Als een van de weinige vrouwen is ze opgenomen in de canon van de Congolese literatuur. Haar poëzie over koloniaal onrecht wordt aan de universiteiten van Kinshasa en Lubumbashi onderwezen. Literatuurcritici roemen het tijdloze werk van deze ‘pionier van de Congolese letteren’. En toch dreigde Nele Marian (1906–2005) tot voor kort in de vergetelheid te raken. Zelfs in België, waar ze vanaf haar vroege kindertijd tot aan haar dood woonde, en waar ze in de jaren dertig haar gevierde bundel Poèmes et chansons schreef.
Dat mag absoluut niet gebeuren, vindt de Belgisch-Congolese Nadia Nsayi, politicoloog en cultureel medewerker bij het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Voor haar boek Congolina – De erfenis van Nele Marian, dook ze in de archieven van de mysterieuze dichter, die in de vroege 20ste eeuw in de Congolese rivierplaats Lisala werd geboren als Mathilde Huysmans.
Over de auteur
Saskia Houttuin is correspondent Sub-Sahara Afrika voor de Volkskrant. Zij woont in Dakar, Senegal.
‘Haar verhaal fascineerde me,’ zegt Nsayi, ‘want ik zag direct de gelijkenissen met mijn eigen leven. Onze moeders zijn afkomstig uit dezelfde regio, onze familiegeschiedenis heeft een sterke link met het koloniaal verleden. Bovendien zijn we allebei op heel jonge leeftijd naar België verhuisd, en daar opgegroeid.’
Huysmans was een ‘metis’: dochter van een witte vader, sergeant Jules Jean Huysmans, en een Congolese moeder, Ojala. De Congo-Vrijstaat, zoals de huidige Democratische Republiek Congo heette, gold in die tijd als het privédomein van de Belgische koning Leopold II. Er heerste een schrikbewind verpakt als beschavingsmissie, gekenmerkt door dwangarbeid, bruut geweld en gedwongen bekeringen tot het christendom.
En: er was een hele generatie kinderen, geboren uit – al dan niet geforceerde – relaties tussen mannelijke kolonisatoren en lokale vrouwen. ‘Deze metissen vormden een probleem voor de koloniale administratie’, zegt Nsayi. ‘Want zij prikten de rassenpolitiek door. Wie zijn die kinderen? Zijn het witte kinderen of zwarte kinderen?’
Veel kinderen uit gemengde relaties bleven achter in Congo. Maar in het jaar dat koning Leopold II de Congo-Vrijstaat overdroeg aan de Belgische staat, en Belgisch-Congo daarmee een officiële kolonie werd, verhuisde Huysmans zijn peuter Mathilde naar een ander rivierdorp: Casteau, in de Waalse provincie Henegouwen. Daar werd ze ondergebracht bij een door nonnen gerund internaat voor rijke families uit de Brusselse bourgeoisie.
Wat er met moeder Ojala gebeurde, is niet bekend. Dit is het resultaat, schrijft Nsayi, van het patriarchale en racistische karakter van het koloniale beleid. Vermoed wordt dat Mathilde Huysmans haar moeder nooit meer heeft teruggezien – het lot dat veel andere metissen ten deel is gevallen nadat ze naar het buitenland waren overgebracht. Jules Jean Huysmans overleed toen Mathilde 10 was.
Het leven van Mathilde Huysmans blijkt een ingewikkelde puzzel. Er zijn gaten, veel moet aan de verbeelding worden overgelaten. Ze werkte als gouvernante en vermoedelijk als straatartiest, voor ze halverwege de jaren dertig haar eerste dichtbundel publiceerde, uitgegeven door de koloniale uitgeverij Éditions de l’expansion coloniale. Als schrijversnaam koos ze voor Nele Marian. De voornaam verwijst naar de geliefde van volkslegende Tijl Uilenspiegel.
‘In de jaren dertig heerste in België een sterke koloniale propaganda’, zegt Nsayi. ‘Dat werd ook meegegeven aan de bevolking: wij zitten daar in Congo om te hélpen. En dan heb je een vrouw, een vrouw van kleur nota bene, die een tegengeluid laat horen. Dat was heel bijzonder. En het werd blijkbaar ook geaccepteerd, want ze groeide uit tot een publiek figuur.’
Er was roem, zelfs wat glamour, zo blijkt uit de lovende kritieken en de foto’s waarop Huysmans poseert in feestelijke japon op de trappen van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. En dat betekende voor Huysmans niet alleen een omslag in haar prille carrière, maar ook in haar reputatie als kritische stem over de kolonisatie.
In de archieven vond Nadia Nsayi stukken die Huysmans schreef voor Terre Wallonne en Cassandre – kranten die collaboreerden met nazi-Duitsland. Ook schreef ze Les grands faits de l’histoire du pays wallon, een boek over de ontstaansgeschiedenis van Wallonië. ‘Dat moet je zien in de context van de collaboratiebeweging, die de Waalse geschiedenis wilde verbinden met die van Duitsland’, zegt Nsayi, die ervan schrok toen ze deze donkere zijde van Huysmans levensverhaal ontdekte.
‘Ik had dat niet zien aankomen. Ik wilde dit boek schrijven als eerbetoon. De eerste vrouw van kleur in België die een dichtbundel schrijft – wauw. Die vrouw verdient een monument, een straatnaam, dacht ik. Maar daar ben ik van teruggekomen. Aan de andere kant: laten we niet vergeten dat Mathilde een vrouw was in een land bezet door nazi’s. Ik vermoed dat ze heeft gehandeld uit opportunisme en pragmatisme.’
Voor haar bijdrage aan het collaborerende persmilieu werd Huysmans nooit veroordeeld. Haar levenspartner, René Franssen, wel. Hij zat een aantal jaar in de gevangenis voor zijn rol als commercieel directeur van propagandakrant La Légia. Huysmans bleef tot aan haar dood dichten, over persoonlijke thema’s zoals liefde en rouw. Deze gedichten werden nooit gepubliceerd.
Dat de bundel Poèmes et chansons nu weer onder het stof vandaan is gehaald, heeft volgens Nsayi alles te maken met initiatieven die in België en Nederland in de afgelopen jaren zijn ontstaan rond het onverwerkte kolonisatie- en slavernijverleden. ‘Overal zie je dat er wordt gezocht naar nieuwe mensen die kunnen worden geëerd in de plaats van koloniale figuren. Zie het als een soort renaissance, zoals bijvoorbeeld de laatste jaren met Anton de Kom gebeurde in Nederland.’
Het werk van Nele Marian hoort wat Nsayi betreft zeker in die rij. ‘Verdient ze een standbeeld? Nee. Maar ze moet ook niet worden doodgezwegen vanwege haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar bijzondere bundel verdient onze aandacht, verdient het om gelezen te worden. In Congo én in België, waar ze thuishoort in de literaire canon.’
Nadia Nsayi: Congolina – De erfenis van Nele Marian. De Geus; 128 pagina’s; € 13,99.
De gedichten van Nele Marian zijn vertaald door Grâce Ndjako.
In mijn kleine dorp in het verschiet,
Doen gelukkige mensen niets, niets
Dan met hun ogen de wolken volgen
Kalm en zacht deze wijze mensen
Wanneer de hemel overal blauw is
In hun rieten huis, slapen, dat is alles,
In mijn dorp.
De vruchten die aan de bananenbomen hangen,
Worden door te klimmen ontvangen,
En de vrouwen, met hun handen zo fijn,
Koken zij rijst, gieten zij de palmwijn,
En bij hun buren kunnen zij verkrijgen,
Alles waaraan het hun ontbreekt,
In mijn dorp.
Maar wanneer men de belasting moet betalen,
Is het gedaan met de rust en vrede,
De smulpartijen, het geouwehoer,
Want, plotseling gegrepen door een gevoel van bravoure
In het diepste van het woud
Verdwenen zij allen, jong en oud
Heel het dorp.
Nadia Nsayi: ‘Congolina – ik vind dat een heel mooi woord. Het is een koosnaampje voor Congo. In dit gedicht beschrijft ze een droombeeld, een ideaal dat eigenlijk totaal niet realistisch was. Alsof voor de kolonisatie het leven in de Congolese dorpen perfect was. Maar het is iets wat ik herken bij mezelf, en ook bij mijn generatiegenoten die in Congo zijn geboren en in België zijn opgegroeid. We hebben een ideaalbeeld van het thuisland. We voelen ons heel verbonden, maar we kennen de realiteit niet écht.
‘In het gedicht lees je hoe de dorpelingen in zekere rust leefden, totdat de kolonisten een sfeer van terreur met zich meebrachten. Ze schrijft over belastingen. Dat verwijst naar de koloniale overheid, die belasting inde bij de Congolezen in de vorm van rubber. Zij moesten diep in het woud rubber tappen, met gevaar voor eigen leven. Dit ging gepaard met veel geweld.’
Op de grote stroom waar het nijlpaard dobbert
Peddelen we.
En lanceren wij richting elke oever
Het zachte refrein van ons lied.
Gezien we een meester moeten dienen
Willen wij liever
Eindeloos roeien, vrij,
Dan een dienaar in zijn huis zijn.
‘De grote stroom verwijst naar de Congorivier. Ik vind dat mooi: die vrijheid die de rivier in dit gedicht symboliseert. Zelf bepalen waar je naartoe gaat, in plaats van een dienaar te zijn in het huis van een kolonisator. Wat opvalt: Mathilde schrijft vanuit het wij-perspectief. Dat doet ze in meerdere gedichten. Dat heeft ook te maken met zelf-identificatie: ze koos ervoor om vanuit het perspectief van de Congolees te schrijven. Ze woonde in België, maar schreef met veel fijngevoeligheid over het onrecht dat in de kolonie plaatsvond.’
Vier muzikanten waren zij
Arme stakkers zonder tederheid
Om hun brood te verdienen speelden zij
Vreemde liederen vol triestigheid.
En van de avond tot aan het heldere ochtendgloren
Zetten zij hun droom op een melodie
Om de rijke mensen te bekoren
Maakten zij alle vier onophoudelijk bombarie.
Refrein:
Jaky speelde zijn banjo
Godfrey streelde zijn gitaar
Sandy blies op zijn saxo
Johnny vertelde... verhalen
‘Dit is het enige gedicht dat niet plaatsvindt in Congo. Maar je kunt het lezen als vier vrienden die vanuit de kolonie naar Europa trekken, naar Parijs. Het gaat over de zwarte diaspora die in België woont, die muziek moet spelen om te kunnen overleven. In die periode was er een kleine Congolese gemeenschap in Europa. Velen van hen werden door de Belgen ingezet in de entertainmentindustrie, bijvoorbeeld als muzikant. Ze schrijft over daklozen, over mensen die onder moeilijke omstandigheden geld proberen te verdienen. Dat is iets wat je vandaag de dag nog altijd ziet in België, hoe de zwarte gemeenschap nog altijd in sterke kwetsbaarheid leeft.’
Van Nadia Nsayi verscheen eerder Dochter van de dekolonisatie, een relaas over haar eigen familiegeschiedenis, die onlosmakelijk verbonden is met de kolonisatie en daaropvolgende dekolonisatie van Congo. Ze volgt het spoor van haar grootvader Arthur Clerebaut, die begin jaren twintig als ambtenaar naar het hart van Afrika trok, en daar een relatie kreeg met de Congolese Louisa.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden