Home

Soms heb je van die plekken waar je altijd heen gaat omdat je er nou eenmaal altijd heen gaat

Hoewel ik de enige gast ben, duurt het even voordat de bediening komt. Net voordat ik weg wil gaan, komt een meisje met springerige witblonde krullen aan lopen. Normaal gesproken bestel ik hier altijd pizza. Maar ik heb vandaag geen zin in pizza. ‘Ik wil graag een cacio e pepe’, zeg ik. Ik weet niet of dat op de menukaart staat, want dit restaurant heeft geen menukaart en dat is deels ook de charme ervan.

De serveerster begint hard te lachen. ‘Hahaha’, doet ze, spottend, alsof ik haar niet om een eenvoudig bord pasta, maar om een met kaviaar gevulde gouden avocado vraag. ‘Het is gewoon spaghetti hoor’, leg ik uit, ‘met Parmezaanse kaas en zwarte peper’. Ze houdt terstond op met lachen. ‘Oké’, zegt ze, ‘is goed.’ Dan draait ze zich om en vertrekt naar de open keuken, waar ik vanaf mijn plek goed zicht op heb. Er staat ook een grote televisie, waarop een voetbalwedstrijd bezig is. Dat is niet echt in de lijn met het concept van dit restaurant, maar aan de andere kant is er ook niet echt een concept in dit restaurant. Het eten hier is, en dan druk ik me voorzichtig uit, niet heel bijzonder. Maar soms heb je van die plekken waar je altijd heen gaat omdat je er nou eenmaal altijd heen gaat.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Na enige tijd is de serveerster weer terug. Ze zet een houten snijplankje voor me neer, met daarop een handvol grijsgroene bolletjes die me aan olijven doen denken, maar dat absoluut niet zijn. Naast de bolletjes staat een plastic doosje. ‘Alstublieft’, zegt ze. Ik frons en kijk haar aan. ‘Maar ik had cacio e pepe besteld en dit is geen cacio e pepe.’ ‘Jawel!’ zegt ze, springend. Ik staar naar het houten plankje en de bolletjes en maak uiteindelijk het doosje open. Er zitten vijf hompjes in, ze zijn van dezelfde grijsgroene substantie als de nep-olijven. Alleen dit lijken wel - nee, het zijn kiezen. Menselijke kiezen.

De serveerster is inmiddels weggelopen en speelt verderop met de kat die hier rondloopt. Als ze niet kijkt, gooi ik snel al het eten in een bak op de vloer.

Even later komt ze weer naar me toe, huppelend. ‘Och, het was heerlijk’, zeg ik. Haar ogen gaan over het lege plankje en het lege doosje. ‘Heb je het echt opgegeten?’, vraagt ze. Ik knik. Dan klimt ze bij me op schoot en houdt haar gezicht vlak voor dat van mij. Grote ogen. ‘Echt? Heb je echt klei gegeten? Papa?’. Het was zalig, zeg ik. Ik wil alleen nog even weten hoe dit restaurant eigenlijk heet. ‘De Moki’, antwoordt ze, ‘dat betekent: lachende mensen.’ De Moki. Ik kan het echt helemaal niemand aanraden.

Source: Volkskrant

Previous

Next