In Den Haag maakt Pieter Omtzigt een rondje voor de gretige camera’s met een notitieboek in zijn hand waar ‘Daar heb ik geen actieve herinnering aan’ op staat (zo’n opschrijfboekje heb ik ook, het papier is gemaakt van milieuvriendelijk gemalen steengruis en dat voel je). Hij vertelt dat hij druk is met het slaan van piketpaaltjes om de PVV.
Het zijn heel veel paaltjes, zo dicht tegen elkaar aangeslagen dat er geen ruimte is voor een wandelpad. Die ruimte lijkt pas te zullen komen als Wilders zijn partij plankje voor plankje heeft gedemonteerd. Alle rechtstaatsondermijnende en discriminerende opvattingen eruit gesloopt, alle haattaal geschrapt, alle koortsdromen van een ‘onafhankelijk Nederland’ verlaten, alle schelders verjaagd, ledeninspraak geregeld, geldstromen in het volle licht gezet net als connecties met dubieuze buitenlandse vrienden, plechtig ‘ja’ gezegd tegen internationale klimaatafspraken en mensenrechtenverdragen. Hef de PVV op, verander je dna en knip je haar, zegt Omtzigt tegen Wilders. Dan kunnen we praten.
Wilders schiet terug vanuit zijn schuttersputje op X met wrokkige tweets. De enigen die iets aardigs over hem zeggen, zijn de opportunisten die uit de duisternis van de irrelevantie komen aangekropen, hopend op een aai of meer. Hero Brinkman die op radio en tv spreekt over ‘Geert’ zus en ‘Geert’ zo, Thierry Baudet die gul aanbiedt ministers te leveren omdat hij wél ‘denkers’ kent, de chronische politieke zwerver Joost Eerdmans die zich met zijn ene zeteltje plechtig paraat verklaart om een kabinet te steunen.
Zo blijft het dus boeiend om te zien of ze bij de VVD zullen zwichten voor de verlokkingen van een radicaal-rechts kabinet. En of de partij bestand zal zijn tegen het anti-PVV-oproer dat in eigen gelederen héél zachtjes kraait. Het is geen groot oproer, want het deel van die partij dat te zeer aan liberale principes en de vrije samenleving hecht om die zomaar op te geven, is klein. Bij leden valt vooral ergernis op te tekenen, zij snappen niet waarom Yesilgöz niet allang in de weer is met spreadsheets en een motto voor het regeerakkoord. Toch is het mini-oproer relevant, omdat het ook in de hoogste regionen van de partij zachtjes klinkt.
Afschrikwekkend voorbeeld is het CDA, dat na het vorige avontuur met de PVV op gruwelijke wijze aan lager wal raakte. Het moest daar eerst erger worden – verliezen, Sybrand Buma, pleidooien tégen het vluchtelingenverdrag en vóór staand het Wilhelmus in de klas, en toen moest Wopke Hoekstra nog aantreden – voordat het beter werd. Nu hebben ze met Bontenbal eindelijk iemand die heeft begrepen dat overtuigingen uit een diepe bron in jezelf moet komen.
Een overmoedig deel van de VVD denkt dat hun partij niet snel ten onder zal gaan aan principes. Een andere factor die voor de VVD van levensbelang is, blijft evenwel wonderlijk genoeg onderbelicht: het ondernemersklimaat. Het enige klimaatprobleem dat menig VVD’er ’s nachts wakker houdt, zal lijden onder een regering-Wilders. Hij wijdt in zijn programma weliswaar een paar warme zinnen aan ‘het familiebedrijf’, maar verder is het een al AOW naar 65, de deur dicht voor arbeidsmigranten en expats, ongedekte smijterij met publiek geld, zagen aan de poten van de Europese interne markt en handelsverdragen, en de belofte van een pleefiguur slaan op buitenlandse handelsmissies.
Omdat bij de VVD lang gedacht werd dat Wilders nooit zou winnen, is zijn programma niet serieus bekeken. Nu zijn ze ook daar naarstig op zoek naar piketpaaltjes.
Source: Volkskrant