Rutte heeft de PVV redelijk klein gehouden, schrijft Arnon Grunberg, maar zijn opvolgers zijn daar niet in geslaagd. ‘Wie eenmaal gelooft dat asielzoekers het belangrijkste probleem zijn zal zich niet door cijfers laten overtuigen van het tegendeel, zo werkt geloof nu eenmaal niet.’
Het is een cliché geworden je af te vragen in wat voor land je eigenlijk wakker bent geworden na, om het wat eufemistisch uit te drukken, teleurstellend verlopen verkiezingen.
Of het ging om het Brexit-referendum in 2016, de winst van Trump een paar maanden later, of de grote verkiezingswinst van Geert Wilders en zijn PVV (23,6 procent van de stemmen) recentelijk in Nederland, de reacties waren veelal identiek. Analisten en politici beweerden dat er niet genoeg naar de kiezers was geluisterd. De technocraten werden genoemd die het electoraat van de politiek zouden hebben vervreemd. Het gebrek aan ideologie, de afgeschudde veren op links, het zou de kiezer de afgrond in hebben gedreven. Alsof meer ideologie de burger zou hebben verleid zich keurig aan de spelregels te houden.
Goed, ooit was Nederland verzuild en nog niet geseculariseerd, men was katholiek, protestant, gereformeerd, socialist of liberaal, en de meeste burgers bleven die zuilen trouw, zij vonden politici voor wie hetzelfde gold. De ontkerkelijking en de ontzuiling golden als grote bevrijding en verwerden later gevoelsmatig tot gemis. Wie was men zonder zuil? Het Nederlanderschap bleek als identiteit erg schraal. Zoals koningin Máxima het verwoordde, ze was toen nog prinses: ‘De Nederlander bestaat niet.’
En het is eveneens twijfelachtig of er nog zoiets bestaat als Nederlandse politiek. Sinds 2001, het jaar van de aanslagen in New York en Washington, zijn de zogenoemde middenpartijen in vrijwel alle landen in het Westen verzwakt. In Frankrijk holde eerst Jean-Marie Le Pen en later Marine Le Pen met haar Rassemblement National het electoraat van zowel de socialisten als traditioneel rechts uit, in Vlaanderen bleek het Vlaams Belang en in zekere zin ook de NVA van Bart De Wever voor veel kiezers bijzonder verleidelijk. In Amerika nam Trump en daarna het trumpisme de Republikeinse Partij over.
Sommige Amerikanen bleken gecharmeerd van de ongeremde ‘eerlijkheid’ van Trump. Iets waarop ook Pim Fortuyn zich liet voorstaan: ‘Ik zeg wat ik denk.’ De taboebreuk en de tomeloze onbeschoftheid verpakt als deugd: ik ben eerlijk, ik zeg wat ik denk, in tegenstelling tot de beroepspoliticus die vooral beroepsleugenaar is.
Hoewel er specifiek Nederlandse aspecten aan de winst van Wilders zitten, past zijn triomf in een internationale ontwikkeling. De westerse natiestaat blijkt minder uniek dan vele inwoners hadden gehoopt, al houden talloze Nederlanders ervan door een rietje naar hun eigen land te kijken, ongetwijfeld in de hoop op die manier iets van hun uniciteit te bewaren.
De Amerikaanse politicoloog Larry Bartels beweert dat het reservoir van Europeanen die bereid zijn op antidemocratische partijen te stemmen constant is en dat er van een ruk naar rechts geen sprake zou zijn, maar de uitslagen in Nederland wijzen op een geleidelijk afkalven van links. En op het bijna volledig verdwijnen van de middenpartijen, al moeten we NSC allicht de kans geven zich als middenpartij te bewijzen. Het CDA behaalde met vijf zetels een historisch slecht resultaat, en GroenLinks-PvdA behaalde minder dan de helft van wat enkel de PvdA in de jaren zeventig en tachtig nog haalde.
Als, zoals sommige progressieve denkers beweren, dit te wijten is aan de halfslachtigheid van de hedendaagse sociaaldemocratie die het neoliberalisme niet genoeg bestreden of zelfs omarmd zou hebben, dan had een traditioneel socialistische partij als de SP wel gewonnen. Maar het zetelaantal van die partij is al jaren, verkiezing na verkiezing, aan het dalen. Ook de Partij voor de Dieren, die niet alleen voor dieren maar ook voor de zwakkere variant van het zoogdier mens opkomt, verloor. Een grote minderheid of een kleine meerderheid van het Nederlandse electoraat vindt progressieve idealen, om het populistisch te zeggen, zum Kotzen.
Nadat men zichzelf van de kerk heeft bevrijd, wenst men zich te bevrijden van de geseculariseerde variant van het christendom, het humanisme, ook wel genoemd de sociaal-democratie. Niet voor niets spreekt het rechtse deel van het electoraat gaarne, zij het steevast met lichte walging, van de ‘linkse kerk’ om er hun tegenstanders binnen en buiten de politiek mee aan te duiden.
Wilders spreekt in zijn partijprogramma over humanisme, maar het is een nationaal-humanisme, alleen voor ‘echte’ Nederlanders.
De grootinquisiteur in Dostojevski’s roman De gebroeders Karamazov stelt dat de mensen het rijk van de liefde en de vrijheid van Jezus niet willen, ook de gelovigen niet, zij willen slechts brood en spelen. Vermoedelijk mogen wij van onze politici slechts hopen dat zij de distributie van brood en spelen zo regelen dat het niet met al te veel destructie en vijandschap gepaard gaat.
Met dat alles is de theorie van Larry Bartels niet weerlegd, wel kan men in Nederland sinds een week stellen: als het antidemocratische of extreem-rechtse kiezersreservoir inderdaad stabiel is en niet groeit, zou je kunnen zeggen dat ongeveer 25 procent van het Nederlands electoraat bereid lijkt op antidemocratische partijen te stemmen. Deze minderheid is zo groot dat sinds enige tijd elke verkiezing een reëel gevaar van ontwrichting met zich meebrengt.
Bartels pleit het volk zelf met zoveel woorden vrij: het zijn de politici die de schapen in de juiste richting moeten leiden. Een sympathiek idee, mensen zijn verleidbaar, zoveel weten wij. De tijd dat politici beseften dat niet elk middel is toegestaan om de kiezer te mobiliseren, dat niet elke taboebreuk een bevrijding inhoudt, daarbij natuurlijk ook gesteund door de herinnering aan de slachtpartijen van twee wereldoorlogen, ligt achter ons.
Het midden loopt leeg, in het ene land sneller dan in het andere, maar de ontwikkeling is vrijwel overal waarneembaar. Dat midden wordt al te makkelijk afgeschilderd als elitair, blind voor de zorgen van de zogenaamd gewone burger, soms zelfs als het corrupte verlengstuk van het bedrijfsleven of als vermomming van buitenlandse machten, wat daar ook mee bedoeld wordt. Die beschuldigingen zijn in sommige gevallen terecht. Maar om het hele midden daarom af te serveren is een antidemocratische reflex die alleen maar schade kan aanrichten. Die reflex zit ook in de linkerknie, diverse progressieve analisten, denkers en politici leken de afgelopen jaren de stelling van Wilders dat Rutte Nederland kapot heeft gemaakt eigenlijk te onderschrijven.
Dirk Bezemer schreef recentelijk in De Groene dat ‘neoliberale stress’, wat dat ook moge zijn, de kiezer in handen van ‘simplistisch rechts’ heeft gedreven. ‘Als je een bully op het schild blijft heffen, kun je dan heel verbaasd zijn dat noodkreten van burgers ongehoord blijven?’, vroeg Kustaw Bessems zich eerder dit jaar in deze krant af. Die bully was Rutte. Elke misstand, vermeend of werkelijk, werd te lijf gegaan met de hyperbool, waardoor de gehele ministerraad zich eigenlijk alleen maar dag en nacht kon gaan zitten schamen. Op een gegeven moment gaan alle noodkreten op elkaar lijken, die uit Gaza, Afghanistan en Oost-Groningen, wat het verhaal van Wilders – ‘Rutte en/of de oude politiek heeft Nederland kapotgemaakt’ – alleen versterkte.
Het is om die reden dat ik het in 2021 opnam voor premier Mark Rutte, die destijds dreigde te moeten aftreden omdat hij zou hebben gelogen over het formatieproces van zijn regering. Ik meende dat Rutte de katechon was, een begrip uit het Nieuwe Testament, de tegenkracht die de komst van de antichrist (de extreem-rechtse partijen) moet uitstellen. Rutte was in praktijk een betrekkelijk linkse, rechtse politicus die qua pragmatisme, prudentie en strategisch fingerspitzengefühl veel weg had van Angela Merkel – voor veel progressieve Nederlanders nog altijd een held.
Waar Rutte meedeed aan verkiezingen heeft hij de PVV redelijk klein gehouden, dat is zijn verdienste geweest. Dat er onder zijn bewind schandalen plaatsvonden – de afwikkeling van door gaswinning veroorzaakte aardbevingen in de provincie Groningen, tienduizenden burgers die op basis van hun etniciteit door de Belastingdienst onterecht als fraudeur werden aangemerkt – dat zijn omstandigheden geweest waarop de kiezer hem nooit heeft willen afrekenen.
Deze zomer kondigde Rutte zelf zijn vertrek aan uit de politiek nadat hij het kabinet had laten vallen op een detail in de asielpolitiek, en daarmee kwam een einde aan de katechon in de Nederlandse politiek.
Wie de antidemocratische krachten in Nederland nu moet tegengehouden moet nog blijken. Omtzigt aarzelt over de PVV, maar onvoorwaardelijk is zijn aarzeling geenszins. Een stevige belofte van Wilders en de aarzeling van Omtzigt gaat de koelkast in.
Ik ben geneigd te denken dat Geert Wilders gevaarlijker is in het parlement als oppositieleider tegenover een vermoedelijk wankele coalitie, dan als premier van een zeer rechtse regering. Maar misschien is dat een foute inschatting. Vergelijkingen met Weimar zijn immers altijd verleidelijk.
Wat vrijwel alle protestpartijen in het Westen gemeen hebben is de nadruk die ze leggen op migratie, waarbij asielzoekers steevast een hoofdrol vervullen. Trump had het in 2016 graag over de vermeende criminaliteit van Mexicanen, de voorstanders van de Brexit veinsden angst voor arbeidskrachten uit Oost-Europa. Wilders schreeuwt al jaren over moslims, asielzoekers, terroristen, Marokkanen et cetera.
Experts hebben telkens weer benadrukt dat het aantal asielzoekers in Nederland, maar ook elders, betrekkelijk minimaal is ten opzichte van het totale migratiecijfer (ongeveer 10 procent), dat van de ‘asieltsunami’ waar Wilders graag over spreekt geen sprake is. De meeste PVV-kiezers, 87 procent volgens RTL Nieuws, gaven aan dat migratie en asiel de belangrijkste was om op PVV te stemmen. Van de PVV via VVD tot NSC, de zondebok was dezelfde, alleen de muziek waarmee die zondebok werd bezongen verschilde. De gitaarmuziek van Omtzigt, het pianoconcert van de VVD, en dan het orgelconcert van Wilders dat eigenlijk altijd vereist dat men oordoppen draagt om het te ondergaan wil men geen gehoorschade oplopen.
Vraag blijft hoe het midden kan worden versterkt. Want wie eenmaal gelooft dat asielzoekers het belangrijkste probleem zijn, zal zich niet door cijfers laten overtuigen van het tegendeel, zo werkt geloof nu eenmaal niet.
Links heeft zich bij het bestrijden van dit fenomeen te vaak laten verleiden tot het produceren van nieuwe vijandbeelden, waarbij de fout van Hillary Clinton (‘deplorables’) door links op telkens andere manieren (dom-rechts) herhaald werd. Het activistisch spreken blijkt in praktijk vooral te bestaan uit het produceren van andere vijandbeelden. Het is vuur met vuur bestrijden.
Ook in Nederland blijkt de aanhang van extreem-rechtse partijen divers. De achterban van de PVV vormt ruwweg een gemiddelde doorsnee van Nederland en kan op geen enkele manier worden weggezet als een kreupele verzameling laagopgeleide economisch achtergestelden. Wie zichzelf wijsmaakt dat dit de zogenoemde ‘afgehaakten’ zijn, doet aan paternalistisch wensdenken.
Achter het protest gaat desondanks een reële angst schuil, die voor de eigen overbodigheid, en een woede die soms nauwelijks van verveling, ennui, te onderscheiden is. Maar wat al die asielzoekers en goedkope arbeidskrachten onze landsgrenzen ook binnendragen, het is niet onze overbodigheid. Die rol zal allicht AI gaan vervullen.
Hoe te leven met de eigen overbodigheid, die vraag zal voor de westerse mens essentieel worden. Ik zou zeggen: omarmen, net als het noodlot.
Ironisch is dat de meeste electorale brandstichters natuurlijk geen grote brand wilden stichten, ze wilden slechts op bescheiden wijze kond doen van hun al te begrijpelijke ontevredenheid, die ook samenhangt met verwachtingen waaraan geen enkele overheid ooit zal kunnen voldoen. Hooguit een God. Maar die was in Nederland en omgeving nu juist eindelijk en voorgoed morsdood verklaard.
Source: Volkskrant