Terwijl de wereld handenwringend maar machteloos toekijkt naar het drama in Israël en de Palestijnse gebieden, maakt één instantie zich op om de strijdende partijen wél tot de orde te roepen: het Internationaal Strafhof (ICC). In Den Haag worden de strafrechtelijke messen geslepen.
Zondag kwam hoofdaanklager Karim Khan terug van een bezoek aan Israël en de Westoever. Hij sprak daar met familieleden van personen die vermoord of ontvoerd werden door Hamas en met vertegenwoordigers van de Palestijnse Autoriteit, zoals president Mahmoud Abbas. Khans verklaring na afloop wekt de indruk dat hij stellig van plan is ‘te verzekeren dat eenieder de bescherming van de wet zal voelen’.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije, Iran en Israël/Palestina voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.
Dat het strafhof een rol kan spelen in de oorlog, staat buiten kijf. Sinds 2015 is Palestina aangesloten bij het ICC in Den Haag. Daarmee heeft het hof rechtsmacht inzake oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, gepleegd op het grondgebied van Palestina. Dat mandaat strekt zich uit, zo liet de aanklager op 13 oktober weten, tot door Hamas op Israëlisch grondgebied gepleegde misdrijven.
Sterker, het strafhof spéélt al een rol. In 2021 opende het een strafrechtelijk onderzoek naar ‘de situatie in Palestina’. Een voorlopig onderzoek door Khans voorganger Fatou Bensouda had aan het licht gebracht dat er, zo schreef ze, ‘redelijke gronden zijn om aan te nemen dat oorlogsmisdrijven zijn of worden gepleegd op de Westoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en de Gazastrook’.
Als voorbeelden van mogelijke misdrijven noemde Bensouda de ‘disproportionele’ bombardementen die het Israëlische leger uitvoerde tijdens de Gazaoorlog van 2014 en het door Israël overbrengen van Israëlische burgers naar nederzettingen op de bezette Westoever. Aan de kant van Palestijnse milities als Hamas zou het gaan om het aanvallen van burgerdoelen, moorden, het gebruik van burgers als menselijk schild en marteling.
Israël, dat het ICC nooit heeft erkend, reageerde furieus. Volgens premier Benjamin Netanyahu kwam de beslissing van het hof neer op ‘onverdund antisemitisme en het toppunt van hypocrisie’.
Opmerkelijk in de verklaring van aanklager Khan afgelopen zondag is het verschil in toon vergeleken met die van Bensouda. Waar zijn voorganger iets meer nadruk leek te leggen op Israëlische misdrijven, is dat bij Khan omgekeerd. Nadrukkelijk veroordeelt hij de acties van ‘Hamas en andere terreurorganisaties’.
In de kibboetsen en op het festivalterrein ‘was ik getuige van scènes van berekende wreedheid’. De aanvallen van 7 oktober op ‘onschuldige Israëlische burgers, behelzen enkele van de ernstigste internationale misdaden die het geweten van de mensheid schokken, misdaden waartegen het ICC is opgericht’. Samen met de families staat hij ‘klaar om de daders ter verantwoording te roepen’.
Veel voorzichtiger is Khans toon als het gaat om mogelijke schendingen van het oorlogsrecht door het Israëlische leger. ‘Geloofwaardige beschuldigingen van misdaden moeten onderworpen worden aan onafhankelijke toetsing en onderzoek’, zo schrijft hij.
Meewerking van Israël
De aanklager wijst erop dat Israël beschikt over ‘een robuust systeem om de naleving van het internationaal humanitair recht te garanderen’. Het leger ‘kent de wet die moet worden toegepast’. Zo heeft Israël ‘advocaten opgeleid die commandanten adviseren’ over toepassing van het oorlogsrecht.
Eliav Lieblich, hoogleraar volkenrecht aan de universiteit van Tel Aviv, vraagt zich af waarom Khan hier zo de nadruk op legt. ‘Misschien is het een aanmoediging aan het adres van Israël om mee te werken. En misschien wil hij vertrouwen wekken, als onpartijdige actor. Israël wantrouwt internationale instellingen.’
Niettemin is het volgens Lieblich uitgesloten dat Israël zal meewerken: ‘No way.’ Het is voor Israël onmogelijk wél de vervolging van Hamas-terroristen te steunen, maar niet de rest van het onderzoek. ‘Als Israël akkoord gaat met onderzoek naar 7 oktober, zal het ook moeten instemmen met onderzoek in Palestijns gebied. Het is één pakket.’
Khans aanpak is deels een logisch uitvloeisel van de feiten. Het is zó duidelijk dat Hamas vreselijke misdrijven heeft begaan, dat elke ‘wellicht’ in zijn verklaring zijn geloofwaardigheid zou aantasten. Israëls militair optreden in Gaza is vanuit humanitair oorlogsrecht echter moeilijker te beoordelen. Dat vergt zorgvuldige afweging van intenties, doelmatigheid en proportionaliteit.
Op één punt is Khan heel stellig: de Israëlische blokkade van Gaza is onwettig. Hier ‘laat de wet geen twijfel toe’. Alle partijen moeten burgers toegang geven tot water, voedsel en medicijnen. Op omineuze wijze, waarschijnlijk in de richting van Israël, stelt de hoofdaanklager van het strafhof dat wie dat niet doet, ‘niet moet klagen als mijn kantoor verplicht is [daartegen] op te treden.’
Ook spreekt Khan Israël aan over de Westoever. Hij zegt ‘diep bezorgd’ te zijn over de ‘aanzienlijke toename van aanvallen door kolonisten op Palestijnse burgers’ op de Westelijke Jordaanoever. ‘Geen enkele Israëliër gewapend met een extreme ideologie en een wapen, mag denken dat hij ongestraft kan optreden tegen Palestijnse burgers.’
Het is afwachten hoe effectief Khan zal kunnen opereren. Zijn missie vorige week was een soort privébezoek. Israël zal onderzoek door Khans experts waarschijnlijk niet toestaan, in Israël noch in bezet gebied. Getuigen moeten in dat geval elders worden gehoord, en veel zal afhangen van online bronnen. Ook de financiën van het ICC zijn een teer punt, net als de werklast, gelet op Oekraïne. Maar onmogelijk is een strafzaak niet.
Verder is de vraag óf en wannéér verdachten in Den Haag voor de rechter zullen komen. Die kanttekening heeft minder gewicht dan vaak gedacht wordt. Het is voor niemand – Hamas-leden noch Israëlische militairen en politici – prettig tot in lengte van dagen als oorlogsmisdadiger te boek te staan en daardoor tweederde van de wereld niet te kunnen bereizen, op straffe van arrestatie.
Ook kan onderzoek van het ICC licht werpen op de feiten in deze oorlog. De waarheid dreigt anders te verdwijnen in een mist van desinformatie en propaganda. Zo is het dankzij een internationaal tribunaal dat het Srebrenica-drama van 1995 als ‘genocide’ de geschiedenisboeken in is gegaan.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden