Rahat, een stoffige Israëlische stad op zo’n 30 kilometer afstand van Gaza, ziet er heel anders uit dan het mondaine Tel Aviv. Er staan tenten in de achtertuin. Er zijn paarden. Een enkele kameel. En veel gesluierde vrouwen.
Deze stad past niet goed in het Israëlische verhaal van de oorlog tegen Hamas, waarin extremistische moslims een einde willen maken aan de Joodse staat. In Rahat wonen voornamelijk bedoeïenen en dat zijn Israëlische burgers, maar ook moslims en Arabieren. Toch maakt ook deze gemeenschap deel uit van het gruwelijke conflict dat sinds 7 oktober door het gebied raast en kan de bevolking dezelfde verhalen over die dag vertellen als vele andere Israëliërs.
Zo zat een 29-jarige man uit Rahat op die zaterdagochtend op het strand, 2 kilometer ten zuiden van Gaza. Hij werd zo vaak door de militanten beschoten dat het volgens zijn familie wel leek of zijn lichaam uit elkaar was gespat. Ook andere bedoeïenen, die op de velden werkten of als verkenner in het leger actief waren, zijn die dag door Hamas vermoord, in totaal zeker 19 mensen.
Over de auteur
Sacha Kester schrijft voor de Volkskrant over België, Israël en het Midden-Oosten. Eerder was ze correspondent in India, Pakistan en Libanon.
Dan is er de 53-jarige Yosef Ziyadne, die op 7 oktober samen met zijn dochter van 16, en zijn twee zoons van 21 en 24 jaar koeien melkte op een kibboets. Ze zijn alle vier door Hamas als gijzelaars meegenomen naar Gaza. De twee jongsten zijn donderdagavond vrijgelaten.
Er is ook het heldenverhaal van een andere man die ook Yosef Ziyadne heet. Hij is taxichauffeur en zou die zaterdagmiddag een aantal vrouwen met een busje ophalen bij het technofestival dat gaande was. Toen deze vrouwen hem ’s morgens in paniek begonnen te appen over een bloedbad, reed Ziyadne als een bezetene naar het festivalterrein, wist 31 mensen in zijn minibus te proppen en vluchtte weg door de velden om aan het geweervuur van Hamas te ontsnappen, gevolgd door auto’s van andere festivalgangers die hierdoor levend weg wisten te komen.
Op het eerste gezicht werd de gemeenschap na de aanval door Israël omarmd: president Isaac Herzog kwam op bezoek in Rahat, premier Netanyahu sprak zijn waardering uit voor de bedoeïenen. ‘Maar de staat ziet ons niet als gelijken’, verzucht Ata Abu Mdegem, de burgemeester van Rahat, in zijn kantoor.
Sinds het land in 1948 werd opgericht, zijn de bedoeïenen weggepest of genegeerd: het semi-nomadische volk mocht niet meer rondreizen, maar werd gedwongen in huizen te gaan wonen. Hun land werd afgepakt. En terwijl er in grote delen van het land zelfs bij bushokjes buiten de bebouwde kom een betonnen schuilplaats staat, zodat reizigers ook daar bij een raketaanval een veilig heenkomen kunnen zoeken, telt Rahat, een stad met 80 duizend inwoners, nog geen tien schuilkelders. ‘We zijn aan Hamas overgeleverd’, zegt de burgemeester bitter.
Buiten de stad is de situatie nog veel slechter. Van de naar schatting 400 duizend Israëlische bedoeïenen, ongeveer 4 procent van de bevolking, leeft een kwart in dorpen die niet door de staat zijn erkend. Hier staat geen enkele schuilkelder en de aluminium daken van de huizen veranderen, als zij door een raket geraakt worden, in dodelijke scherven die zich als messen in lichamen boren.
‘Na de aanvallen zijn vele bedoeïenen bovendien hun bron van inkomsten kwijtgeraakt’, vertelt een jonge vrouw die haar naam liever niet in de krant ziet staan. Deze tijd van het jaar moeten de avocado’s geplukt worden. Dat wordt gedaan door bedoeïenen, maar het werk op de landerijen rond Gaza ligt plat. ‘Mensen hebben dus geen baan meer’, vertelt de vrouw, die als vrijwilliger suiker, bloem, olie en luiers inzamelt en over de getroffen gezinnen verdeelt. ‘De staat voorziet nergens in’, zegt ze. ‘Ook niet voor de getroffen Joodse gemeenschap. Het is hartverwarmend om te zien hoe mensen hier wel voor elkaar zorgen, maar het is zorgelijk dat we het na al die weken nog steeds zelf moeten uitzoeken.’
Buiten, op de markt van Rahat, is het vrij rustig. Kleine plukjes vrouwen lopen pratend tussen de kinderkleding die aan rekken hangt (drie jasjes voor 30 shekel, omgerekend 7,50 euro per stuk) en mannen staan te roken bij een bak vol sokken en ondergoed. Op de grond ligt overal rotzooi – weggeworpen plastic verpakkingen en platgetrapte blikjes.
‘Toch begint er weer volk te komen’, zegt Majid, een 74-jarige man die met zijn zoon op de markt staat. ‘De weken na de aanslag was het hier doodstil. Iedereen bleef geschokt binnen.’
Majid, die zijn achternaam liever niet geeft, voelt zich verscheurd. ‘Het land wordt zoveel harder, je merkt dat de toon van rechtse politici voedingsbodem vindt bij gewone mensen. Een Joodse vriend van mij is landbouwer en ik bood hem na de aanslagen aan om te helpen met de oogst. Dat was zeer welkom, maar een dag later belde hij af. ‘Doe toch maar niet’, zei hij. ‘We zien nu liever even geen Arabieren.’’
Jamal Al-Kirnawi weigert het somber in te zien. Hij is directeur van New Dawn, een non-gouvernementele organisatie waarbij Joden en bedoeïenen samenwerken om kansarme jongeren op weg te helpen, en dient als reservist in het leger. ‘Sommige Israëliërs vrezen ons, dat herken ik wel’, zegt hij. ‘Mensen zijn bang voor het onbekende. En zeker in angstige tijden als deze voelen we de scherpe randjes beter. Maar zoals wij zelf zeggen: als de lucht vervuild is, moet je even niet te diep ademhalen.’
Wat betreft Al-Kirnawi heeft deze oorlog juist duidelijk gemaakt dat iedereen in hetzelfde schuitje zit. ‘En dat is wat ik in mijn contacten met de Joodse Israëliërs voel: door het conflict zien zij dat wij bedoeïenen net zo goed deel uitmaken van deze natie. We zijn Israëliërs. We wonen hier samen, en we zullen hand in hand met elkaar verder moeten.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden