‘Moet je zien. Ze léven echt’, zegt Sandrine Bony.
‘Zoveel realistischer dan die kinderlijke abstracties die je zo vaak ziet’, vindt Bjorn Stevens.
‘We hebben de randen van deze wolken een keer geanalyseerd’, wijst Pier Siebesma. ‘Het bleek een perfecte overeenkomst met de fractale dimensie die je in het echt zou verwachten.’
In het Frans Hals Museum in Haarlem staan drie hoogleraren in de wolkenkunde zich te vergapen aan de wolkenlucht boven Nederland, zoals die eind 17de eeuw werd vereeuwigd door Jacob van Ruisdael. Al jaren hadden de drie klimaatwetenschappers het plan: als we weer eens samenkomen, Bony vanuit Frankrijk, Stevens vanuit Duitsland, en Siebesma gewoon uit Utrecht, gaan we dit doek bekijken. Ruisdaels Gezicht op Haarlem uit het noordwesten (ca. 1670) prijkt immers op de voorkant van een wetenschappelijk handboek dat ze gezamenlijk schreven.
En nu kwam het zo uit. Bony is in Nederland om van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen de prestigieuze Buys Ballot Medaille voor klimaatonderzoek in ontvangst te nemen, Stevens is erbij om haar plechtig toe te spreken op een symposium. ‘Ons boek gaat over de dynamica van wolken en over hoe wolken licht weerkaatsen’, vertelt Siebesma. ‘En Ruisdael was een van de eersten die dat mooi kon weergeven.’
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.
Bony: ‘Het zou veel warmer worden. We weten dat wolken effecten hebben op de temperatuur op aarde. Hoge wolken dragen bij aan het broeikaseffect, dat leidt tot opwarming. En lage, witte wolken, zoals die van Ruisdael, weerkaatsen de zonnestraling. Dat heeft een afkoelend effect.
‘Sinds eind jaren tachtig weten we dat wolken gemiddeld genomen een afkoelend effect hebben, vanwege die lagere wolken. De grote vraag is alleen of dat afkoelende effect sterker of juist zwakker wordt in een opwarmend klimaat.’
Stevens: ‘Wolken schelen een slok op een borrel. Wat wolken doen, maakt enorm uit voor de ‘klimaatgevoeligheid’: hoeveel opwarming je krijgt bij een bepaalde hoeveelheid CO2. We gaan er ruwweg van uit dat als je de hoeveelheid CO2 in de dampkring zou verdubbelen, de temperatuur 3 graden stijgt. Maar door de effecten van wolken kan het ook 2,5 graad zijn. Of 4.
‘En dat is natuurlijk best een big deal. Uiteindelijk draait dit om de vraag: hoeveel CO2 kunnen we nog uitstoten als we de opwarming willen beperken tot 1,5 graad? Als de wolken de opwarming versterken, kom je uit op lagere aantallen dan wanneer wolken de opwarming tegenwerken. Mensen vergeten soms dat wolken ook kunnen helpen, omdat ze het effect van meer CO2 kunnen dempen. Deze onzekerheid kan al snel járen uitstoot schelen.’
Hij glimlacht fijntjes: ‘Wolken zijn dus ambivalente commentatoren op onze Divina Commedia, onze goddelijke komedie. Ze giechelen een beetje naar ons.’
Bony: ‘Ik zou oppassen om meteen mijn mening aan te passen op basis van maar één onderzoek. Dat is niet de manier waarop wetenschap werkt.’
Stevens: ‘Zoals altijd rekt Hansen de grenzen op. Hij besluit eigenhandig: wat nou als de interactie tussen wolken en aerosolen een factor 2 hoger ligt? Tja, dat kán. Maar het geeft beslist niet de gebruikelijke stand van wetenschap weer.’
Stevens: ‘Sommige mensen voelen de verantwoordelijkheid om het publiek te waarschuwen voor de meer onwaarschijnlijke kant van klimaatverandering, de uiterste marges van de risicoverdeling. Maar als je zo begint, legitimeer je ook het andere uiterste. De kant van: de wereldeconomie stort in als we iets tegen klimaatverandering doen.’
Je kunt de museumvloer haast horen kraken, zo gewichtig zijn de drie experts die voor het schilderij zijn samengekomen. De Amerikaans-Duitse Bjorn Stevens staat aan het hoofd van het Max Planck Instituut voor Meteorologie in Hamburg en is een van de meestgeciteerde klimaatwetenschappers ter wereld; Sandrine Bony is een met academisch eremetaal omhangen onderzoeksleider van het Centre national de la recherche scientifique (CNRS) aan de Sorbonne-universiteit in Parijs. ‘We kennen elkaar al jaren. Het is altijd vertrouwd als we elkaar weer zien’, vertelt Siebesma, hoogleraar atmosfeerwetenschap aan de TU Delft en verbonden aan het KNMI.
Vorig jaar rapporteerde Bony’s groep in Nature een belangrijke doorbraak. Bij het Caribische eiland Barbados ging ze er samen met internationale collega’s toe over om de ontwikkeling van een wolkenveld in detail te volgen, met vier schepen, vier vliegtuigjes en talloze drones, boeien en uit het vliegtuig gedropte sondes.
Klimaatmodellen voorspellen dat er bij opwarming van de aarde in tropische gebieden minder zonlicht weerkaatsende wolken zullen zijn, in essentie doordat de wolken vocht wegzuigen uit de lagere luchtlagen, waardoor daar minder makkelijk wolken kunnen ontstaan. Dat zou een griezelige kettingreactie kunnen geven naar meer opwarming: minder lage wolken betekent immers meer zonnewarmte – waardoor er nóg minder lage wolken zouden komen, enzovoorts.
Gelukkig valt het mee. Bij Barbados toonde Bony aan dat de theorie onvolledig is. Boven tropische wateren vindt geen verdroging plaats, de verkoelende, lagere wolken kunnen gelukkig gewoon nog ontstaan. Bewijs waarvoor Bony overigens hoogstpersoonlijk haar leven waagde, door in een gemotoriseerde hangglider de wolken in te vliegen.
Stevens: ‘Laat ik een wedervraag stellen: hoe bewolkt is het vandaag?’
We zitten inmiddels in het museumrestaurant. Buiten het raam hangen zware proppen wolken in een herfstige lucht.
Stevens: ‘Maar kun je ook zien waar de ene wolk ophoudt en de andere begint? Veel mensen denken bij wolken: het is een wit ding in de lucht. Net als een olifant, iets dat er is. Maar denk eens aan de taal: daar spreken we van een wolk als iets waar je juist géén lijn omheen kunt trekken. Een wolk stof. Een rookwolk. Cloud computing. Dus een wolk heeft ambivalentie, van iets dat er tegelijk wel en niet is.’
Vandaar dat computermodelleurs wolken tegenwoordig niet meer modelleren als op zichzelf staande objecten, vertelt hij, maar liever als een toestand van de atmosfeer, die bij een bepaalde beweging, temperatuur en luchtvochtigheid opduikt, legt hij uit. ‘We laten de wolken ontstaan, als schepsels van de circulatie. Een emergent verschijnsel. Wolken zijn zeer nauw verbonden met de bewegingen van de lucht.’
Bony: ‘Voor mij is de grote open vraag hoe de organisatie van wolken in de toekomst verandert. Tot dusver doen we onze studies met modellen waar het aggregeren, het samenklonteren van wolken, niet goed in zit. En dat kan veel uitmaken, want grote wolken koelen meer, en eromheen kunnen droge gebieden ontstaan waar de uitstraling van warmte hoger is. Dus daaruit kunnen mogelijk nog verrassingen voortkomen.’
Bony: ‘Misschien niet in zulk detail. Maar wel in grote lijnen: een warmer klimaat geeft een hogere frequentie van een bepaald type stormen en betekent dat we veranderingen in neerslagpatronen kunnen verwachten.’
Stevens: ‘Er staat wel tegenover dat er steeds minder ijs en sneeuw is, waardoor de planeet donkerder wordt en meer zonlicht absorbeert. Dat baart me toch wel zorgen, want dit is een trend die de weerkaatsing door wolken misschien tenietdoet. Mijn gevoel is dat we te maken hebben met effecten die elkaar opheffen.’
Bony: ‘En voor een heel, heel lage klimaatgevoeligheid, heb je ook negatieve terugkoppelingen nodig van de wolken, dus veel meer verkoeling. Op het moment zien we die helaas niet.’
Stevens: ‘Ik ben altijd wel in voor controversiële stellingnamen en ik stond altijd redelijk sympathiek tegenover een wat lagere klimaatgevoeligheid. Maar ik zie helaas geen enkel argument voor een klimaatgevoeligheid lager dan ongeveer 2,5 graad.’
Dat zou in de praktijk betekenen dat de aarde, bij het huidige klimaatbeleid, eind deze eeuw uitkomt op 2,6 graad opwarming. Een belangrijke slag hoger dan de 2 graden opwarming die de internationale gemeenschap heeft bestempeld tot maximum voordat er onomkeerbare klimaatgevaren dreigen.
In een taxibusje rijden we naar Amsterdam, waar Bony de Buys Ballot-medaille zal ontvangen. Stevens en Bony voor, Siebesma en Bony’s volwassen zoon Marius, die ook is meegekomen, op de achterbank.
Bony: ‘Het is wel echt veel. We weten dat het verschil in temperatuur tussen wel en geen ijstijd maar 5 graden is. Dat geeft wel aan dat een verschil van een paar graden genoeg is om het klimaat te veranderen.’
Bony: ‘De gevolgen van veranderingen in de ijskappen hoeven helemaal niet zo langzaam te gaan, omdat er een kettingreactie kan ontstaan van elkaar versnellende gebeurtenissen. En er is het risico dat er in sommige smeltprocessen enige onomkeerbaarheid zit. Dat is zorgwekkend. We betreden nieuw terrein, met dit CO2-niveau dat we in de menselijke geschiedenis nog niet hebben gezien.’
Stevens: ‘Dat zeg je goed. Wat we vandaag de dag zien en meemaken voert ons steeds verder weg van onze ervaringen en ons begrip van de wereld. Natuurlijk is dat zorgelijk. Voor zover het al geen goed idee is om de planeet naar onbekend terrein te duwen, is het een nog slechter idee om dat heel snel te doen.’
Stevens: ‘Ik zei laatst nog op een seminar: de klimaatwetenschap is beland in het tijdperk van verrassingen. We hebben nu twintig, dertig jaar snelle opwarming achter de rug, we zien het klimaat veranderen voor onze ogen. En daarbij zien we dingen gebeuren die we niet goed snappen. Die verrassende afname van het zee-ijs bij Antarctica, die niemand zag aankomen. Een opwarming van de Stille Oceaan, tegenovergesteld aan wat we hadden verwacht. Een droogte in het zuidwesten van de VS die de modellen niet hadden voorzien…’
Bony: ‘Of neem de stormen van afgelopen maanden in Frankrijk en Groot-Brittannië. Een van de belangrijke nog openstaande vragen is of stormen elkaar in de toekomst sneller gaan opvolgen. Dat is zeer belangrijke informatie voor mensen en verzekeraars.’
Siebesma: ‘Of neem neerslag. We hebben hier nu een enorm lange regenperiode. Het is moeilijk te zeggen of dat statistisch betekenisvol is, maar langere perioden met regen of droogte kunnen ook een gevolg zijn van klimaatverandering. Dat kan ook zo’n verrassing zijn.’
Bony: ‘Dat lijkt me om een aantal redenen de verkeerde oplossing. De belangrijkste is dat als we ooit om een of andere reden weer zouden ophouden de temperatuur te controleren, het klimaat versneld zou opwarmen. Dat zou pas echt een ramp zijn.
‘Maar er zijn meer bezwaren. Zoals het eigenaarschap: wie zou gaan bepalen welke wereldtemperatuur precies de juiste is? En zelfs áls het zou lukken de temperatuur te regelen: dan nog zou meer CO2 nog steeds leiden tot enorme veranderingen in neerslagpatronen en oceaanverzuring. Dus ja, om een heleboel redenen zou ik het afraden.’
Buiten zijn de wolken samengetrokken tot een haast egaal, grijs systeemplafond van lucht, waaruit soms regendruppels lekken. Alsof de wolkenwetenschappers het zo hebben afgesproken.
De tentoonstelling Blik op Haarlem, met onder meer wolkenluchten van Jacob van Ruisdael, is nog tot en met 7 januari 2024 te bezoeken in het Frans Hals Museum, Haarlem.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden