De carrières van Jean Alesi en Gerhard Berger hebben lange tijd tegelijkertijd bij dezelfde teams afgespeeld. Tussen 1993 en 1995 reden zij samen bij Ferrari, waarna ze ook gebroederlijk de overstap maakten naar Benetton.
Berger keerde in 1993 terug bij Ferrari na drie jaar bij McLaren, nadat hij eerder drie seizoenen voor de roemruchte Italiaanse renstal uitkwam. Ironisch genoeg - gezien de vriendschappelijke relatie die in het verschiet lag - zag Alesi de komst van de Oostenrijker meteen als een grote bedreiging. Berger had immers al acht keer een Grand Prix gewonnen "Ik was geschokt door het slechte seizoen dat we in 1992 hadden", herinnert Alesi zich nog. "Maar ik deed mijn uiterste best, zoals altijd, om het [moreel in] het team hoog te houden. Toen ze Gerhard tekenden voor '93, kwam hij aan als een ervaren coureur die het team wel even op kwam knappen. Dat irriteerde me enorm."
Ook het contract dat Berger kreeg voelde voor Alesi als een trap na. "Gazzetta dello Sport meldde alle details van zijn contract als nummer één coureur. Ik klaagde bij Niki [Lauda] en zoals altijd was hij super! 'Maak je geen zorgen Jean', zei hij. 'Vraag gewoon om meer geld!'" Daarop reageerde de Fransman gevat: "'Niki, ik geef geen moer om geld, ik wil gewoon dezelfde positie en status als hij in het team.' Dus zei hij dat hij met [Luca] di Montezemolo zou gaan praten. De volgende dag kwam hij terug om me te vertellen dat hij had geregeld dat ik een F1-auto uit 1992 cadeau zou krijgen! Ik zei: 'Niki, daar had ik niet om gevraagd...', maar het kwam goed."
De vooraf geuite bezwaren werden al gauw van tafel geveegd toen Alesi zag wat voor mens Berger was. "Toen we op het circuit begonnen samen te werken, vond ik Gerhard een erg eerlijk persoon, hij was erg recht door zee. Dat beviel me wel. Natuurlijk was hij een geweldige tegenstander, maar hij begreep dat zijn status als 'nummer één' niet echt nuttig voor hem was. Hij ging dus nooit naar het team om meer tests of iets dergelijks te eisen. We werden gelijk behandeld."
Foto door: Ercole Colombo
Alesi was aanvankelijk op zijn hoede toen Berger zich bij hem voegde bij Ferrari in 1993.
Tijdens hun eerste seizoen samen werd Alesi zich maar al te bewust van Bergers voorliefde voor grappen die op of over het randje gingen. Dat kwam hem duur te staan toen Berger hem op een dag in de maling nam op het testcircuit van Fiorano. "Het is een erg populair verhaal tussen onze vrienden, want we hebben de Gerhard-versie en mijn versie," lacht Alesi. "Mijn versie is heel eenvoudig: ik wachtte in het kantoor van de fabriek voordat ik het circuit op moest en Gerhard was die ochtend aan het testen op Fiorano. Maar ze moesten de versnellingsbak vervangen of zoiets. Hij kwam naar de fabriek en toen hij me zag, zei hij: 'Jean, ik moet wat telefoontjes plegen, maar breng me later terug naar Fiorano'. Ik zei 'Oké, geen probleem'. Ik realiseerde me dat ik geen auto in de fabriek had en de eerste auto die ik zag was die van Jean Todt. Het was een gloednieuwe [Lancia] Ypsilon 10 met een speciale kleur, een speciaal interieur - hij heeft lang op deze auto gewacht. Dus nam ik die maar mee."
Met de twee coureurs in de auto was ontvouwde zich een schitterend schouwspel. "Gerhard stapte in en zette zijn stoel helemaal naar achteren, deed zijn gordel om en zei: 'Je kunt pushen als je wil'. Dat kun je niet tegen mij zeggen! We kwamen de fabriek uit en draaiden de weg op naar Fiorano. Bij elke bocht die ik nam, trok hij aan de handrem. De auto ging op twee en drie wielen omhoog en ik zei: 'Gerhard! Stop! Stop!' Dat deed hij niet, hij bleef maar doorgaan. Ik was net bezig met de laatste bocht in Fiorano, ik remde en hij trok weer aan de handrem. In plaats van op zijn kant gaan, ging de auto over zijn neus omhoog en op zijn dak!"
Gelukkig liep het voor beide heren fysiek gezien met een sisser af, maar de auto was aan gort. "Ik had geen gordel, dus ik belandde op mijn knieën - ik had geluk dat ik niet ernstig gewond was. Gerhard had zijn hoofd naar beneden. Ik keek naar hem en begon keihard te lachen. 'Dit is de auto van Jean Todt!'" Na het ongeluk was het nog een hele opgave om uit de auto te komen. "We moesten via de achterkant. De monteurs waren naar ons toe gerend en openden de kofferbak zodat we eruit konden. Ze zeiden: 'Ben je gek! Ben je gek?' Ik bloedde een beetje uit mijn hoofd, Gerhard was in orde omdat hij de veiligheidsgordel om had. Ze stopten me in een kleine ambulance naast het vliegveld in Fiorano. De monteurs zetten de auto weer op zijn wielen en dekten hem af."
Dat afdekken gebeurde ook net op tijd, want de grote namen van het team kwamen ook naar Fiorano voor de tests. "Net toen ze hem aan de kant duwde - precies op dat moment - kwamen Jean Todt, John Barnard en Luca di Montezemolo aan op het circuit. Zij wisten niets van de crash en hebben er ook niets van gezien", herinnert Alesi zich nog. "Gerhard rende naar de F1-auto en zette zijn helm op. Ze startten de auto en hij vertrok terwijl ik toekeek vanuit de ambulance. Ik gluurde uit het raam en zag Jean Todt naar de tijden van Gerhard kijken. Gerhard kwam de pits binnen en Jean Todt ging naar Gerhard toe. Ik kon zien dat ze aan het praten waren, maar ik kon niet horen wat hij zei. Later kwam ik erachter dat hij zei: 'Heb je met Jean gesproken? Want hij heeft een ongeluk gehad!' Uiteindelijk gingen ze terug naar de fabriek en toen kwamen ze erachter wat er echt was gebeurd. En ze waren echt heel boos op me!"
Berger's versie is dat ze niet wisten wiens auto het was toen ze hem meenamen. "Jean reed als een idioot dus ik deed de veiligheidsgordel om en ik zei: 'Oké, doe maar wat je wil.' En toen begon ik met de handrem te spelen...", herinnert de Oostenrijker zich nog als de dag van gisteren.
Foto door: Motorsport Images
Todt was niet zo blij toen hij hoorde van de capriolen van zijn coureurs
Source: Motorsport