Het zand is zo wit dat de man die over het water springt van zoutvlakte naar zoutvlakte lijkt te gaan. Het behoort toe aan de Baai van Hann, ooit een stukje paradijs aan de kust van de Senegalese hoofdstad Dakar, nu een vervuilde nachtmerrie. Het water waarover de man verstild zweeft, líjkt blauw, vertelt de Zuid-Afrikaanse fotograaf John Wessels, die weken aaneen in de baai doorbracht. In werkelijkheid was het pikzwart, zo zwart dat het de lucht reflecteerde.
Met weemoed vertelden de oudere bewoners van deze veertien kilometer lange kuststrook , eens ooit opgebouwd uit vissersdorpjes, aan de hoofdfotograaf van persbureau AFP in West-Afrika over de tijd vóór de fabrieken naar dit deel van Dakar kwamen. Over hoe turquoise en visrijk de zee was voor ze begon dicht te slibben met afval en chemicaliën, illegaal maar ongestraft geloosd door de leerlooierijen, olieraffinaderijen en andere fabrieken die in twintig jaar tijd van de baai het hart van Dakars industriële boom maakten.
Er rondlopen heeft iets dystopisch, vertelt Wessels. „Op sommige plekken zie je nog de schoonheid die het ooit had.” Het spierwitte zand, plekken waar het water nog wel helder is. Tot een paar meter verderop je voeten wegzakken in plastic en dode vissen, en je bloed en gal afkomstig uit Dakars grootste slachthuis door een stormkanaal de zee in ziet stromen, vlakbij zwemmende kinderen. En dan de geur. Gif, dood, rot. Veel bewoners worden ziek. Van huid- en darminfecties tot ademhalingsproblemen door de chemicaliën die de lucht doen branden.
Senegals regering belooft al jaren de vervuiling in de Baai van Hann aan te pakken, maar een complexe afwatering- en zuiveringsinstallatie die daarvoor moet zorgen, en bij de totstandkoming waarvan Nederland een belangrijke rol speelt, is nog altijd niet af. Bewoners betwijfelen ook of het voldoende zal zijn.
Source: NRC