Home

De boekentrends van 2023: debutanten schrijven over seks, millennials over moeders, gearriveerde schrijvers over alles wat ze weten

Valt er een trend te ontwaren in de Nederlandse literatuur van 2023? Charlotte Remarque ziet er wel drie, keurig verdeeld over drie generaties.

Ik speel meteen vals; een van deze boeken verscheen vorig jaar. Maar dat het drie keer kort achter elkaar is gebeurd, is zo opvallend dat ik vind dat het mag. Drie semi-autobiografische debuutromans, drie jonge (witte, geprivilegieerde) vrouwen die naar de Bijlmer verhuizen en zichzelf en de mannen daar seksueel ontdekken. Zuigertje van Gwen van der Zwan, Iets warms graag van Tamar Berends en Mimosa van Mette Maria van Dijk.

Waarom de Bijlmer zo expliciet als toneel kiezen? Zijn dit drie tobberige Joan Didion-versies van Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje, vijftien jaar later verschenen maar geen haar beter? Van Dijk maakte het exotisme van haar hoofdpersoon op de eerste bladzijde zo duidelijk (‘ik wil in de Bijlmer wonen, zodat ik al mijn zwarte buurmannen kan neuken’) dat het haar op veel kritiek kwam te staan. Maar alle drie de debutanten hebben eigenlijk meer hun eigen seksualiteit als thema dan die van de mannen met wie ze naar bed gaan.

Van Dijks hoofdpersoon Maria voelt zich machteloos in een groot deel van haar leven – haar opleiding mislukt, haar vader is afwezig – en kan wél controle uitoefenen over de mannen in haar omgeving. Ronja uit Iets warms graag (ook zwaarmoedig, ook de controle kwijt over een groot deel van haar leven) ontdekt dat lastiggevallen worden op straat niet altijd intimiderend hoeft te zijn – eerder brengt het haar tot leven, maakt het van haar een begeerlijk wezen.

Olivia uit Zuigertje is met de zwarte vuilnisman Levi, een klassenverschil waar ze zich af en toe schuldig over voelt, maar de roman gaat er vooral over dat zij erachter komt dat ze haar lichaam kan inzetten voor eigen gewin. Haar succes op het internet, waar ze geld verdient met streamen in een bloot topje, geeft haar seksueel zelfvertrouwen. ‘Soms gaat ze op haar rug liggen en legt zijn hand op haar venusheuvel om aan te geven dat ze seks wil en die hebben ze dan vervolgens. Het voelt alsof ze de controle heeft over haar leven. Alsof ze aan het roer staat van haar bestaan.’

Controle over de eigen seksualiteit, waar die zo vaak door mannen wordt bepaald, kwam ik dit jaar ook tegen in de uitstekende nieuwe vertaling (door Jolande van der Klis) van D.H. Lawrences al bijna honderd jaar oude Lady Chatterley’s Lover. Connie Chatterley ontwikkelt een ‘hevige fysieke aversie’ tegen haar door een oorlogswond impotente echtgenoot en wordt verliefd op de jachtopziener van het landgoed, Oliver Mellors. Of nou ja, verliefd, het is haar in eerste instantie om zijn lichaam te doen.

Opvallend is dat ten dele het klassenverschil zo erotisch is voor Connie, en dat ze dat tegelijkertijd ontkent. Terwijl ze vindt dat de mijnwerkers in het dorp van een ‘zonderlinge, ongepolijste mannelijkheid’ zijn, had Oliver ‘eigenlijk net zo goed een aristocraat’ kunnen zijn. Ook bij Lady Chatterley is het standsverschil wel de aanleiding, maar niet het centrale thema; ook hier draait het uiteindelijk om de zelfontdekking van de vrouw als een erotisch wezen. ‘De man, het individu, o wee als hij zich durfde op te dringen. Hij was niet meer dan een tempeldienaar, de drager en bewaker van de stralende fallus, haar eigendom.’

‘Millennial’ is een modewoord dat in de volksmond zoiets is gaan betekenen als ‘vervelend jong persoon’, in plaats van gewoon een interessante sociologische term voor een specifieke generatie. Hoe dan ook, millennials zijn inmiddels niet zo jong meer, en dat zie je terug in de literatuur. Ja, sommigen zijn nog bezig met het verwerken van hun jeugd of het sluiten/verbreken van vriendschappen/liefdesrelaties, maar een opvallend groot aantal schrijfsters richtte zich dit jaar op het moederschap. Het moederschap is tegenwoordig, zeker in de kringen waarin de meeste schrijvers verkeren, zelden iets dat je zomaar overkomt, maar iets waarover je een weloverwogen beslissing moet nemen. Met alle tobberijen van dien.

In de onderzoekende essaybundel Soms wil ik een kind verkende Jantine Jongebloed het effect van de tikkende biologische klok op haar zelfbeeld. Het eenvoudige idee dat ‘het ervan zou komen’ werd bemoeilijkt door twee buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, en toen begon de kinderwens ineens… weg te ebben. Of plaats te maken voor angst. Angst om zichzelf te verliezen in het moederschap. Angst voor spijt: ‘spijt van een kind, spijt van geen kind’.

Zelfs als zwangerschap je wél per ongeluk overkomt, zijn de twijfels nog niet verdwenen. Meredith Greer schreef over de eenzaamheid van de abortus, die tegelijkertijd ook een bevrijding is. En als je het kind besluit te houden moet je weer heel andere lasten dragen. In Moeders. Heiligen van Dieuwertje Mertens is Mercedes per ongeluk moeder geworden, van een kind dat zich nu als puber ernstig misdraagt. Het moederschap komt op haar over als iets dat haar is aangedaan; ze is verontwaardigd, confronteert een standbeeld van de moeder van Jezus: ‘Hoe ben je een goede moeder? Hoe doe je dat, Maria? Welke moeder kan jou in de verste verten benaderen?’

Dan is er nog de bevalling zelf, door Mertens van een gruwelijk ‘KNIP’-geluidseffect voorzien, maar nog het uitvoerigst beschreven in de nieuwe roman van Bregje Hofstede, Oersoep: ‘Zalen en zalen van pijn, geplooide, gewelfde, rekbare, eindeloos rekbare pijn.’ Het moederschap is zo allesverslindend dat het moeilijk is om te combineren met die andere scheppende kracht, die van de kunstenaar. Hofstedes hoofdpersoon is schrijfster, en de alledaagsheid van haar nieuwe bestaan (als partner, moeder) begint haar te beklemmen. Ze wil méér.

Hoe moet een vrouw moeder zijn én zichzelf? Niet alleen bij millennials maar ook in de dit jaar verschenen dagboeken uit een heel ander tijdperk komt deze vraag voor. In Moeder en pen – Dagboek 1979-1983 worstelt Mensje van Keulen met de baby die ze zo graag wilde: ‘O, wat huilt hij hard! Ook nu! Weer drinken.’ En het schrijven dan? ‘Ik moet verder aan een vers en aan mijn boek, ho, boek? Ooit. Wanneer zal dat ‘ooit’ zijn als het zo door blijft gaan?’

De gearriveerde schrijver haalde dit jaar werkelijk alles uit de kast. Het riep bij mij de vraag op of er een moment in je carrière als schrijver is waarop je besluit: ik ben klaar met me inhouden, ik ga al mijn kennis, al mijn opvattingen over de samenleving, de literatuur en de mens nu in één epos gieten: de Grote Alomvattende Roman.

Nirwana van Tommy Wieringa houdt het bij een bescheiden 481 pagina’s, maar weet daar een minder bescheiden aantal beschouwingen in te verwerken. Over de Tweede Wereldoorlog, over kunst, over het kapitalisme en het effect op het klimaat, over de mens en zijn verwoestende natuur, en ook nog over boeddhisme.

Leer me alles wat je weet van Hanna Bervoets is een 580 pagina’s lange familieroman-zonder-familie over vriendschap, liefde, ziekte en gezondheid, queergeschiedenis, de aidscrisis, de jaren negentig en ‘die peilloze ongrijpbaarheid van tijd an sich’. Van de levens van haar hoofdpersonages laat ze geen detail onbeschreven.

Ilja Leonard Pfeijffer had met Grand Hotel Europa al zo’n roman geschreven die onze tijd in zijn geheel wilde duiden. Maar Alkibiades, de fictieve autobiografie van de echt bestaande generaal, inclusief notenapparaat 910 pagina’s en in de boekhandel voorzien van een broodnodige draagtas, gaat over álles: democratie, geloof, geschiedschrijving, macht, lust, oorlog, sport, filosofie, Griekenland maar ook Nederland, vroeger maar ook nu. En bevat bovendien de tientallen jaren onderzoek die Pfeijffer naar Alkibiades deed, die hij ‘zo waarheidsgetrouw mogelijk’ wil neerzetten.

Wat drijft schrijvers ertoe om de wijdlopigheid, zelfs de volledigheid op te zoeken op een bepaald punt in hun carrière? Is het gewoon het zelfvertrouwen van eerder succes, en bijbehorende aarzeling van redacteuren om aan het schrappen te slaan? Of is schrijven toch een soort cumulatief denkproces: je schrijft en schrijft en dat telt bij elkaar op tot je schrijversvolwassenheid hebt bereikt, een moment waarop je meer antwoorden hebt dan vragen. Bevindingen in plaats van zoektochten, een soort proefschrift des levens.

De verteller van Bervoets zegt dit over de persoonlijke geschiedenis van haar geliefde: ‘Er zijn nog steeds dingen die ik niet begrijp, maar ik weet wel meer dan toen, en vanochtend dacht ik voor het eerst: misschien weet ik nu genoeg.’ En wat doe je dan, als je nu genoeg weet? Dan schrijf je het op.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next