Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn theatervoorstelling Alle dichters hebben gouden helikopters negen dilemma’s voor dichter en theatermaker Joost Oomen (33).
‘Wat een verschrikkelijke vraag! Dan toch Rutte, omdat hij niet systematisch mensen uitsluit en pro-Europa is. Maar hij heeft de afgelopen dertien jaar natuurlijk heel domme dingen gedaan, zoals leidinggeven aan een kabinet dat de kunsten heeft gesloopt, en dan hebben we nog de toeslagenaffaire en het Groningen-dossier.
‘Ik denk dat ik hem makkelijker poëzie kan uitleggen. Daar gaat de voorstelling over: ik wil poëzie uitleggen aan de minister-president, omdat ik ervan overtuigd ben dat je een empathischer mens wordt als je jezelf blootstelt aan poëzie – en aan alle kunst, in zekere zin.
‘Ik appte erover met Lucky Fonz III (singer-songwriter en theatermaker, red.). Hij zei dat Wilders meer talent heeft voor poëzie. Daar was ik het niet mee eens. Wilders prutst natuurlijk veel met woorden als kopvoddentaks en weet ik veel wat, maar dat vind ik retoriek, geen poëzie. Rutte kan dingen – hoe verderfelijk soms ook – op een poëtische manier laten botsen: op de fiets met een appeltje terwijl hij staatszaken gaat doen.’
‘Op het toneel. Totdat ik ook romans begon te schrijven, vond ik papier echt een halfproduct. Een gedicht was pas af als ik het kon voorlezen op een podium.
‘Ik lees ook vrij langzaam, omdat ik een tekst echt hoor in mijn hoofd; mijn leestempo is als een prettige voorleessnelheid.
‘Veel van mijn voorbeelden zijn podiumdichters, zoals Johnny van Doorn en Simon Vinkenoog. Het was leuk dat de weduwen van die twee naar mijn voorstelling kwamen kijken in de Kleine Komedie in Amsterdam – dat zijn schatten.’
‘Een nieuw publiek aanboren. Altijd. Ik heb er veel lol in, en ik vind het echt belangrijk. Poëzie heeft mij veel gebracht in mijn leven. Dat zeg ik ook in de voorstelling: eerst vond ik bijna alles in de wereld toevallig en lukraak neergekwakt, maar door poëzie zijn de dingen gaan leven en is de wereld betekenisvol geworden. Dat gun ik iedereen, dus kom ik dat als ‘Clowntje Literatuur’ aan de mensen uitleggen. In het theater, door workshops te geven op middelbare scholen, op Instagram met @poezieiseendaad, en ik probeer ook poëzie te stoppen in mijn columns voor het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant.’
‘Over een pakje zalm achtergelaten in het koekjesschap.’ Laat op zijn telefoon een foto zien van kaas tussen de frambozen. ‘Deze vind ik ook mooi. Ik heb al een hele collectie.’
Dan: ‘Op Instagram merk ik dat mijn politieke columns vele malen beter scoren dan columns over pakjes zalm. Meer mensen zijn natuurlijk met politiek bezig dan met poëzie.
‘Ik ben me bewust van de verantwoordelijkheid die je hebt als columnist, en ik vind dat schrijven over politiek daarbij hoort. De bedoeling van mijn column was aanvankelijk dat ik op een vrolijke manier problemen in de wereld zou oplossen, en dat doe ik soms nog wel een klein beetje, maar ik maak me ook gewoon ronduit boos.
‘Ik vind het fijn om mijn politiek bewuste kant in die columns te stoppen. Nu is deze voorstelling voor het eerst een soort kruisbestuiving, maar in mijn poëzie wil ik het pertinent niet over politiek hebben.
‘Ik hou niet van gedichten waaraan je voelt dat ze door iemand verzonnen zijn. Ik drum, en ben ooit begonnen als jazzdrummer. Als je een solo speelt in jazzmuziek kún je gewoon niet van tevoren bedenken wat je gaat doen. Je moet jezelf uitschakelen en de muziek het werk laten doen. Op die manier probeer ik ook poëzie te schrijven. Het is verschrikkelijk om jezelf te citeren, maar goed, om duidelijker te maken wat ik bedoel, herhaal ik toch even wat ik hier in de voorstelling over zeg: dichters kunnen wel poëzie opschrijven, maar ze kunnen het niet maken. Ze kunnen er hoogstens naar gaan zoeken, het vinden en vervolgens onthullen.’
‘Dit is mijn eerste theatershow in het theater. Hiervoor heb ik veel op festivals als de Parade en Oerol gestaan. Vooral op de Parade heb je gelukkig ook wat rumoer in de zaal, met soms een malloot die coke zit te snuiven.
‘Ik vind rumoer héél fijn. Nu begin ik er een beetje aan te wennen, maar toen ik net aan het try-outen was vond ik het volstrekt absurd hoe netjes stil het publiek zat te zijn. Iets van respons is prettig, omdat het stuk dan gaat leven.
‘Het is een gekke eyeopener hoor, in het theater spelen. Ik ben vooral poëziepodia gewend. Daar doet de microfoon het vaak niet, of degene die het allemaal moest regelen is kwijt, of er is weer een dichter te bezopen om voor te dragen. Dat is anders in het theater, waar meestal niks kapot is. Het is allemáál anders, en als ik eerlijk ben ook wel een beetje saaier.’
‘Er komt veel regen voor in de voorstelling, omdat je regen makkelijk met dingen kunt laten botsen, en dan worden ze poëtisch. Een bus Nesquik en de regen, zo’n gele bus cacao met dat blije konijn op de voorkant, druppels die in dat droge poederspul vallen: je ziet het gebeuren en je snapt direct de poëtische zeggingskracht ervan, ook zonder dat je kunt uitleggen wat het nou precies symboliseert, of het over verval gaat of niet.
‘Toch kies ik voor de zon. Als poëtisch machientje is regen handig, maar erdoorheen fietsen vind ik afgrijselijk.’
‘Stadsdichter van Groningen ben ik al geweest, dus Dichter des Vaderlands. Dat is toch ook een fantastisch vehikel om een nieuw publiek aan te spreken? Nee, ja, natúúrlijk zou ik het leuk vinden om Dichter des Vaderlands te worden, maar we hebben nu net een nieuwe en Babs Gons is een hele goeie.’
‘Wordt het toch nog moeilijk! O, dit is een onmogelijk dilemma, omdat ze beiden op zo’n verschillende manier mijn dichterschap hebben beïnvloed.
‘Lucebert heeft mij het ritme op papier geleerd, en het taalspel; hoe je die vreemde afspraak die taal is zo kunt buigen dat poëzie een zekere muzikaliteit krijgt en dat gevoel kan uitdrukken van ‘deze tekst was er altijd al’, van ‘dit is niet door iemand gemaakt’. Dat is echt iets wat Lucebert als geen ander in de letteren kon.
‘Campert heeft mij de lichtheid geleerd, de vrolijkheid die ik zo belangrijk vind, en hij heeft me hard leren werken. Hij was ontzettend productief, is in periodes van zijn leven een broodschrijver geweest, boorde met die houding veel nieuw publiek aan, heeft veel opgetreden, ging het theater in. Dat heeft Lucebert allemaal niet gedaan, die trok zich vrolijk terug in Bergen, heeft ook een hele tijd niet geschreven en alleen geschilderd.
‘Toch kies ik voor Lucebert, omdat hij Campert weer heeft beïnvloed. En omdat Lucebert de belichaming van jazz is in de Nederlandse literatuur, en hij daarmee die hele Vijftigers-beweging in gang heeft gezet. Hij is de keizer der Vijftigers.’
‘Het worden waarschijnlijk zware tijden voor de kunst. Ik bedoel, het staat letterlijk in het PVV-verkiezingsprogramma: stoppen met kunst- en cultuursubsidies. Hoewel het misschien zo’n vaart niet zal lopen, zal de PVV er wel werk van willen maken. Het is ook makkelijk wisselgeld voor andere partijen op de rechterkant: als je je nou iets matigt op dat vlak, dan vinden wij het best als je de kunsten sloopt, want die vinden wij ook niet zo belangrijk.
‘Er zijn een heleboel problemen in het land, en ik snap best dat mensen een proteststem wilden uitbrengen. Maar een proteststem op de PVV bestaat uit ‘het is allemaal de schuld van anderen en die anderen gaan we niet empathisch benaderen, die vinden we stom, dus we gaan ons niet inleven in die andere mensen’. Dat staat haaks op een kunstbeleving waarvoor je jezelf wel moet inleven, in andere mensen, in alle dingen, want anders kun je het amper voelen.
‘Poëzie biedt niet een directe ervaring zoals muziek of beeldende kunst, want je bereikt die beleving pas via de constructie van taal. Als je je daarin oefent, word je volgens mij een empathischer mens.
‘Ik ben zelf gelukkiger geworden van poëzie, en ik wil graag dat zo veel mogelijk andere mensen ook gelukkig worden. Volgens mij is dat ook waar politiek over gaat: dat zoveel mogelijk mensen gelukkig worden. Dit is mijn bijdrage daaraan.
‘Voor de duidelijkheid: ik vind dat er ook kunstenaars moeten zijn die alleen maar experimenteel werk maken. Ik vind helemaal niet dat het een verantwoordelijkheid is van de kunsten om altijd maar zoveel mogelijk mensen gelukkig te maken. De kunst heeft geen verantwoordelijkheid, de politiek wel.’
18 november 1990 Geboren in De Bilt
2008 Nederlands, Rijksuniversiteit Groningen
2016 De zon als hij valt
2020 Roman Het Perenlied
2021 Literair talent van het jaar in de Volkskrant, eindigt als derde in tv-programma De slimste mens, begint Instagram-pagina @poezieiseendaad, samen met Stefanie Liebreks en Yentl van Stokkum
2022 Reisverslag Visjes, met Mirka Farabegoli en José Witteveen
2023 Column Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant, dichtbundel Lievegedicht, voorstelling Lorca samen met de Poezieboys op Oerol en de Parade, theatervoorstelling Alle dichters hebben gouden helikopters (tournee t/m 21/3)
Joost Oomen woont in Amsterdam.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden