Geert Wilders tapt uit hetzelfde antidemocratische vaatje als Donald Trump, ziet Michael Persson. De voormalig Amerika-correspondent van de Volkskrant beschrijft naast de overeenkomsten ook de verschillen die de hoop op een positievere uitkomst rechtvaardigen.
Het eerste wat Donald Trump begin 2017 deed, na zijn inauguratie als president van Amerika, was iets wat hij had aangekondigd: hij sloot de grenzen voor immigranten uit een aantal moslimlanden.
‘Ik wil een totale en complete stop op moslims die de VS binnenkomen’, had hij ruim een jaar eerder, nog aan het begin van zijn campagne, gezegd. Nu, op 27 januari 2017, ondertekende hij een officieel decreet ‘om de natie tegen buitenlandse terroristen te beschermen’. Trump: ‘We weten allemaal wat dat betekent.’
Honderden moslims werden per direct bij aankomst op de vliegvelden vastgezet, duizenden visa werden ingetrokken, reizigers die wilden terugkeren naar hun familie of werk in de VS moesten rechtsomkeert maken. Twee weken later zou een rechter een streep zetten door de maatregel, maar voor nu was Trump tevreden met de chaos: ‘Het is erg mooi uitgepakt’, zei hij.
Dit terwijl The New York Times een paar dagen eerder nog had geconstateerd dat hij ‘de look van het presidentschap’ had ‘omarmd’.
Een van de eerste dingen die Geert Wilders deed, na zijn verkiezingsoverwinning vorige week, was iets waarmee hij groot is geworden: ageren tegen asielzoekers. Wilders zei dat Kijkduin, een Haagse wijk waar honderd vluchtelingen voor twee maanden in hotelkamers mogen slapen, ‘net als andere dorpen wordt overspoeld’ door asielzoekers, die, zo stookte hij, ‘grote televisies, een zwembad, gratis eten en drinken krijgen’.
Voor de verkiezingen hadden verschillende media nog geconstateerd dat hij ‘milder’ was geworden.
Populisten, zo blijkt, blijven ook na de verkiezingen gewoon populist.
Trump was destijds al president, Wilders is nog lang geen premier, en de Verenigde Staten zijn Nederland niet. Maar er zijn patronen in radicaal-rechtse politiek en het kan leerzaam zijn om die te zien en te herkennen. Niet om te signaleren dat alles dus hetzelfde zal lopen. Maar juist om de verschillen te zien, en misschien zelfs om te zien waar we het verschil kunnen maken.
Dat er gelijkenissen zijn, is bekend. Zowel Trump als Wilders is onderdeel van de wereldwijde eigen-land-eerst-beweging die van de Filipijnen tot Hongarije en van Italië tot Brazilië ‘mini-Trumps’ heeft voortgebracht. Nederland had met Pim Fortuyn natuurlijk al een eerste populist, waarna de stroming niet meer is verdwenen. Hard-rechtse partijen hebben hier sindsdien tussen 10 en 20 procent van de stemmen gehaald.
Maar de grootste zijn ze in Nederland nooit geweest, en zoveel zetels als nu heeft hard-rechts samen nooit gehad. Dus is de vraag: kan het hier net zover komen als in de VS en andere landen? Werkt het draaiboek hier net zo goed?
Als correspondent in de Verenigde Staten heb ik de aanvallen op de rechtsstaat van dichtbij meegemaakt, van de moslimban in 2017 tot de bestorming van het Capitool in 2021. Toen ik die zaterdag in januari 2017 naar vliegveld JFK ging, trof ik duizenden demonstranten die vooral verbijsterd waren dat dit in hun land kon gebeuren. Waar waren de checks and balances gebleven?
Vanuit Nederland kreeg ik al maanden de vraag wanneer Trump zich nou presidentieel ging gedragen, en of zijn Republikeinse partijgenoten hem al in het gareel hadden gekregen. De journalistiek krijgt vaak het verwijt uit te zijn op sensatie en uitzonderingen te willen uitvergroten, maar er is een minstens zo sterke zucht om bijzondere gebeurtenissen zo snel mogelijk weer normaal te gaan vinden. Deze normalcy bias is menselijk. We willen dat dingen hanteerbaar worden, herkenbaar, in het systeem passen. Dan zal het allemaal zo’n vaart niet lopen.
De neiging om in het abnormale het normale te willen zien, was ook in Nederland in de eerste week na de verkiezingsuitslag merkbaar aan de talkshowtafels, waar veel conservatieve gasten plaatsnamen. Bij Op1 kon je horen dat de Wilders van nu ‘een heel andere is dan de Wilders van toen’, en dat ‘de kiezer heeft gesproken’ en er dus zo snel mogelijk een rechts kabinet moet worden gevormd. ‘We hebben een rechtsstaat die voorkomt dat er gekke dingen gebeuren’, zei VVD’er Johan Remkes bij WNL Op Zondag.
Natuurlijk blijven er altijd dingen die buiten de orde liggen, want anders is er niets om over te praten. Alleen was dat niet Wilders, maar het protest tegen hem. Remkes vond dat ‘een overtrokken geluid’, waarmee demonstranten ‘het gevoel van onveiligheid alleen maar aanwakkeren’. In het tijdschrift EW schreef Geerten Waling deze week dat de ‘hysterische’ reacties op ‘een ordentelijk verlopen, democratische verkiezing’ niet onschuldig zijn, omdat er een ‘haatklimaat’ zou worden geschapen. (Waling vond eind 2020 ook de zorgen over de ondemocratische pogingen van Trump om in het Witte Huis te blijven ‘dramatisch gejank’).
Die omdraaiing kende ik uit Amerika. Het gezellige praatprogramma Fox and Friends, de stemmingmakers van de ochtend, richtte in de eerste weken van Trumps presidentschap standaard de pijlen op de protesten. Demonstraties waren gewelddadig, afschuwelijk en gevaarlijk. En waar protesteerden die lui eigenlijk tegen? Tegen iemand met een andere mening, die democratisch gekozen was?
Nee, het was tegen de manier hoe hij met die macht omging.
Toen de rechter na een week besloot dat de ‘moslimban’ illegaal was, reageerde Trump met de volgende scène uit het autoritaire draaiboek: een aanval op de rechtspraak. ‘Ongelooflijk dat een rechter het land zo in gevaar kan brengen. Als er iets gebeurt, dan moeten we hem en het rechtssysteem de schuld geven. Mensen stromen het land binnen. Slecht!’
John Morijn, hoogleraar aan de rechtenfaculteit in Groningen en voor een jaar te gast aan de Amerikaanse universiteit Princeton, die de antidemocratische ontwikkelingen in met name Hongarije en Polen volgt, schreef deze week in een veelgelezen draadje op X dat hij zo’n volgende stap in Nederland verwacht, als Wilders in een regering komt. ‘Zodra rechters daar dan volstrekt voorspelbaar de onmogelijkheden van vaststellen op basis van (internationale) wetgeving, komt er kritiek op rechters zelf, en een verwijt van activisme of politiek opereren. In een later stadium kan er druk komen om hen te vervangen.’
De tactiek van de verdachtmaking geldt ook voor andere waarheidszoekende instituties, zoals de journalistiek en de wetenschap. Hoe meer er aan hun bevindingen wordt getwijfeld, hoe meer ruimte dat schept voor een andere invulling van de werkelijkheid. ‘Alternative facts’, noemde Trumps woordvoerder Kellyanne Conway dat, in een discussie over het aantal toeschouwers bij zijn inauguratie. Het leek toen nog absurdistisch. Maar met die term werd in Amerika de leugen tot beleid verklaart.
Wilders en zijn partij-ideoloog Martin Bosma hebben de aanval op de journalistiek inmiddels al geopend. Wilders kapittelde deze week Op1-presentor Tijs van den Brink omdat hij een demonstrant aan het woord liet die Wilders fascistisch noemde, en Bosma schreef naar aanleiding van een spotprent in deze krant dat ‘de journalistiek’ alles zal doen om de PVV ‘kapot te maken’. De partij die de vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel heeft staan, inclusief beledigingen en pesterijen, heeft nu ineens lange tenen. ‘Ik ben heel wat islamitische bedreigingen gewend maar de extreem-linkse ophitserij is ongekend!’, twitterde Wilders deze week, volgens de formule kritiek = verdachtmaking = ophitserij = medeplichtigheid aan eventueel geweld. Bij voorbaat heeft links het gedaan.
In Amerika heb ik eindeloos veel Trump-stemmers gesproken – ik had kennissen die op hem stemden. Sommige Trump-aanhangers waren bijzonder aardig, sommige zeiden vroeg of laat iets racistisch, sommige waren bijzonder aardig hoewel ze ook racistische dingen zeiden. Ze waren genereus en empathisch: ik kon vaak blijven eten, ik kreeg soms een lift, ik mocht met de hele familie in het jachthuis komen logeren (full disclosure: ik ben een witte man). Ja, er waren typische ‘vergeten mensen’ uit het verwaarloosde achterland bij, mannen en vrouwen in streken waar de fabrieken waren vertrokken en de pijnstillers waren gekomen, met een levensverwachting tien of twintig jaar onder het gemiddelde. Maar ik sprak ook talloze rijke of steenrijke Trump-fans, blij met zijn branie en belastingverlagingen, en blij dat hij geen goedkope sociale woningen toestond bij hun witte wijkjes met vrijstaande villa’s.
Ik kan me een bijeenkomst in 2015 herinneren, een feestje in een soort bierkelder onder systeemplafonds tijdens de Republikeinse Conventie, waarop ook Wilders was uitgenodigd. Hij werd aangekondigd als de ‘hoop van de westerse beschaving’ en ‘waarschijnlijk de volgende premier van Nederland’. Volgens Wilders was Europa aan het ‘imploderen en exploderen’ en ‘een levende hel van angst en geweld’ geworden. Het begrip ‘radicale islam’ was onzin: ‘De hele islam is het probleem.’ Stuur ze terug, schreeuwde een jonge man met een Trump-petje. Het publiek trakteerde Wilders op trumpiaanse toejuichingen, die later in het origineel overgingen: GURT! GURT! GURT! TRUMP! TRUMP! TRUMP!
De mensen hier stonden die namen niet te scanderen vanwege de beloofde investeringen in de infrastructuur.
Ook in Nederland zijn er PVV-kiezers die het zwaar hebben, en die uit arren moede en gedesillusioneerd op de partij van de irrationele beloften stemmen. Maar ook in ’t Gooi werd de PVV veelal de tweede partij. In de gemeente Westland haalde de PVV 33 procent van de stemmen, ondanks dat het modale inkomen er een stuk hoger ligt dan gemiddeld. Er zijn mensen met ándere redenen om PVV te stemmen. In Westland werd twee weken geleden de komst van Sinterklaas traditioneel gevierd, met zwarte pieten en al, en hardhandig verdedigd.
Voor de duidelijkheid: zowel Trump als Wilders heeft democratisch gewonnen. Gek genoeg wordt de ‘schuld’ daarvoor bij links gelegd. ‘Links lijkt niet meer te weten, of wil niet weten, wat er onder een groot deel van de bevolking leeft’, schreef Arie Elshout deze week in deze krant. ‘Het heeft (op de SP na) afscheid genomen van zijn vroegere arbeidersachterban.’ En dus, is de suggestie, zijn die arme arbeiders gedwongen de PVV groot te maken.
Het klopt dat de linkse partijen meer academisch opgeleide kiezers trekken, en de rechtse partijen meer praktisch opgeleiden. Het soms op links gebezigde woord ‘domrechts’ is niet handig, net zomin als het handig was dat Hillary Clinton Trump-stemmers in 2016 ‘deplorables’ noemde. Dat snobisme betekent niet dat de zorgen van de onderklasse worden genegeerd. In het programma van GroenLinks-PvdA staat óók dat er iets moet gebeuren aan ongebreidelde immigratie. Er worden miljarden van rijk naar arm geschoven. De lagere middenklasse heeft er baat bij.
Maar ja, er staat óók in dat er moet worden geïnvesteerd in klimaatbeleid, in ontwikkelingssamenwerking, in onderwijs. Daar was slechts een minderheid voor te porren.
Links heeft democratisch verloren. Ze willen dingen die niet genoeg Nederlanders willen. Links was niet rechts genoeg.
Dus nu is de vraag wat rechts gaat doen.
In de Verenigde Staten was er onder Republikeinen aanvankelijk nog verzet tegen Trump. Presidentskandidaat Ted Cruz noemde hem ‘totaal amoreel’, een ‘snotterende lafaard’ en een ‘pathologische leugenaar’. Een andere presidentskandidaat, Marco Rubio, noemde hem een ‘oplichter’ en voorspelde dat de Republikeinse partij ‘tot de wildernis’ veroordeeld zou worden als Trump dat jaar de nominatie zou krijgen. Lindsey Graham noemde hem een ‘racistische, xenofobe, religieuze fanaat’.
Maar na Trumps uitverkiezing ontpopten ze zich alle drie als belangrijke steunpilaren. De Republikeinen zagen Trump als een manier om zijn conservatieve agenda door te voeren, en dachten hem wel te kunnen temmen. ‘Dit komt wel goed’, zei een Republikeinse oud-gediende tegen me op de conventie waarop Trump op het schild werd gehesen. De man was ambassadeur geweest onder George W. Bush. ‘De partij is groter dan Trump.’
Niet dus. Inmiddels is de partij trumpistisch geworden. Dissidenten zijn weggestemd of zelf vertrokken. Trump wordt vervolgd wegens zijn couppoging in 2020, maar is desondanks de grote favoriet voor de verkiezingen volgend jaar.
In het boek How Democracies Die analyseren Steven Levitsky en Daniel Ziblatt waarom sommige historische machtsgrepen slaagden en andere niet. In een democratie is er bijna altijd een moment om antidemocratische tendensen te stoppen: de meerderheid kan zich verzetten als de minderheid ondemocratische dingen doet. Niet alleen de ideologische tegenstanders moeten zich dan distantiëren van de autoritaire types, maar juist ook de politieke medestanders, ook al lijken die op het eerste gezicht best profijt te kunnen hebben van een machthebber die hun agenda uitvoert. ‘Er moet een punt zijn waarop politici zich zorgen gaan maken over de instituties, de rechtsstaat, het land als geheel. Dat ze opstaan en een risico nemen, bereid zijn een prijs te betalen om de democratie te verdedigen.’
Van een machtsgreep is in Nederland natuurlijk totaal geen sprake – maar het gaat om de vraag op welk moment gematigde krachten de groeiende macht van radicalen inperken.
In Trumps geval waren die gematigde krachten de klassieke Republikeinen. In Wilders’ geval zijn dat (delen van) de andere rechtse partijen: BBB, NSC, VVD. Hoe ver gaan zij met hem mee?
Een van de grote verschillen met de VS is dat in Nederland voor een meerderheid een coalitie van partijen nodig is, waardoor voorafgaand aan de regeringsvorming al eisen kunnen worden gesteld aan de betrokken partijen. In de VS is het binaire tweepartijensysteem kwetsbaarder voor een als-je-niet-voor-me-bent-dan-ben-je-tegen-me-dynamiek.
Die partijen kunnen het best op punten eens zijn met de PVV. Maar de vraag is: gaan zij grenzen opwerpen? Gaan zij een harde scheiding opwerpen tussen gewoon rechts en radicaal-rechts? Tussen democratische en ondemocratische plannen?
De brief van Omtzigt aan verkenner Plasterk is een hoopvol begin. Daarin schrijft hij alleen te kunnen samenwerken met een partij die ‘de grondrechten waarborgt, zoals godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, censuurverbod, de grenzen van de democratische rechtsstaat bewaakt en in woord en daad zoekt naar verbinding in de samenleving’. Omtzigt wijst ook op inhoudelijke punten (de Oekraïne-oorlog) en op de mogelijke stemmingmakerij van Wilders en andere PVV’ers (‘hun uitingen’).
Niet alleen moeten de gematigde krachten zich distantiëren van de radicalen aan hun eigen kant van het politieke spectrum, maar ook moeten ze een handreiking doen naar hun opponenten aan de andere kant. ‘We moeten erkennen dat onze politieke rivalen, ook al zijn we het totaal niet met hen eens, ook fatsoenlijke, patriottische, gehoorzame burgers zijn’, schrijven Levitsky en Ziblatt.
Daarmee doorbreek je de polarisatie waar radicaal-rechts op uit is. In de VS bleven ook gematigde Republikeinen meegaan met termen als ‘marxist misfits’ en ‘radical leftists’ voor de Democraten, waardoor de kloof tussen de twee partijen steeds groter werd en het cement tussen hen en Trump steeds harder. Wie het vocabulaire van de extremisten overneemt, met hun vijanddenken en ridiculisering, komt vanzelf ook in hun kamp terecht.
Wie daarentegen juist een hand uitsteekt, houdt de Nederlandse politieke polder nog een beetje bijeen. Omtzigt gaf in zijn brief het goede voorbeeld, door expliciet te stellen dat hij, op het gebied van bestaanszekerheid en een toegankelijke gezondheidszorg, ‘raakvlakken ziet met de SP, ChristenUnie en GroenLinks-PvdA’.
Wilders vond het maar niks. Haagse spelletjes, CDA 2.0. ‘De kiezer heeft gesproken en wil een PVV/VVD/NSC/BBB-kabinet!’, twitterde hij.
Maar slechts een kwart van die kiezers heeft gekozen voor de meest rechtse variant van zo’n kabinet.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden