Home

Viktor Orbán ontpopt zich als hoeder van de Joodse gemeenschap in Hongarije, maar in ‘het veiligste land voor Joden in Europa’ is de angst voor antisemitisme nooit helemaal weg

‘Jalla jalla jalla!’, klinkt het gepassioneerd in het voetbalstadion in Viktor Orbáns geboortedorp Felcsút. ‘Komaan Israël!’ Wanneer de spits al in de tweede minuut tegen Roemenië scoort, stijgt gejuich op in de Pancho Arena. Op de tribune zitten Israëlische en Roemeense supporters, maar ook leden van de plaatselijke Joodse gemeenschap, zwaaiend met Israëlische vlaggetjes. ‘Ik ben heel blij dat de wedstrijd hier wordt gespeeld’, zegt de 27-jarige Lili Deutsch. Het is een steunbetuiging aan Israël en laat zien dat Hongarije veilig is voor Joden, vindt ze. ‘Ik heb een nichtje in Amsterdam, zij vindt het eng om naar buiten te gaan.’

Eigenlijk had deze EK-kwalificatiewedstrijd in Israël moeten plaatsvinden. Maar na de terreuraanval van Hamas op 7 oktober en de daaropvolgende oorlog moest het elftal uitwijken. Voetbalfanaat en premier Viktor Orbán nodigde het team uit in het kleine Felcsút. Daar staat wat sommige Hongaren Orbáns persoonlijke voetbalarena noemen: hij liet deze pal naast zijn huis bouwen. Alleen zijn vrouw kan het niet bekoren, zei Orbán in een interview. Ze vindt dat het uitzicht vanuit de keuken is verpest.

Over de auteur
Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

Behalve zijn liefde voor voetbal volgt Orbán, al jaren bondgenoot en politiek geestverwant van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, ook zijn passie voor geopolitiek. De Hongaarse regering steunt Israël ondubbelzinnig sinds de militaire reactie op de Hamas-aanvallen, die vele burgerdoden in Gaza maakt. Demonstraties voor Palestina worden niet toegestaan in het land. Ook zegt Orbán, wijzend op de toename van antisemitische (gewelds)incidenten in West-Europese landen, dat ‘Hongarije het veiligste land voor Joden in Europa’ is. Hoe dat komt is volgens de premier klip en klaar: zero tolerance voor antisemitisme én zijn migratiepolitiek, die vluchtelingen en migranten uit de Arabische wereld buiten de deur houdt.

Orbán is niet de enige die dit denkt. ‘Het is misschien niet helemaal politiek correct’, zegt Borbála (42), die voor de wedstrijd een Israëlische vlag om haar schouders heeft geslagen, ‘maar ik denk dat het hier veiliger is voor Joden omdat er weinig moslims zijn. En ik weet dat het verbieden van pro-Palestinademonstraties twijfelachtig is, vanwege de vrijheid van meningsuiting. Toch is het beter zo. Ik ben normaal gesproken geen fan van deze regering, maar dit doen ze goed.’

De 77-jarige Marta moet glimlachen om de boude uitspraken van haar premier. ‘Geen commentaar. Orbán woont hiernaast, straks hoort hij nog wat ik te zeggen heb.’ Het aantal voetbalwedstrijden dat ze in haar leven heeft bezocht, valt ‘op één hand te tellen’. Ze is hier niet voor de sport, maar ‘om Israël te steunen’. Is er dan geen antisemitisme in Hongarije? Op serieuze toon: ‘Antisemitisme is de Hongaren aangeboren.’

Hongarije heeft een lange en complexe geschiedenis met zijn Joodse gemeenschap, waarin ook antisemitisme geregeld de kop op stak. Meer recent is Hongarije het land waar naast Orbáns partij Fidesz nog rechtsere politieke partijen op kiezers kunnen rekenen, zoals het extreem-rechtse Mi Házank of vroeger Jobbik. Inmiddels heeft de laatste partij een gematigd profiel, maar ze begon als extreem-rechtse nationalistische beweging met haatdragende taal richting Joden en Roma. De regering van Orbán zelf wordt eveneens geregeld van antisemitisme beticht. Vanwege de hetze tegen Joodse miljardair en filantroop George Soros bijvoorbeeld, die eropuit zou zijn de Hongaarse natiestaat te ondermijnen en met zijn fortuin aan de touwtjes van de internationale politiek zou trekken: een klassieke antisemitische complottheorie.

In dezelfde week waarin Israël zijn voetbalwedstrijden in Hongarije speelt, verschijnt een nieuwe postercampagne met een hoofdrol voor Alex Soros, de zoon van, en Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie . ‘Dans niet naar hun pijpen’, staat onder het tweetal. Soros’ Open Society Foundation heeft de posters, een exacte kopie van een eerdere campagne met George Soros en Jean-Claude Juncker, antisemitisch genoemd. De regering van Orbán kaatst de bal behendig terug. Hoe kan die antisemitisch zijn, als Joden zich in Hongarije zo veilig voelen en het Israëlische elftal zo gastvrij wordt onthaald?

De Amerikaanse ambassadeur in Boedapest, David Pressman, mengde zich in de discussie. Fysieke veiligheid van Joden als graadmeter voor antisemitisme noemde hij ‘een grotesk lage standaard’. Met onder meer de campagnes tegen Soros laat de Hongaarse regering zijn andere gezicht zien, aldus Pressman, die zelf van Joodse afkomst is. De voetbalwedstrijden ‘spreken hen niet vrij van de posters die ze hebben opgehangen.’

In Boedapest, naast de Donau, ingekapseld door een appartementencomplex, ligt de Leo Frankel-synagoge. De dienst is net voorbij, bezoekers eten en drinken samen op de sabbat, een klein groepje mannen zingt een lied. Voor de deur staan bewakers. ‘Er is altijd bewaking’, zegt rabbijn Tamás Vero, ‘maar sinds 7 oktober is ze verdubbeld.’ Het gevoel van veiligheid heeft sinds de aanslag een flinke knauw gekregen, legt Vero uit. Aanvankelijk bleven mensen weg, inmiddels weten gelovigen de synagoge weer te vinden. ‘Kijk wat er in Berlijn gebeurt (grimmige anti-Israël-demonstraties, red.), staat ons dat ook te wachten?, vroegen mensen me.’

Met ongeveer 100 duizend zielen heeft Hongarije de grootste Joodse gemeenschap in Centraal-Europa. Het is waar dat het land een veilige plek is, zoals Orbán zegt, denkt rabbijn Vero. ‘Maar ik laat me liever niet uit over politiek.’ Er zijn recent geen fysieke aanvallen op Joden geweest, maar dat wil niet zeggen dat antisemitisme niet bestaat in Hongarije. ‘Antisemitisme is overal. We hebben weleens te maken met verbale aanvallen – iemand die je op straat een ‘vieze Jood’ noemt bijvoorbeeld. En we maken ons zeker weleens zorgen, bijvoorbeeld toen Jobbik opkwam. ‘Moeten we nu vertrekken?’, vroegen we ons af.’

Maar het is niet zoals in Frankrijk of andere West-Europese landen, aldus Vero. ‘Orbán heeft geen migranten uit het Midden-Oosten binnengelaten, dat speelt denk ik een rol. En mensen uit de gemeenschap voelen zich er senang bij dat pro-Palestijnse demonstraties niet worden toegelaten.’ Over de campagne tegen Soros zegt hij: ‘De regering trekt weleens de ‘Joodse kaart’. Dat wordt opgemerkt en zeker niet vergeten. Maar we zien ook dat andere dingen die Orbán heeft gedaan nu goed uitpakken voor onze veiligheid.’ De aanslagen op 7 oktober zijn bepalend geweest. ‘Daarvoor zeiden we tegen elkaar: we hebben altijd Israël nog, daar is het veilig. Die garantie is weg. Veiligheid is het allerbelangrijkste geworden.’

Voor de Tweede Wereldoorlog had Hongarije een bloeiende Joodse gemeenschap. In de Holocaust werden 565 duizend Hongaarse Joden vermoord, waaronder vrijwel de gehele Joodse bevolking buiten Boedapest. Sinds de jaren negentig beleeft de gemeenschap een nieuwe bloei, soms met behulp van de Hongaarse staat, bijvoorbeeld bij het renoveren van synagogen.

Achter de monumentale synagoge aan de Dohány-straat ligt Erzsébetváros, de oude Joodse wijk. Behalve een toeristische trekpleister voor zowel cultuursnuivers op leeftijd als legio feestende jongeren, is het ook een wijk vol koosjere bakkerijen, restaurants en Joodse supermarkten. Boedapest kent ook een brede waaier aan Joodse verenigingen: zowel religieus als seculier, organisaties die dicht tegen de regering aan schuren en juist uitgesproken progressieve ngo’s.

Het Bálint-huis, pal naast de Joodse wijk, huisvest het Jewish Community Center (JCC). Op zondagmiddag wordt een van hun projecten in het zonnetje gezet. In het kader van de mitzvah, het Joodse gebod voor naastenliefde, hielpen jongeren mee met het uitdelen van warme maaltijden aan daklozen in Boedapest. De organisatie zet zich ook in voor lhbti-rechten en vluchtelingen, groepen die het onder de regering van Orbán juist zwaar hebben. ‘We bedrijven geen politiek’, zegt directeur Marcell Kenesei, ‘we bouwen aan gemeenschapszin.’

Voor de Joodse gemeenschap voelt Hongarije als een veilige plek, zegt Kenesei. Over de mogelijke redenen drukt hij zich voorzichtig uit. ‘Dat het komt door een laag aantal islamitische migranten zou ik niet zomaar aannemen – het is onmogelijk te bewijzen.’ Desondanks valt dit sinds 7 oktober steeds vaker te horen, ook binnen het grote progressieve en seculiere deel van de Joodse gemeenschap.

De schok van de aanval veroorzaakt een verschuiving, ziet Kenesei. ‘Sommige mensen gaan door een waardencrisis, waarbij hun progressieve idealen op de proef worden gesteld. Ikzelf ook. Maar het is belangrijk om juist op zulke momenten aan je waarden vast te houden. Noem me een utopist, maar de basis van echte veiligheid is een betere relatie met de ander.’

De relatie tussen de Joodse en kleine islamitische gemeenschap is goed, valt aan beide kanten te horen. Maar de retoriek van de regering – zo voorspelde Orbán op de radio dat migratie leidt tot ‘Gaza-achtige minigetto’s’ – geeft Hongaarse moslims een ongemakkelijk gevoel. ‘Het gaat nu veel over antisemitisme, maar wij zijn bang voor islamofobie’, zegt Zoltán Sulok, voorzitter van de Hongaarse moslimvereniging bij de ingang van Boedapests grootste moskee.

Hij twijfelt even of hij wil praten, maar lucht dan toch zijn hart. ‘Hongaarse media gebruiken alles wat we zeggen tegen ons, dus zeggen we maar niets’, zegt Sulok, ‘Als je je steun voor Palestina uitspreekt, zeggen mensen dat je een aanhanger van een terreurbeweging bent.’ Sulok vindt dat de wereld de ogen niet mag sluiten voor de aanvallen op burgers in Gaza.

‘Maar we zijn een kleine gemeenschap, mensen geven niets om wat wij vinden.’ Verzoeken om te demonstreren voor Palestina worden afgewezen, zowel van moslims als niet-moslims. ‘Het recht op vrijheid van meningsuiting en demonstratie zou niet moeten worden beperkt. Deze rechten zijn universeel. Wat als straks een Joodse demonstratie wordt verboden? We moeten elkaar als minderheden beschermen in plaats van een kant kiezen.’

Dit geluid valt ook in de Joodse gemeenschap zelf te horen. Judit Lübeck, bestuurslid bij het JCC, merkt dat er weinig ruimte is voor het Palestijnse perspectief. ‘Alles is nu zwart-wit’, zegt ze in het Bálint-huis. ‘Ik steun Israël, maar mag ik daarom geen empathie hebben met de slachtoffers in Gaza? Mensen willen vooral weten aan welke kant je staat.’ De geschiedenis van de Joden zelf leert hoe belangrijk bescherming van minderheden is, zegt Lübeck, ook in Hongarije. Ze herinnert zich haar eigen vader, die de Holocaust overleefde. ‘Hij zei ooit tegen mij: je hebt geluk dat je er niet Joods uitziet, dus gedraag je niet Joods.’

Een omvangrijke studie uit 2021, waarin antisemitisme in 16 verschillende landen wordt onderzocht, laat zien dat hoewel fysieke aanvallen op Joden uiterst zeldzaam zijn, antisemitische denkbeelden wel degelijk voorkomen zijn in Hongarije, zelfs meer dan in West-Europa. 21 procent van de Hongaren denkt dat het ‘beter is als Joden zouden emigreren’. 39 procent van de bevolking gelooft in een geheim Joods complot. ‘Latent antisemitisme’, concludeerden de onderzoekers. De afwezigheid van geweld staat niet gelijk aan de afwezigheid van antisemitisme, in tegenstelling tot wat Orbán beweert.

Terug in de synagoge is rabbijn Vero, die als geestelijke oog heeft voor de paradoxen van het aardse bestaan, er nog niet helemaal over uit. ‘Misschien heeft Orbán gelijk over migratie. Maar door onze geschiedenis zijn we eveneens gevoelig voor discriminatie en het lot van vluchtelingen.’ De synagoge waar hij dit vertelt, werd in 1944 gebruikt als paardenstal. Op de muur hangen gedenktekens voor prominente leden van de gemeenschap die in de Holocaust zijn vermoord. ‘Mijn grootmoeder heeft Auschwitz overleefd. Na de oorlog keerde ze terug naar Boedapest om te wachten op andere overlevenden. We hebben hier een verleden en we hebben hier een toekomst.’ Maar veiligheid is nooit een garantie, concludeert Vero. ‘Ja, we voelen ons nu veilig, maar we zijn bewust dat het zomaar kan omslaan. Je weet het nooit.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next