kamer koken.
Maar dat kan niet kan verhinderen dat Qicai Jiayuan een vreemd steriele omgeving blijft. Het containerdorp is ver weg van de bewoonde wereld gebouwd, op een stuk niemandsland tussen de vijfde en zesde ring van Beijing. Het immense terrein is omheind met witte hekken met bovenop scherpe pinnen, en ingedeeld in clusters, met nog meer hekken en omheiningen. Er hangen overal camera’s en er rijden voortdurend bewakers rond. Op een donkere winteravond voelt het als een verlaten gevangenisterrein.
De inwoners zelf lijken daar geen last van te hebben. Meer nog, ze lijken de vraag hoe het is om in een gewezen quarantainecentrum te wonen zelfs niet te begrijpen. ‘Alle kamers zijn gedesinfecteerd, je hoeft je geen zorgen te maken’, zegt de 25-jarige makelaar Zhu, die net als veel inwoners denkt dat we naar het besmettingsgevaar vragen. Hij wijst naar de meubels: een bed, een bureau, een kleerkast en een kleine zithoek. ‘In die tijd was er een virus, dus alle meubels zijn verwijderd en vervangen’, zegt hij. Dat blijkt overigens verzonnen.
Voor een deel speelt de invloed van propaganda en censuur. Wie toegang tot buitenlandse media heeft, weet dat de Chinese overheid het zerocovidbeleid heeft afgeschaft na een golf van landelijke protesten, zonder enige voorbereiding en met overspoelde ziekenhuizen en crematoria tot gevolg. Drie jaar zerocovid, met quarantaines en lockdowns, werden in één klap tenietgedaan. Maar wie alleen Chinese media ter beschikking heeft, heeft te horen gekregen dat de overheid alles prima heeft aangepakt en dat het onderwerp nu is afgesloten. Kritiek leveren is onpatriottisch.
‘We hoeven niet meer over covid te praten, dat ligt in het verleden’, zegt de 49-jarige Hou, die een vriendin helpt met intrekken in Qicai Jiayuan. Hij tilt enkele dozen haar kamer in. Hou werkt bij een staatsbedrijf, dat voorheen levensmiddelen aan het quarantainecentrum leverde, en schiet meteen in de verdediging als een buitenlander hem iets over covid vraagt. ‘Natuurlijk is er een impact, maar er is geen enkele reden om daarover te praten. Bovendien, ons land heeft het in vergelijking met andere landen niet slecht gedaan.’
De meeste inwoners hebben vooral heel andere zorgen aan hun hoofd. Neem makelaar Zhu. Hij had vóór covid in Beijing een handel in tweedehandsmobieltjes, maar moest tijdens de pandemie terugkeren naar zijn dorp in Hebei. Nu beproeft hij zijn geluk als makelaar. Hij verhuist elke twee weken naar een nieuw bouwproject, probeert daar zo veel mogelijk huurders aan te trekken en trekt dan naar het volgende project. Het is voorlopig sappelen. Als het volgend jaar niet beter wordt, gaat hij op zoek naar werk in een andere sector.
Of neem Yin Hao, de 29-jarige projectmanager uit Henan. Hij wordt op zijn leeftijd geacht een huis te kopen, te trouwen en een gezin te stichten. Zijn jongere neef is vorig jaar getrouwd en zijn ouders oefenen grote druk op hem uit. Yin Hao leek goede papieren te hebben: hij raakte dankzij relaties binnen in een staatsbedrijf. Normaal is dat een stabiele baan, maar Yin Hao heeft gehoord dat zijn bedrijf geen nieuwe projecten meer heeft en dat er ontslagen aankomen. Nu weet hij niet goed wat te doen.
Voor de inwoners van Qicai Jiayuan is het quarantaineverleden van hun woonplaats hun minste zorg. Zij zijn vooral op de lage huurprijs afgekomen: 1.200 renminbi (153 euro) per maand. De belangrijkste problemen volgens de huurders: ze mogen niet koken in hun kamer, de geluidsisolatie is bar slecht en ze hebben geen verwarming, op de heteluchtblazer van de airconditioning na. Maar nergens anders kunnen ze zo goedkoop wonen in Beijing, waar zelfs een bed in een gedeelde kamer meestal het dubbele kost.
‘Ik ben blij dat ik dit gevonden heb, maar ik maak me ook zorgen’, zegt Li (31), die met haar man en haar 2-jarige zoontje in twee geschakelde kamers woont. Haar grootste zorg: ze wil koken voor haar zoontje, maar dat mag hier niet. Toen ze op de tweede dag van haar verblijf een eierpudding stoomde, ging het brandalarm af en kwam er meteen een bewaker kijken. Haar man heeft de rookmelder nu met plastic afgedekt en Li kookt stiekem. Maar ze is zenuwachtig: wat als ze betrapt wordt? Ze kunnen zich geen andere woning veroorloven.
Li en haar man komen uit arme dorpen in Hebei. Vóór covid werkten ze allebei in Beijing, hij als manager in een bouwbedrijf in staatshanden, zij op de verkoopafdeling van een privébedrijf in bouwmaterialen. Ze spaarden voor een huis, om te kunnen trouwen en aan een gezin te beginnen. Maar tijdens de pandemie verloor Li haar baan. ‘De bazen van de privébedrijven konden de druk niet aan, ze stopten allemaal’, zegt ze. ‘Mijn man is iets beter af, hij werkt in een staatsbedrijf.’
Door covid besloten ze hun toekomstplannen om te gooien: eerst trouwen en een kind, daarna een huis kopen. Dat laatste lijkt steeds minder haalbaar. ‘We komen net rond, maar de druk is hoog’, zegt Li, die binnen een dikke jas draagt. Ze wil de heteluchtstand van de airconditioning niet te veel gebruiken, om elektriciteit te besparen. ‘Mijn man moet elke dag overwerken, tot tien uur ’s avonds. We wilden een huis kopen, maar we durven niet meer. Wat als mijn man zijn baan verliest?’
Het is misschien wel de grootste verandering door covid in China: de golf van pessimisme en onzekerheid, in een land dat de voorbije decennia werd gekenmerkt door een enorm vooruitgangsgeloof, en dat tot diep in het tweede jaar van de pandemie dacht dat zijn covidaanpak superieur was. Maar in 2022, toen omikron het zerocovidbeleid op tilt deed slaan, begon de sfeer te kantelen. En in 2023, toen de economie zich na covid niet herpakte, sloeg de onzekerheid keihard toe.
In een autoritair land als China leidt dat niet tot openlijke kritiek op het bestuur. Hier en daar klinken wel tegengeluiden, maar die worden meteen in de kiem gesmoord. Tijdens een halloweenoptocht in Shanghai verkleedden enkele jongeren zich in witte beschermingspakken, als sneer naar zerocovid. Zij werden door de politie gearresteerd. Deelnemers aan de protesten van vorig jaar werden bij de eerste verjaardag gewaarschuwd om thuis te blijven. In Beijing en Shanghai was zichtbaar meer politie op straat.
Voor de inwoners van Qicai Jiayuan, arbeidsmigranten die proberen op te klimmen tot de middenklasse, zonder stedelijke achtergrond of eigendom, zijn dat soort individuele meningen of expressies een luxe die ze zich niet eens kunnen voorstellen. Ze hebben in deze economisch zware tijden maar één verlangen en dat is zekerheid: een dak boven hun hoofd, een vaste baan, een inkomen om hun kinderen of ouders te onderhouden. Qicai Jiayuan helpt hen de eindjes aan elkaar te knopen.
Maar zijn ze zerocovid dan echt vergeten? Roept het beeld van het voormalige quarantainecentrum geen onaangename herinneringen op? Yin Hao haalt zijn schouders nog maar eens op. Hij heeft zelf nooit in quarantaine gezeten, zegt hij. Het ergste aan zerocovid vond hij dat hij drie jaar lang niet naar huis mocht om Chinees Nieuwjaar te vieren en zijn familie in Henan te zien. ‘Maar ik denk daar bijna niet meer aan’, zegt hij. ‘Wat voor nut heeft het eraan te denken? Het ligt allemaal in het verleden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden