Op de IMF-lijst van landen met het hoogste bbp per inwoner staat China nog altijd op een troosteloze 71ste plek, vlak na Turkmenistan in Centraal-Azië, net voor Mauritius in de Indische Oceaan. Het is de tweede economie ter wereld, alleen moet het bbp worden gedeeld door 1,3 miljard mensen.
Het is niet het meest voor de hand liggende land om het voortouw te nemen in duurzaamheid. Het is een dictatuur, zodat gewoon fossiele brandstoffen kunnen worden gestookt zonder dat Extinction Rebellion een weg bezet. Maar China is inmiddels wel het land dat het hardst werkt aan de energietransitie. Terwijl in westerse landen populistische bewegingen bezig zijn het klimaatbeleid te saboteren, probeert China de grote stap voorwaarts te maken.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Onlangs verscheen van zijn hand Het geheim van Beursplein 5, over de Amsterdamse beurs. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
De hoeveelheid zonnepanelen die alleen dit jaar in China wordt geïnstalleerd is goed voor 210 gigawatt. Dat is net zo veel als de hele capaciteit van zonne-energie in de rest van de wereld. China produceert dit jaar voor 600 gigawatt aan zonnepanelen, bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. In 2024 zou alleen al voor duizend gigawatt in China aan zonnepanelen zijn geïnstalleerd. En ook buiten eigen land timmert China aan de weg.
Het grootste zonnepark ter wereld – een visitekaartje van klimaattop COP28 - is in Abu Dhabi gebouwd door China National Machinery Industry Corp in het kader van de Zijderouteprojecten. China maakt ook het meest voortvarend stappen met de opwekking van kernenergie, terwijl hier iedereen zeurt dat het zo lang duurt. In de afgelopen tien jaar werden in China 37 nieuwe kerncentrales in gebruik gesteld tegen maar twee in de VS.
Liefst 60 procent van alle elektrische auto’s – in totaal 8 miljoen stuks – in de wereld wordt dit jaar geproduceerd in China. Hoewel de Chinese auto-export in vergelijking tot die van de VS en EU klein is, zijn allerlei barrières opgeworpen voor de import van veel goedkopere Chinese e-auto’s. Reden is dat dumping wordt vermoed door overheidssubsidiëring. Maar de westerse landen vergeten dat ze op hun eigen markten alleen elektrische auto’s kunnen verkopen als ze zelf subsidie geven. Als vaart moet worden gemaakt, is het zelfs slimmer de Chinese belastingbetalers de elektrische auto’s te laten subsidiëren dan de eigen belastingbetalers.
Het succes van de Chinese elektrische auto’s hangt niet alleen samen met subsidiëring, het is ook te danken aan innovatie, engineeringstalent, schaalgrootte, keuze uit 90 merken en publieke steun voor vermindering van de CO2-uitstoot. Als het Westen zelf geen auto-industrie had en China niet werd gezien als een potentiële vijand, zouden Chinese auto’s het middel bij uitstek zijn om de doelstelling van Parijs te halen.
Iedereen in Nederland die roept dat ‘wij als klein kutlandje’ het wereldmilieu niet kunnen redden, zou moeten beseffen dat er een grote bondgenoot is. Er is veel mis met China – van schending van de mensenrechten tot de achterstelling van de Oeigoeren – maar in plaats van alleen naar de Chinezen te wijzen kunnen ze af en toe ook worden omarmd.
Source: Volkskrant columns