Home

‘Koop je cadeautjes dan ook in een wínkel’, zeggen scherpslijpers nu. Maar niet alles is in winkels te koop

In een lange rij stond ik, voor zo’n ‘pakketpunt’ annex drogisterij te wachten op mijn pakje, een sinterklaascadeautje. Ik was zogenaamd ‘niet thuis’ geweest toen het bezorgd werd. Een leugentje om bestwil. Niet míjn bestwil, maar die van de bezorger.

Die hebben het trouwens al moeilijk genoeg, dus schikte ik mij in mijn lot en staarde naar een uitgestalde piramide van potten ‘Africa’s Best Hair Mayonnaise’, terwijl de caissière (klein, bruin en tenger, met sprookjesachtige hertenogen) af- en aanrende met enorme dozen, waar stellig alleen maar een oogpotlood inzat, of een tandenborstelkopje. Ik weet er alles van.

‘Koop je cadeautjes dan ook in een wínkel’, zeggen scherpslijpers nu. Jazeker, dat zou ik graag doen, maar niet alles is nu eenmaal in winkels te koop, zoals geluk, voorspoed, of pantoffels in de buitensporige herenmaten van mijn huisgenoten.

Achter me stond een man te telefoneren. ‘Ja, ik wilde het gewoon zaterdag al vieren, maar we doen het met Masja’s broer en die moest en zou op dinsdag. (...) Geen idee. Hij doet altijd zo moeilijk. Dus ik zei tegen Masja, je broer kan de... ja. Precies. Maar je weet hoe Masja is. Dus.’

Vóór mij legde een meisje in zo’n slaapzakjas haar rijbewijs op de toonbank. ‘Ik kom een pakje halen’, zei ze. ‘Latoya Madretsma. Via UPS.’ De caissière gooide haar handen in de lucht en schudde haar hoofd. ‘Ik werk sinds 1 december niet meer met UPS’, zei ze schril. ‘Goddank dat ik dáár vanaf ben. Ik heb hier ook geen pakketjes meer van ze liggen. Dusss....’

Verbaasd keek Latoya op haar telefoon. ‘Hier staat toch echt’, probeerde ze nog, maar de caissière schudde andermaal haar hoofd. ‘Ga ze maar bellen’, sprak ze grimmig. ‘En Masja’s broer is dus echt een ongelooflijke’, sprak de man achter me. ‘Wat? Ja, dat ook. En die zeikerd heeft dus...’

Latoya ritste verbolgen haar jas dicht tot aan de kin en droop af. Nu was ík aan de beurt. ‘Ik moet ook een pakje van UPS hebben’, zei ik schuchter. Weer schudde de caissière haar hoofd, fel, alsof het eráf moest, en sprak strijdbaar: ‘Ík heb ’t niet. Dusss...’

Door de regen sjokte ik naar huis. Achter een troostende kop koffie ging ik virtueel op zoek naar mijn pakje. Ha, daar was de track & trace-code al. Ik klikte hem aan, en las: ‘Je bestelling is succesvol afgeleverd bij Hans.’

Hans?! Ik ken twee Hansen. De een woont in Zeeland en de andere in Overijssel. Ik heb geen idee van hun schoenmaat. Nou ja, ik hoop er maar het beste van.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Source: Volkskrant

Previous

Next