Klimaat, oorlog en oplevend nationalisme: mondiale samenwerking rammelt aan alle kanten. Toch pleit hoogleraar Mathieu Segers nog voor Europees leiderschap: ‘Als dood en verderf om zich heen grijpen, en er eigenlijk geen licht meer lijkt te zijn, ontstaan vaak de meest briljante plannen.’
Op de COP28 in Dubai staat niet alleen het klimaat op het spel, maar ook de vraag of de wereld nog in staat is haar problemen op te lossen door internationale samenwerking. De naoorlogse internationale orde kraakt in al haar voegen – bedreigd door oorlogen en de agressie van Rusland, toenemende geopolitieke rivaliteit tussen de Verenigde Staten en China, en een herlevend nationalisme dat zich verzet tegen grensoverschrijdende samenwerking. Is deze chaotische wereld nog in staat de opwarming van de aarde te beperken?
De internationale orde wordt niet alleen bepaald door machtsverhoudingen, maar ook door het morele streven naar veiligheid en welvaart op mondiale schaal, zegt Mathieu Segers, hoogleraar Europese geschiedenis aan de Universiteit Maastricht. Na 1945 werd de wereldorde geleid door de Verenigde Staten, maar die zijn al jaren niet meer in staat die morele rol op te eisen.
Daarom moet Europa moreel leiderschap tonen, zegt Segers. In Dubai kan het zich sterk maken voor klimaatrechtvaardigheid, de compensatie aan arme landen voor klimaatschade die ontstaan is door het industriële Westen. ‘Ik vind klimaatrechtvaardigheid echt een punt waarop je kunt laten zien: als Europa zijn we hier serieus over. Wij gaan hier in de wereld een verschil maken’, zegt Segers, op zijn werkkamer met uitzicht over de Maas.
Over de auteur
Peter Giesen schrijft voor de Volkskrant over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk. Hij is auteur van meerdere boeken.
Het ‘mondiale Zuiden’ – Azië, Afrika en Latijns-Amerika – verwijt het Westen vaak terecht dat het de internationale orde slechts gebruikt als het in zijn eigen straatje te pas komt, zegt Segers. Door te ijveren voor klimaatrechtvaardigheid kan Europa laten zien dat het een morele agenda voor de hele wereld heeft.
‘Dat is juist voor onszelf heel urgent. Want als het niet lukt de internationale orde overeind te houden, dreigt een enorme destabilisatie. Die is nu al gaande. Op allerlei fronten zie je dat het recht van de sterkste prevaleert’, zegt Segers, met de Russische aanval op Oekraïne volgens hem als meest pregnante voorbeeld.
Die nieuwe wereld is voor Europa niet veilig: internationale wanorde zal terugslaan op Nederland en andere Europese landen. ‘Binnen- en buitenlandse politiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daar wordt in heel Europa veel te onverschillig over gedaan. De Nederlandse verkiezingen passen geheel in dit beeld, de PVV is daar slechts een voetnoot in’, zegt Segers. Europese pogingen om een positieve rol in de wereld te spelen, worden echter ondermijnd door de opmars van radicaal rechts, dat niet geïnteresseerd is in de internationale orde, laat staan in klimaatrechtvaardigheid. Segers: ‘Dat is funest voor moreel leiderschap.’
Mathieu Segers, hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, is een belangrijke stem in het debat over Europese samenwerking. In zijn nieuwe boek The Origins of European Integration, the Pre-history of Today’s European Union, 1937-1951 gaat hij terug naar de oertijd van de internationale orde. Die omvat de geboorte van de Europese samenwerking, maar ook de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en allerlei andere internationale organisaties. Het zal tevens ook zijn laatste boek zijn; hij is uitbehandeld voor darmkanker.
Segers beschrijft hoe de internationale orde ontstond uit wanhoop, vooral over de vernietiging van Europa in twee wereldoorlogen. ‘Als dood en verderf om zich heen grijpen, en er eigenlijk geen licht meer lijkt te zijn, ontstaan vaak de meeste briljante plannen. Bovendien is er dan de kracht om ze praktisch uit te werken’, zegt Segers.
The Origins of European Integration is een verhaal van twee continenten, Europa en Noord-Amerika. De Amerikanen trekken de Europeanen uit de put, en niet alleen met de economische bijstand van de Marshallhulp en de veiligheidsgarantie van de Navo. Ook met een morele agenda voor een nieuwe wereld, verwoord in de Four Freedoms van president Franklin D. Roosevelt uit 1941: vrijheid van meningsuiting en religie, en vrijwaring van gebrek en vrees. Zo ontstond een nieuwe wereld die de verzorgingsstaat binnen de natie koppelde aan een internationale ordening. Die was verre van perfect, maar probeerde oorlog te voorkomen door overleg en samenwerking.
‘De Amerikanen zijn de absolute sturende kracht in deze geschiedenis. Vanaf de Eerste Wereldoorlog zie je vanuit Europa een soort smeekbede in de richting van de Verenigde Staten. Help ons! Help ons om uit deze Europese ellende te komen.
‘In het Interbellum zie je een generatie van Amerikanen die ervoer dat Amerika de nieuwe kracht in de wereld was. Amerika was zo machtig, in economisch en militair opzicht, dat het de hele wereld naar zijn hand kon zetten. Zij hadden een zelfvertrouwen dat uniek is in de geschiedenis.’
‘Europa was een van de belangrijkste referentiepunten van de Amerikaanse elite. Het werd gezien als de basis van hun beschaving. Iedereen die iets voorstelde, moest een paar jaar in Europa zijn geweest. In Parijs zaten mensen als schrijver Ernest Hemingway, maar ook allerlei figuren in de slipstream van de avant-garde die later cruciale rollen zouden spelen in het Amerikaanse buitenlands beleid.
‘De vertegenwoordigers van deze generatie werden gedreven door een diepe liefde voor Europa, dat hen verrijking had gebracht naast het simplisme van de American Dream. Ze konden niet aanzien wat Europa aan ellende overkwam. Vanuit die persoonlijke drijfveer maakten ze programma’s voor na de oorlog en boden ze een moreel-ethisch leiderschap.’
‘Misschien wel. Gestileerd zou je kunnen zeggen dat de pure wanhoop van Europa en de pure hoop van Amerika in deze trans-Atlantische wereld bij elkaar kwamen. De Amerikanen zochten contact met hoge ambtenaren, economen en andere intellectuelen uit Frankrijk, Italië en Duitsland die over naoorlogse planning nadachten. Zo ontstonden unieke transnationale netwerken die dwars door politieke partijen en maatschappelijke sectoren heen liepen en heel invloedrijk werden. Maar ik denk dat het een uitzonderlijk moment is geweest, gekoppeld aan een generatie. Dat baart mij wel zorgen.’
Het Amerikaanse idealisme verflauwde al snel, toen de Koude Oorlog doorzette. De VS steunden wrede dictators, omdat zij als een bastion tegen het communisme werden gezien. Roosevelts vier vrijheden werden ondergeschikt gemaakt aan de strijd tegen het communisme. Later werd de oorlog in Irak van cruciaal belang: de VS zetten de internationale orde buitenspel om hun eigen belangen te dienen. Mocht Donald Trump volgend jaar terugkeren in het Witte Huis, zal Amerika zich verder afwenden van Europa en de internationale orde.
Segers: ‘Het Amerikaanse zelfvertrouwen is geknakt. Volgens sommige analisten is dat al gebeurd in de jaren zestig, met de moord op Kennedy en Vietnam. Het moreel leiderschap op basis van zelfvertrouwen is daardoor langzaam uitgedoofd.
‘Ik was in februari op de veiligheidsconferentie in München, waar ook een grote bipartisan delegatie was van Democraten en Republikeinen. Ze zeiden: vraag niet te veel van ons. We kunnen wapens leveren, maar het is geen 1945 meer. We kunnen de internationale orde niet meer dragen. En ze zeiden ook tegen de Europeanen: we moeten op zoek naar een nieuwe arbeidsdeling, waarin jullie een veel grotere, misschien wel leidende rol moeten gaan spelen in het moreel-ethische domein.’
‘Europa is totaal overvallen door het inzicht dat het Amerikaanse leiderschap niet meer zo vanzelfsprekend is als voorheen. De hele ratio van het naoorlogse Europa is gebaseerd op het samenspel met een sterke VS.
‘Grote getallen zijn altijd belangrijk in de wereldpolitiek. Bevolking, leger, grondstoffen om een enigszins zelfvoorzienende economie te hebben. Op al die punten scoort Europa dik in de min. We hebben dat allemaal niet op orde. Europa zal de bakens echt gigantisch moeten verzetten. En dat gaat zeker niet snel genoeg.’
‘In de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stemden de lidstaten van de EU verdeeld over een motie die opriep tot een humanitaire pauze in de oorlog, nadat zij twee dagen eerder, na wekenlang vergaderen, tot een gezamenlijk standpunt waren gekomen. Daaraan zie je dat Europa dat leiderschap nog niet kan invullen en ook niet serieus genoeg neemt.
‘Toch zie ik ook wel hoopvolle tekenen. In november lanceerde de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock een Europastrategie, waarin zij pleitte voor toetreding van Oekraïne tot de EU als antwoord op de agressie van Rusland. Zij wilde ook het vetorecht voor afzonderlijke lidstaten afschaffen, zodat de EU beter in staat is een gemeenschappelijk buitenlands beleid te voeren. De overwinning van Donald Tusk in de Poolse verkiezingen is ook een positief teken.
‘Maar ik denk dat we in het nadenken over een nieuwe rol van Europa veel te lui zijn, zeker in vergelijking met de Amerikanen in de jaren dertig en veertig. Je moet je een betere wereld willen voorstellen. Kunnen we dat? Dat is eigenlijk de grote vraag. Is de druk groot genoeg voor het verbeelden van een betere wereld?’
‘Veiligheid betekent pijn lijden. Als we de steun aan Oekraïne lang willen volhouden, gaat dat economisch pijn doen. Als we investeren in klimaatrechtvaardigheid, kost dat geld – net zoals het Marshallplan de Amerikanen geld kostte. Daarvoor moet je draagvlak creëren. Maar daar is het in de verkiezingscampagne niet over gegaan.’
‘Ja, ik zie allerlei parallellen. Het is de decadentie van een samenleving die zich wil afschermen van de buitenwereld, zich dat al lang meer kan permitteren, maar dat zelf maar niet wil inzien. Het enige wat nog enigszins positief is, is dat de rest van de wereld naar Europa kijkt voor moreel leiderschap.’
‘Ja, maar Europa wordt gezien als anders dan de VS. De VS hebben nog wel hun hard power, maar zijn hun morele leiderschap kwijt. Zeker sinds de oorlog in Irak. De VS zijn ook niet meer de drager van internationale organisaties; sommige zijn ze zelfs actief aan het slopen. Met het verdwijnen van de Amerikaanse generatie die de trans-Atlantische wereld heeft opgebouwd, is ook een bepaalde visie op internationale organisaties verdwenen. En is een oudere, meer isolationistische visie teruggekeerd.
‘Als je kijkt wie dat morele leiderschap kan overnemen, dan is Europa de enige kandidaat. Rusland en China hebben een revisionistische agenda, ze willen juist van de bestaande internationale orde af.’
‘De tijd dat je onbekommerd grote woorden kon gebruiken, zoals in de jaren negentig, is voorbij. Als je grote woorden gebruikt, graaf je je eigen graf. De realiteit is er zo bruut mee in tegenspraak. Maar je moet wel de kern van je agenda overeind houden. Niet zozeer met retoriek, maar met daden en met praktische programma’s die het verschil maken. Europa zou veel meer druk op Israël moeten uitoefenen om het oorlogsrecht te respecteren. Daarnaast vind ik klimaatrechtvaardigheid een heel belangrijk punt waarmee je leiderschap kunt tonen. Maar het kan allemaal wishful thinking blijken. De situatie is heel zorgelijk.’
Source: Volkskrant