Aangename verrassing: Woody Allen kan nog steeds onderhoudende films maken. Ik had hem na zijn zwakke laatste films zo goed als afgeschreven en aarzelde of ik naar zijn nieuwste, Coup de Chance, moest gaan. De overwegend gunstige recensies duwden me toch naar de bioscoop – en terecht.
Coup de Chance (‘Toevalstreffer’) is weliswaar geen hemelbestormend meesterwerk, maar toch goed genoeg om je te laten zien waarom Allen zo’n bekwame filmmaker met een rijk oeuvre is geworden. Hij kan als scenarist een origineel verhaal met verrassende wendingen bedenken, en hij weet als regisseur snel een intieme sfeer rond zijn personages te creëren waardoor de kijker gemakkelijk meegaat in zijn fantasie.
Zelf vindt Allen de scenarioschrijver belangrijker dan de regisseur. In zijn in 2020 verschenen autobiografie Apropos of Nothing schrijft hij: „Mijn theorie is (...) dat het probleem vrijwel altijd in het script zit. Schrijven is stukken moeilijker dan regisseren, en een middelmatige regisseur kan een goede film maken van een voortreffelijk script, maar een geweldige regisseur kan van een waardeloos script nooit een goede film maken.”
Woorden die me uit het hart gegrepen zijn, omdat ik me vaak heb afgevraagd waarom je altijd interviews met regisseurs en acteurs leest, maar zelden of nooit met de scenarioschrijver die het allemaal op zijn zolderkamertje heeft zitten bedenken.
Het toeval speelt vaak een dominante rol in Allens films, ook in Coup de Chance. Twee jonge mensen – hij gescheiden, zij pas getrouwd – zien elkaar toevallig terug in Parijs en beginnen een affaire die dramatische gevolgen zal hebben, ook voor de schatrijke echtgenoot van de vrouw; het toeval zal zich niets aantrekken van zijn manipulatiezucht. Het lot beschikt, niet de mens.
Zo beschrijft Allen het ook in zijn autobiografie. Hij gelooft niet in de onsterfelijkheid van de artistieke nalatenschap, want ooit zal het universum er niet meer zijn. „Per slot van rekening zijn we niets meer dan een toevalligheid van de natuurkunde. En niet zo’n vreemd toevalligheidje ook. Niet het resultaat van een intelligent ontwerp, maar hooguit het werk van een onbehouwen knoeier.”
Hij schrijft zijn succes toe aan het geluk dat hij de goede mensen tegenkwam op het goede moment. Daarna moet het lot zich tegen hem hebben gekeerd, want hij kwam ook Mia Farrow tegen, waarna zijn leven een bijna fatale wending nam. Haar beschuldigingen van seksueel misbruik van een van haar adoptiekinderen blijven aan hem kleven, ondanks twee diepgaande onderzoeken die hem vrijpleitten. Zijn autobiografie leest dan ook als een proeve van verbittering, een felle aanklacht tegen Farrow die hij „een losgelaten, gevaarlijke vrouw” noemt. Zij zou zich op hem wreken omdat hij een relatie begon met haar adoptiedochter Soon-Yi, met wie hij – vermeldt hij steeds weer – nu alweer 26 jaar gelukkig getrouwd is.
Hoe ontdekte Farrow die relatie? Doordat zij door zijn appartement liep en op de schoorsteenmantel erotische foto’s van Soon-Yi zag liggen. „Was dit mijn manier van een breuk forceren zonder dat ik het zelf besefte?” schreef Allen. „Dat was niet zo. Het was gewoon de blunder van een sukkelige kluns.”
Het was gewoon het toeval.
Source: NRC