Toen Mein Kampf uitkwam, zagen Duitse Joden het niet als een bedreiging voor hun bestaan, of zelfs maar als een voorbode van een veranderend politiek klimaat in Duitsland. Een recensent schreef dat hij Hitlers boek met een gevoel van voldoening opzij legde. Zolang de nationalistische beweging geen betere leiders kon vinden, zou het nog lang duren voordat ze de overwinning zouden kunnen behalen in het land van denkers en dichters.
Over de auteur
Heleen Mees is columnist van de Volkskrant. Eerder promoveerde ze op de Chinese economische groei. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Volgens een andere recensent toonde het boek Hitler zoals hij was: harteloos, onwetend, ijdel en volkomen fantasieloos. De enige verzachtende omstandigheid die de recensent kon bedenken was dat Hitler een ongeneeslijke oorlogsfanaat was. Maar de conservatieve elite in Duitsland dacht in 1933 dat ze Hitler voor haar eigen agenda kon gebruiken en zette rijkspresident Paul von Hindenburg onder druk om Hitler als kanselier te benoemen.
Vladimir Poetin begon zijn rede op de Veiligheidsconferentie van München in 2007 met de waarschuwing dat hij beleefdheidsfrases en diplomatieke formuleringen zou vermijden en vrijuit zou zeggen wat hij dacht. De Russische president grapte dat hij hoopte dat de organisatie de microfoon niet zou uitschakelen na de eerste paar minuten van zijn toespraak. De zaal kon er toen nog om lachen.
Poetin stak vervolgens een tirade af tegen een unipolaire wereld, die ons in een afgrond van permanente conflicten zou storten. De door de Verenigde Staten geleide internationale orde – oftewel de vrije wereld – was niet aan Rusland besteed, aldus Poetin. Hij voegde de daad bij het woord en ontmantelde in de jaren na zijn rede in München de structuren die bedoeld waren om na de Koude Oorlog de vrede in Europa te bewaren. Poetin heeft sindsdien openlijk de ambitie uitgesproken om alle gebieden die ooit tot het grote Russische rijk behoorden terug te veroveren.
Israël had de blauwdruk van Hamas voor de terroristische aanslag van 7 oktober ruim een jaar eerder al in handen gekregen, zo blijkt uit onderzoek van The New York Times. Het bijna veertig pagina's tellende document schetste in detail de verwoestende aanval op Israël die Hamas aan het beramen was. Maar de Israëlische inlichtingendienst deed het strijdplan af als wensdenken omdat de dienst Hamas niet in staat achtte om het uit te voeren.
Drie maanden voor de aanslag waarschuwde een senior analist van de Israëlische inlichtingendienst dat Hamas een intensieve trainingsoefening had uitgevoerd die leek op wat in de blauwdruk was geschetst. Zij onderstreepte dat een verwoestende aanval niet denkbeeldig was. Een kolonel in de Gaza-divisie van het Israëlische leger wuifde haar zorgen weg, aldus The New York Times die gecodeerde e-mailberichten heeft kunnen inzien. Laten we rustig afwachten, schreef de kolonel.
Hoewel dit om drie onvergelijkbare gebeurtenissen gaat, hebben ze met elkaar gemeen dat het naderende gevaar niet serieus werd genomen. Als Joodse kranten in Duitsland over Hitler schreven, lag de nadruk vooral op beledigingen die hij uitte en zijn aanvallen op Joden – niet op zijn ideologie. Toen Rusland buurland Georgië binnenviel en de Krim annexeerde, wisten Europese landen – Duitsland en Nederland voorop – niet hoe snel ze weer zaken met Rusland moesten doen.
Oud-Amerika-correspondent Michael Persson beschreef afgelopen weekend hoe na de verkiezingsoverwinning van Donald Trump in 2016 er een sterke zucht bestond om diens overwinning zo snel mogelijk weer normaal te gaan vinden. Deze neiging om in het abnormale het normale te willen zien leidt ertoe dat we waarschuwingen over dreigend gevaar niet serieus nemen of bagatelliseren. Daardoor onderschatten we systematisch de kans op onheil en de potentiële gevolgen ervan.
Niet alleen de natuurlijke tendens om ons tegen verandering te verzetten en te geloven dat het leven zal blijven zoals het is, maar ook het geloof in de eigen superioriteit speelt een rol bij deze zogenoemde normalcy bias. Na de val van de Berlijnse muur dachten we in het Westen dat we een internationale orde zouden krijgen die gebaseerd was op de westerse liberale democratie.
Die gedachte – geïntroduceerd door Francis Fukuyama in Het einde van de geschiedenis (1992) – was zo krachtig dat het nog steeds moeilijk is om de wereld door een andere bril te bezien, zelfs nu onze democratieën van binnenuit worden bedreigd. Maar juist omdat we de neiging hebben om dreigend gevaar te bagatelliseren – het zal zo’n vaart niet lopen – moeten we ons er actief tegen verzetten, ook in eigen huis.
Source: Volkskrant