Onderaan artikel zijn de antwoorden geplaatst. Daarbij zie je ook welk moeilijkheidsniveau elke vraag heeft. Niveau 1 is het makkelijkste en niveau 6 het moeilijkste. Je mag een rekenmachine gebruiken.
In het eerste onderdeel is een tabel te zien met de afstand van verschillende planeten tot de zon. Je moet de planeten op de juiste plekken zetten op basis van de afstand tussen elkaar.
1.1 Welke planeten staan op 4,38 astronomische eenheid (ae) van elkaar af? En welke planeten 9,63 ae?
1.2 Neptunus staat 30,05 astronomische eenheid van de zon af. Hoeveel miljoen kilometer is dat, als één ae 150 miljoen kilometer is?
Bij dit onderdeel is een driehoek zichtbaar die uit andere driehoeken bestaat. Sommige driehoeken zijn blauw en sommige zijn rood.
2.1 Zes blauwe en tien rode driehoeken zijn te zien. Hoeveel procent van de driehoeken is blauw?
2.2 Stel dat er een volgende rij onderaan het patroon wordt toegevoegd. Hoeveel procent van de driehoeken zijn dan blauw?
2.3 Blijft het percentage blauwe driehoeken altijd lager dan 50 procent, ongeacht de hoeveelheid rijen die worden toegevoegd? Waarom wel of waarom niet?
Dit onderdeel draait om de hoeveelheden bebost gebied per land. In een tabel staat de hoeveelheid bebost gebied als percentage van het totale grondoppervlak van vijftien landen. Dit getal wordt voor 3 momenten weergeven: 2005, 2010 en 2015.
Je hebt de interactieve tabel nodig om te rekenen. Die kan je hier vinden.
3.1 Welk land had de grootste toename bebost gebied, in procentpunten, tussen 2005 en 2015? In welk land was er geen toename tussen 2005 en 2015? En welk land had de grootste afname, in procentpunten, tussen 2005 en 2015?
3.2 Wat is de gemiddelde verandering van de hoeveelheid bosgebied tussen 2005 en 2010. Is dit positief of negatief? En tussen 2010 en 2015?
3.4 “Zuid-Korea heeft in de getoonde jaren een grotere oppervlakte bebost gebied dan elk ander land op deze lijst.” Klopt deze bewering wel of niet? En waarom?
1.1 (Moeilijkheidsniveau: 3) Het goede antwoord is: Jupiter, Saturnus en Uranus.
De afstand tussen planeten wordt bepaald door de afstand tussen de planeten en de zon te vergelijken. De afstand van Saturnus naar de zon minus de afstand van Jupiter naar de zon is 4,38 ae (Saturnus - Jupiter = 4,38 ae). De afstand van Uranus naar de zon min de afstand van Jupiter naar de zon is 9,62 ae (Uranus - Saturnus = 9,62 ae).
1.2 (Moeilijkheidsniveau: 2) Het goede antwoord is: 4500 miljoen kilometer.
Neptunus is 30,05 ae weg van de zon. 30,05 keer 150 miljoen is ongeveer 4500 miljoen kilometer (30,05 x 150.000.000 = 4.507.500.000).
2.1 (Moeilijkheidsniveau 1): Het goede antwoord is 37,5 procent. Dit is op papier de makkelijkste vraag in de test.
Er zijn 6 blauwe en 10 rode driehoeken. Dat zijn 16 driehoeken in totaal (6 + 10 = 16). Het percentage blauwe driehoeken wordt berekend door 6 te delen door 16 en dit vervolgens te vermenigvuldigen met 100 ( 6 / 16 x 100 = 37,5).
2.2 (Moeilijkheidsniveau 2): Het goede antwoord is 40 procent.
Als een volgende rij wordt toegevoegd, komen er 5 rode driehoeken bij en 4 blauwe. Er zijn dan 25 driehoeken in totaal. Het percentage blauwe driehoeken wordt berekend door 10 te delen door 25 en dit vervolgens te vermenigvuldigen met 100 ( 10 / 25 x 100 = 40).
2.3 (Moeilijkheidsniveau 5): Het goede antwoord is 'Ja'.
Uitleg: Er is altijd één rode driehoek meer per rij dan blauwe. Bij 50 procent zouden er evenveel blauwe driehoeken zijn als rode driehoeken. Dit kan niet als er altijd meer rode driehoeken per rij zijn.
3.1 (Moeilijkheidsniveau 5): De goede antwoorden op de vragen zijn: Griekenland heeft de grootste toename, Armenië heeft geen toename en Panama heeft de grootste afname.
Uitleg: Het verschil bereken je door de situatie in 2005 van de situatie in 2015 af te halen, dus kolom D min kolom B (D - B = verschil). Vervolgens kan je sorteren op kolom E. Hoe groter het getal, hoe meer verschil er tussen de twee momenten zit. Bij een negatief getal is er minder bos in 2015 dan in 2005.
Bij Griekenland is het verschil 2,34 procentpunt, dit is het grootste verschil. Bij Armenië is het verschil 0,00 procentpunt, daar is dus geen verandering tussen 2005 en 2015. Bij Panama is de afname het grootst met -2,22 procentpunt.
3.2 (Moeilijkheidsniveau 5): Het goede antwoord is dat voor beide het verschil gemiddeld negatief is.
Het verschil voor het eerste tijdsverschil bereken je door de situatie in 2005 van de situatie in 2010 af te halen, dus kolom C minus kolom B (C - B = verschil). Dit doe je vervolgens ook voor het tweede tijdsverschil, dus 2015 minus 2010, ofwel kolom D minus kolom C (D - C = verschil).
Vervolgens kan voor kolom E en F het gemiddelde bepalen. Bij kolom E, het verschil tussen 2005 en 2010, is het getal -0,15 en neemt het percentage beboste gebied dus af. Bij kolom F, het verschil tussen 2010 en 2015, is het getal -0,13 en neemt hier het percentage beboste gebied ook af.
3.4 (Moeilijkheidsniveau 6): Het goede antwoord is ‘Nee’.
Het beboste gebied wordt gegeven in percentages. Zuid-Korea heeft procentueel het grootste percentage (64,42). Dat betekent dat meer dan de helft van Zuid-Korea bebost gebied is. Maar meer dan de helft van Zuid-Korea is niet per se groter dan bijvoorbeeld een derde (33,85 procent) van de Verenigde Staten. Daarvoor heb je de oppervlakte van elk land nodig.
Zonder te weten hoeveel landoppervlakte elk land heeft kan je niks zeggen over welk land het meeste beboste oppervlakte heeft.
Ben je nog niet uitgerekend? Op de website van de OESO zijn nog meer rekenkundige vragen te vinden.
Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.
Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.
Source: Nu.nl algemeen