Home

Eerste Israëlische tanks rijden Khan Younis in Zuid-Gaza binnen

Zuid-Gaza De situatie in het zuidelijke deel van de Gazastrook verslechtert snel nu het Israëlische leger ook daar binnendringt. Burgers kunnen geen kant op.

De toch al benarde situatie van de burgerbevolking in de zuidelijke helft van de Gazastrook wordt steeds wanhopiger door de opmars van de Israëlische strijdkrachten. Honderdduizenden mensen hebben geen idee waar zij en hun familieleden nog een goed heenkomen kunnen vinden. Ook kampen velen met acute voedsel- en drinkwatertekorten.

Vooral de zuidelijke plaats Khan Younis werd dinsdag getroffen door hevige bombardementen. Een deel van de leiding van Hamas, mogelijk ook de militaire leider Yahya Sinwar, zou zich daar ophouden. „Wat hier gebeurt is onvoorstelbaar”, vertelde Hamza al-Bursh, die in een wijk woont waar Israël burgers had gemaand te vertrekken, aan het persbureau AP. „Ze bombarderen zonder enig onderscheid.”

Ook reden dinsdagmiddag de eerste Israëlische tanks Khan Younis binnen. Meer grondtroepen zouden zich inmiddels dichtbij Khan Younis bevinden, waar naast de eigen bevolking ook vele tienduizenden vluchtelingen uit de noordelijke helft van de Gazastrook verblijven. Deels bivakkeren zij in tenten. Anderen overnachten bij gebrek aan beter in de buitenlucht, ondanks de toenemende kou rond deze tijd van het jaar.

De overgebleven ziekenhuizen in Zuid-Gaza zijn ernstig overbelast. Bij het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis werden dinsdagmorgen in een tijdsbestek van enkele uren de lichamen van 43 omgekomen mensen binnengebracht. Daarnaast arriveerden er talrijke gewonden. Om hen te kunnen helpen riep het ziekenhuis het publiek op tot bloeddonaties. Het dodental in de Gazastrook sinds het uitbreken van de oorlog op 7 oktober staat volgens de Palestijnse autoriteiten inmiddels op ruim 15.900.

„De toestand verslechtert met het uur”, zei Richard Peeperkorn, vertegenwoordiger van de WHO, de VN-gezondheidsorganisatie. „Er wordt overal steeds heviger gebombardeerd.” Tot overmaat van ramp, aldus Peeperkorn, heeft Israël de WHO gemaand zijn medicijnenvoorraden uit opslagruimtes weg te halen omdat ze de komende dagen anders tussen de verwachte gevechten terecht zouden kunnen komen. De WHO gaf gehoor aan dat advies.

Israël, dat van veel kanten onder druk staat om de burgers zoveel mogelijk te ontzien, wijst erop dat het gedetailleerde digitale kaarten van de Gazastroken verspreidt met gebieden waarop precies staat aangegeven op welke locaties burgers meer veiligheid kunnen verwachten. Een geavanceerde manier om de burgers te helpen, betoogt Israël. In theorie kunnen de Palestijnen die kaarten op hun telefoons vinden maar velen slagen er door langdurige stroomstoringen in de praktijk niet meer in om hun telefoons op te laden.

James Elder, woordvoerder van de VN-hulporganisatie Unicef, maakte echter korte metten met dit Israëlische verweer. „De zogeheten veilige zones zijn niet wetenschappelijk, ze zijn niet rationeel en ze zijn niet mogelijk, en ik geloof dat de autoriteiten dat beseffen”, verklaarde hij tegenover journalisten in Genève.

In de gebieden die de burgers volgens Israël beter kunnen verlaten, verblijven nu nog zo’n 600.000 mensen. Maar het is volstrekt onduidelijk waar die zouden kunnen worden opgevangen. Andere zuidelijke plaatsen barsten de laatste weken al uit hun voegen. Rafah bijvoorbeeld, aan de grens met Egypte, telt gewoonlijk 280.000 bewoners, deze week waren dat er al zo’n 470.00.

Ook in Noord-Gaza wordt nog steeds gevochten, al is dat al grotendeels in handen van de Israëlische strijdkrachten. Daar spitste de strijd zich volgens legerwoordvoerders toe op het Jabalia-vluchtelingenkamp, een van de grootste kampen in de Gazastrook voor Palestijnse vluchtelingen die in 1948 uit het huidige Israël werden verdreven. In Jabalia hadden enkele weken geleden al hevige bombardementen plaats, die aan tientallen mensen het leven kostte. Volgens Israël bevindt er zich nog steeds een veiligheidshoofdkwartier van Hamas onder het kamp, al hebben de meeste strijders van de beweging zich teruggetrokken naar zuidelijker streken.

Dat het front van de Israëlische grondtroepen in Gaza zuidwaarts begon te bewegen merkte de 32-jarige Almeerder Abed Al Attar deze zondag aan het geluid van binnenrollende tanks en explosies die ineens „overal” klonken. Na een periode van relatieve rust was Deir-al-Balah, in het midden van Gaza, ineens weer doelwit.

Hij wilde verder onheil niet afwachten en besloot op een kleine mountainbike te stappen. Vanaf zijn fiets zag hij hoe de weg vanuit deze centraal gelegen ‘stad der dadelpalmen’ naar het zuidelijker gelegen Khan Younis werd afgesloten door het Israëlische leger. Hij wist te vluchten door tweeëneenhalf uur over modderige zandweggetjes te blijven fietsen, net zo lang tot hij in grensstad Rafah, zo’n twintig kilometer zuidelijker, aankwam. „Daar woont mijn zus, met haar man. Er verblijven al zestig anderen in haar huis, dus echt plek is er niet voor mij. Maar waar moet ik anders heen?”

Die laatste vraag is volgens Abed de noodkreet op ieders lippen in het door bijna één miljoen ontheemden overbevolkte zuiden van Gaza nu Israël heeft aangekondigd na het noorden ook het eerder als voldoende veilig gekwalificeerde zuiden van de Gazastrook binnen te dringen. De Israëlische oproepen tot evacuatie stemmen tot radeloosheid, vertelt Abed. Velen zijn het noorden ontvlucht om nu alsnog het Israëlische leger op hun pad te treffen.

Waar zijn eerdere berichten meestal in het teken stonden van anderen, zoals zijn ouders en zijn buren, die hij zo goed en zo kwaad probeerde bij te staan, klinkt Abed ditmaal domweg wanhopig over zijn lot. „Ik ben kapot hier.”

Brood voor zestig huisgenoten

Vlak voor een nieuwe black-out in de communicatie deze maandag alle contact met Gaza onmogelijk zou maken stuurt Abed nog een aantal foto’s door, waarop te zien is hoe hij in een primitieve straatoven brood maakt voor zijn zestig huisgenoten. „Dit is alles wat we hebben voor twee, drie dagen”, schrijft hij erbij. Een andere foto toont een zwarte tank waar volgens hem gefilterd zeewater inzit. „Hier mogen we soms een emmertje water uithalen.”

Bovenop deze zorgen om brood en eten komt voor Abed nog de zorg om zijn telefoonrekening uit Nederland. „Bij gebrek aan werkende wifi moest ik mijn Nederlandse bundel aanspreken.” De eerste maand bedroeg zijn rekening 677 euro. „Nu moet ik 900 euro afrekenen”, appt hij. Het telecombedrijf kan volgens hem niets voor hem betekenen.

Abed kwam eind september naar Gaza om de bruiloft van zijn neef, gepland voor 7 oktober, bij te wonen. Een week later zou hij weer terugvliegen, maar de oorlog die juist op 7 oktober na het door Hamas aangerichte bloedbad in Zuid-Israël uitbrak maakte de terugreis onmogelijk. De rest van het reisgezelschap – zeven familieleden die ook naar de bruiloft waren afgereisd – is inmiddels terug in Nederland. Ook deze maandag konden weer negen personen met wie Nederland contact had de grens over. Zij worden door Nederlands ambassadepersoneel opgevangen en onder begeleiding naar Nederland gebracht.

Abeds naam stond tot nog toe niet op de lijsten die de Gazaanse grensautoriteit iedere avond publiceert, net als de namen van nog eens vijftien anderen met wie de Nederlandse ambassade in contact staat. Zijn naam zou overeenkomen met iemand die volgens Israël een veiligheidsrisico zou vormen. „Ik heb een officiële brief gestuurd om hen op dit misverstand te wijzen. Maar het heeft nog niet geholpen”, vertelt hij via WhatsApp.

Source: NRC

Previous

Next