‘Populisten beweren vaak dat verkiezingswinst betekent dat iedereen nu maar moet accepteren dat zij, en alleen zij, de wil van het volk vertegenwoordigen.” Dit schreef Jan-Werner Müller, hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de universiteit van Princeton, twee jaar geleden in zijn boek Democracy Rules.
Moeilijk om niet aan deze woorden te denken, na de verkiezingen van 22 november. De PVV werd de grootste partij, met ruim 23 procent van de stemmen. Dat is een feit. Niemand kan dat betwisten. Maar het betekent óók dat bijna 77 procent niet op de PVV heeft gestemd.
Toch schreef Geert Wilders op X (voormalig Twitter): „De PVV moet regeren. Het volk heeft gesproken. En ons de grootste gemaakt. Dat heet democratie. Speel daarmee geen spelletjes.”
Dat laatste was een dreigement. PVV-aanhangers blijven die teksten herhalen. Sommigen schrijven ‘volk’ zelfs met een hoofdletter. Alsof de verkiezingsuitslag de uitdrukking is van een soort mystieke volkswil. Alsof driekwart van het electoraat zich nu moet plooien naar dat ene kwart, of nog niet eens.
Het is precies die redenatie waaraan je echte populisten herkent – zelfs diegenen die zo begerig zijn om aan de macht te komen en de rest aan zich te onderwerpen, dat ze bereid zijn om hun onconstitutionele voorstellen „tijdelijk in de ijskast” te zetten. Er zijn wel meer partijen die de grootste worden en toch buiten de regering blijven, zoals de sociaaldemocraten in Zweden. Vindt Wilders dat ondemocratisch?
In 2016, voor hij de verkiezingen won, zei Donald Trump dat alleen hij het Amerikaanse volk vertegenwoordigde, en „the other people don’t matter”. Wat hij bedoelde, was dat zijn opponenten niet namens het volk kunnen spreken, omdat zij niet bij het volk horen. Dat mensen die niet vóór hem zijn, tegen hem zijn. Dat ze verraders zijn, die moeten worden buitengesloten.
Met dat ene zinnetje ontkende Donald Trump de essentie van de democratie: het pluralistische karakter ervan.
In een democratie leven burgers van allerlei komaf met verschillende religies, meningen en overtuigingen binnen een gemeenschappelijk kader van regels waaraan iedereen zich moet houden. Het gaat er niet om dat één groep de ‘winnaar’ wordt en namens ‘het volk’ andere groepen buitenspel kan zetten. Nee, in een democratie draait het om het omgekeerde: dat al die groepen vreedzaam kunnen samenleven. Dat ze elkaar niet naar de strot vliegen.
Iedereen is het volk. Iedereen moet gehoord worden en accepteren dat anderen ook gehoord worden. Dialoog en compromissen zijn essentieel. Minderheden houden altijd hun rechten en hun stem in dit systeem, om ervoor te zorgen dat één groep die zich de enige ‘vertegenwoordiger van het volk’ waant, de rest niet weer aan zich onderwerpt. Iedereen weet waar dat toe leidt.
En trouwens, omdat samenlevingen altijd veranderen en er steeds nieuwe uitdagingen zijn, is de verhouding tussen de groepen eveneens aan verandering onderhevig. Per definitie. Sommige groepen verzwakken, andere komen op. Daarom is de democratie, die moet zorgen voor sociaal en politiek evenwicht tussen die groepen, constant in beweging. Wat ‘het volk’ is, is geen statisch geven.
Wat Müller opvalt, is dat populisten die zeggen dat zij namens ‘het volk’ spreken vaak niet eens een meerderheid van de stemmen halen. Trump won in 2016 de verkiezingen dankzij het Amerikaanse kiesstelsel, maar Hillary Clinton kreeg toch echt meer stemmen dan hij.
Narendra Modi, die India namens de BJP met ferme hand regeert, kwam aan de macht met 37 procent van de stemmen. De PiS in Polen kreeg in 2015 ook 37 procent, maar slaagde erin een regeringscoalitie te vormen en begon onafhankelijke instellingen als de rechterlijke macht en de openbare omroep – bewakers van het pluralisme in een democratie – onklaar te maken.
De tweet van Wilders toont aan dat het een illusie is om te denken dat dit in Nederland niet kan gebeuren.
Source: NRC