Madonna heeft nooit haast als ze het podium op moet, mogelijk voelt ze zich niet aangesproken door het concept tijd. Afgelopen weekend moesten concertbezoekers om die reden traditioneel lang wachten in de Ziggo Dome voordat de show begon. Dit leidde tot een hoop chagrijn over hoe duur die kaartjes wel niet waren geweest, en hoe onverteerbaar het dan is als je eerder moet vertrekken om de laatste trein te halen. Zowel de NS als Mojo, de concertorganisatie, moesten het ontgelden. De NS hadden niet eens de dienstregeling willen afstemmen op Madonna’s humeur – schandalig! – en Mojo weigerde de taxi te betalen voor gestrande reizigers – boe!
Het is een storm in een glas water, de iconische wereldster schijnt een geweldige show te hebben neergezet die hoe dan ook de moeite waard was. De aandacht zou vooral dáárop gericht moeten zijn. Of zoals Sanne Schonberger, een Madonna-fan, in het AD opmerkte: ‘Al die negativiteit vind ik maar niks. Je maakt zelf een keuze hoe laat je komt en hoe je je opstelt’. Haar rake opmerking kan breder worden getrokken.
Wij Nederlanders kunnen stevig klagen over dagelijks leed, maar het geklaag zelf lijkt ons niet te deren. Eerder wordt dat liefkozend vertaald naar een vorm van eerlijkheid; we zijn nou eenmaal een volk dat precies zegt waar het op staat.
Als wij werkelijk zouden zeggen waar het op staat, zou de verkiezingsuitslag er anders hebben uitgezien. We zouden dan onomwonden hebben opgemerkt dat het heus aardig klinkt, die verkiezingsbeloften, maar dat het migratieprobleem 1) vrijwel niet op nationaal niveau op te lossen is, en 2) vooral een kwestie is van arbeidsmigratie en in veel mindere mate een kwestie van vluchtelingen. We zouden niet zijn meegegaan in de holle retoriek van politici om voor je eigen verongelijkte hachje te kiezen, maar hebben erkend dat we elkaar nodig hebben om mondiale problemen op te lossen. We zouden hebben uitgesproken dat het waarschijnlijk nog een poosje slechter zal gaan voordat het weer beter kan worden, maar dat we met gemeenschapszin de weg naar voren kiezen zonder iemand achter te laten.
Onze gave om te foeteren op al wat niet deugt, lijkt eerder voort te komen uit ontgoocheling; we leven in een rijk land, maar ervaren desondanks ongemak. Alsof we een duur kaartje hebben gekocht voor een concert, om vervolgens toch zere benen te krijgen van het lange wachten. Waar is het comfort waar we recht op hebben als VIP-leden van de wereld?
De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) kwam vorige week met een rapport waarin het belang van grip wordt benadrukt. Wanneer mensen onvoldoende grip op hun leven ervaren, kan dat niet alleen leiden tot persoonlijke problemen maar ook tot maatschappelijk onbehagen. Mensen kunnen dan meer macht toeschrijven aan vijanden of op zoek gaan naar zondebokken. De WRR doet meerdere aanbevelingen voor beleidsmakers om ervoor te zorgen dat burgers meer grip ervaren.
Naast de overheid is er nog iemand anders die ervoor kan zorgen dat burgers meer grip ervaren: wijzelf. Grip is maar ten dele iets wat buiten onszelf ligt, het heeft ook te maken met de eigen opstelling. Negativiteit en angst zijn keuzes. We hebben ook de keus om de aandacht te richten op datgene wat de moeite waard is: met zelfvertrouwen en ambitie elkaar opzoeken om de problemen die op ons bord liggen werkelijk op te lossen. Dat afschuiven hebben we nu wel gehad. Nu meer dan ooit is het tijd om samen op te trekken en een positieve rol te spelen in de wereld.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.