De weerwil tegen lezen die zovele scholieren meester heeft gemaakt, leidt nu al tot een leesramp van proportie. Een toekomst zonder lezen is onvoorstelbaar, al was het maar omdat tekstbegrip de basis vormt van helder denken.
Een van de grootste maatschappelijke problemen was geen onderwerp in de politieke campagnes: de ontlezing. Toch is de leesramp, zoals columnist Aleid Truijens het noemt, erger dan ooit, blijkt uit het nieuwe Pisa-onderzoek. Deze ramp vraagt om snel en adequaat ingrijpen, al lijkt geen enkele partij hiervoor een overtuigend plan te hebben.
Een op de drie Nederlandse jongeren is nu ‘onvoldoende geletterd’ en kan straks niet als ‘zelfstandig burger’ deelnemen aan de maatschappij. De daling is in Nederland sterker dan elders. Van de EU-landen scoort alleen Griekenland slechter.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Het onderzoek komt een week na het nieuws dat Nederlandse jongeren minder over de democratie weten dan leeftijdsgenoten in vergelijkbare landen. Al jaren wordt aan de bel getrokken over de gebrekkige burgerschapsvorming, maar net als bij de leesramp is de weg omhoog ook daar nog niet gevonden.
Tezamen vormt dit de voedingsbodem voor groot maatschappelijk onbehagen en groeiende ongelijkheid. Mensen die slecht lezen, verdienen later minder, hebben een slechtere gezondheid en begrijpen een brief van de Belastingdienst niet. Ze zijn bovendien vatbaarder voor nepnieuws en complotdenken.
De oorzaken van de leesramp zijn complex. De telefoon is zeker een stoorzender (en moet zo snel mogelijk uit de school worden verbannen), maar verklaart niet waarom Nederland het zo slecht doet in vergelijking met andere landen.
Hetzelfde geldt voor de coronacrisis: volgens de onderzoekers zijn de slechte prestaties maar deels te verklaren door de pandemie. Verder speelt ook het lerarentekort, dat in het voortgezet onderwijs in 2023 tot het hoogste verzuim in 10 jaar tijd leidde, een kwalijke rol.
Het leesonderwijs is al zo lang zo slecht dat de leraren zelf vaak geen enthousiaste lezers zijn. Een pabo-docent zei in een onderzoek van Stichting Lezen dat de studenten zelfs moeite hebben met een kinderboek als Lampje van Annet Schaap. Hoe moeten zij scholieren leesplezier bijbrengen?
Schaf het zo gehate ‘begrijpend lezen’ toch af, roepen experts al jaren. Het herkennen van signaalwoorden, kernzinnen en hoofdgedachten is een geestdodende methode die zelfs de laatste lezers voorgoed leesvrees aanleert.
Maar de overheid heeft te weinig regie en probeert door middel van vele initiatieven en innovaties wat te doen aan leesbevordering. Tragisch genoeg leidt dat telkens tot meer digitalisering, meer ‘verleuking’, meer filmpjes en minder tijd om gewoon lange teksten en boeken te lezen, de enige bewezen effectieve methode voor beter tekstbegrip.
Zo raken we in een neerwaartse spiraal. De leesvrees leidt tot onderwijs dat lezen steeds laagdrempeliger maakt. Dat leidt tot slechtere lezers die ook in andere vakken slechter presteren – zelfs de wiskundevragen worden immers talig gesteld.
Hoe minder plezier een leerling heeft in het lezen of teksten begrijpt, hoe meer frustraties lezen zal oproepen en hoe meer het lezen uiteindelijk helemaal wordt vermeden. Maar hoe alom aanwezig video’s ook zullen zijn in het onderwijs en elders, een ‘post-lezen’-toekomst is niet wenselijk. Want goed leren lezen en schrijven is óók de basis van helder denken.
Source: Volkskrant