Ouderen gaan de komende decennia een enorm beroep op de zorg doen. De zorguitgaven zullen tot 2040, wanneer we de top van de vergrijzing bereiken, met tientallen miljarden stijgen. Daarbij neemt de behoefte aan arbeidskrachten door de ‘dubbele’ (meer ouderen die ook nog eens gemiddeld steeds ouder zijn) vergrijzing ook sterk toe.
Over de auteurs
Lilian Linders is lector Empowerment en Professionalisering bij Hogeschool Inholland. Marcel Ham is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Zij zijn redacteur van de bundel ‘Ouderen als oplossing’, die deze week verscheen bij Van Gennep.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Stel dat een nieuw kabinet dit probleem, in weerwil van de stilte tijdens de verkiezingscampagne, toch serieus wil aanpakken? Dan is het onvermijdelijk om voorbij het eigen risico of de zorgpremies te kijken. Dan moeten we ouderen gaan zien als oplossing in plaats van als zorgbehoevende ballast. Laten we onszelf de vraag stellen wat ouderen voor de samenleving kunnen betekenen. Laat de ouderen maar eens solidair zijn met de jongeren.
Natuurlijk, veel ouderen zijn al hartstikke actief, in vrijwilligerswerk, als oppas voor de kleinkinderen, in mantelzorg en steeds vaker in betaald werk. De laatste jaren zien we ze ook in allerlei vrijwilligersgemeenschappen die zorg organiseren. En juist daar is nog een wereld te winnen. Ouderen voor ouderen zeg maar. Alleen zo kunnen de zorgkosten en de tekorten op de arbeidsmarkt worden getackeld.
Denk maar zo: een oudere die door andere ouderen in de buurt wordt opgevangen kost minder dan iemand die de deur platloopt bij de huisarts, en die oudere heeft dan ook minder last van klachten als eenzaamheid. Daar weten ze in dorpen als Austerlitz en Elsendorp alles van, plaatsen waar mensen zorg en wonen zelf hebben georganiseerd. Een betrokkene in zo’n zorgzame buurt zegt het zo: ‘Eigenlijk is het heel simpel: je vraagt aan alle inwoners wat er nodig is en gaat het doen. Maaltijden, vervoer, klussen. Je schakelt mensen in die iets kunnen betekenen.’
Om die ontwikkeling te stimuleren en zorgkosten te besparen kunnen we afwachten tot het gebeurt, maar we kunnen het ook actief bevorderen. Ten eerste, en dat is een optie voor het nieuwe kabinet, moeten we serieus kijken naar het verschuiven van budget van de zorg naar het sociaal domein.
Om een idee te geven: de kosten van de langdurige zorg, medisch-specialistische zorg en geneesmiddelen bedragen bij elkaar meer dan 110 miljard euro. Wat we aan maatschappelijke opvang en sociaal werk uitgeven komt net uit boven de 3 miljard euro. Met name die laatste tak van sport kan zich bijzonder nuttig maken om initiatieven van de grond te helpen waarmee ouderen zichzelf kunnen redden. Laten we daarom om te beginnen eens een miljard euro verschuiven van zorg naar welzijn.
Dat betekent, ten tweede, ook dat we niet langer krampachtig vasthouden aan veiligheid boven alles, wat zo kenmerkend is voor het denken in de zorg. Ouderen die de zorg zelf bestieren zouden wel eens kunnen besluiten dat er een borreltje wordt geschonken. Dan kan iemand vallen en een heup breken. Niemand meer een drankje dus? Het maatschappelijk debat hierover moeten we echt gaan voeren.
Ten derde moeten we onze eigen vooroordelen over ouderen overwinnen. Want toegegeven, we hebben last van een bijtend seniorisme. Ouderen zelf ontkomen daar trouwens ook niet aan. Volgens onderzoek van het tijdschrift Gerōn hebben ouderen best een positief beeld van hun eigen ouder zijn maar beschrijven ze ouderen in het algemeen als ‘passief, eigenwijs, egoïstisch, rimpelig, en klagerig’.
We kunnen ons bij dat overwinnen van vooroordelen laten inspireren door hoe we in korte tijd van gedachten zijn veranderd over langer doorwerken. Weet u nog hoe twintig jaar geleden mensen verwachtten dat zij rond hun 59ste met pensioen zouden gaan? Dat was begin deze eeuw de norm die in de decennia ervoor was gevormd. Met de afschaffing van de VUT in 2005 en de verhoging van de AOW-leeftijd in 2015 is daar snel verandering in gekomen. Niet alleen is 67 jaar veel meer de norm geworden, zelfs doorwerken na de AOW-leeftijd wordt door 61 procent van de werkgevers positief beoordeeld.
Als leeftijdsnormen zo snel kunnen veranderen door overheidsbeleid, dan is er veel mogelijk. Wordt het niet eens tijd voor een maatschappelijke dienstplicht voor ouderen? Samen met geld voor sociaal werk in plaats van zorg, maken we de vergrijzing dan niet alleen houdbaar maar ook gezelliger. Discussies over zorgpremies en eigen risico bewaren we dan weer voor de volgende verkiezingen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden