Tijdens de gevechtspauze bereidden Gazanen zich de afgelopen dagen voor op de volgende fase. Velen reisden naar hun verwoeste huizen, op zoek naar bruikbare spullen. Maar het gebied verkeert in chaos. ‘Mensen doen alles om eten voor hun familie te verzamelen.’
Op de eerste dag van de gevechtspauze ging Darin Zeyad (47) meteen naar het noorden van de Gazastrook. Voor de oorlog woonde ze daar met haar man en vier kinderen, niet ver van de grens met Israël, in Beit Lahia. Ze wilde zien hoe het huis eraan toe was. ‘De muren staan er nog, het dak ook, maar alle ramen zijn eruit geslagen, het glas is gebroken. Het was er koud. De meubels zijn natgeregend, ook de deken die ik wilde meenemen was nat’, vertelt ze aan de telefoon vanuit Gaza-Stad.
Want dat was het tweede doel van haar reis, en het doel van vele anderen die probeerden hun huis te bereiken: spullen ophalen om zich voor te bereiden op de volgende fase van de oorlog. Zeyad nam vooral winterkleding mee, de nachten beginnen koud te worden in de onverwarmde vochtige huizen.
Wat ze verder zag in haar oude buurt? Puin, verwoeste straten, nog eens puin. En Israëlische soldaten? ‘Nee, mensen vertellen elkaar in welke straten de tanks en de soldaten staan. Die hebben we vermeden.’ Haar schoonzus kon om die reden niet naar haar huis. Het was er vergeven van de soldaten.
Amjed Tantesh, een beroemdheid in Gaza omdat hij na de vorige oorlog besloot getraumatiseerde kinderen zwemles te geven, was de afgelopen dagen moeilijk te bereiken. Na het weekeinde excuseert hij zich. ‘Ik ben twee hele dagen op zoek geweest naar gasflessen om te koken’, appt hij. ‘Gisteravond is het uiteindelijk gelukt.’
Kookgas bezorgde de Gazanen de afgelopen dagen misschien wel de meeste kopzorgen, nu er tijdens de gevechtspauze geen vrees was voor bombardementen en ze ’s nachts zelfs konden slapen. Zonder gasfles geen rijst, geen brood en geen thee. Het gas dat via de grens met Egypte binnenkomt, na het fiat door Israël, wordt zoals gewoonlijk verkocht door benzinestations. En daar stonden eindeloze rijen. Of het was onvindbaar, zoals voor Zeyad. Maar zij heeft hout, vertelt ze. Ze koken op het dak, totdat straks de oorlog wordt hervat. Dan durft ze dat niet meer.
Door de deal tussen Hamas en Israël kwamen er de laatste dagen ook vrachtwagens met voedsel naar het noorden. Maar daar bleek lang niet iedereen profijt van te hebben. Er is feitelijk geen openbaar gezag meer in dat gebied, dus wie verdeelt die voorraden op eerlijke wijze onder een bevolking die is uitgeput?
Zeyad: ‘Er is veel agressie. Veel mensen hebben honger en doen alles om eten voor hun familie te verzamelen. Ze geven om niets of niemand. Mijn zoon ging naar een verdeelpunt van de UNRWA (hulporganisatie van de VN, red.), maar er werd gevochten. De politie schoot in de lucht om mensen te verdrijven. Zelfs als het transport onderweg is, klimmen jongens al op de trucks en stelen ze spullen om op de zwarte markt te verkopen.’
Ze is er verdrietig van, dat sommige mensen het lijden nog groter maken dan het al is. ‘En dat mensen zich verrijken, meer dan je je kunt voorstellen. Wij hebben 25 kilo meel gekocht voor 180 sjekel (45 euro, red.). Van iemand die het had gestolen.’
Grote delen van Noord-Gaza staan onder controle van het Israëlische leger, maar dat houdt zich niet bezig met de publieke orde. Hamas-strijders bekommeren zich daar evenmin om. Wel zijn er nog Palestijnse politieagenten op de been – in dienst van Hamas – maar de politiebureaus liggen door de bombardementen in puin. Af en toe pakken ze een dief op, geven die slaag en een preek, en dat is het. Het gebied verkeert in totale chaos.
Ook uit het zuiden komen berichten over wanorde bij de verdeling van de hulpgoederen. ‘Het voelt niet eerlijk’, zegt cameraman Ahmad Abu Ajwa (23) vanuit Khan Younis. ‘Maar de politie heeft totaal geen controle over de mensen.’ Cameraman Wisam al-Ashi (39), die met zo’n 65 familieleden – ooms, tantes, neefjes, nichten – in een zelfgebouwde tent op het ziekenhuisterrein in Deir al-Balah verblijft, kon de afgelopen dagen geen voedsel vinden.
Er is niets op de markt, vertelt hij, ‘behalve schoonmaakmiddel en andere onbelangrijke dingen.’ Want alle hulpgoederen gaan naar de vluchtelingen die geregistreerd zijn bij de UNRWA en op scholen van de organisatie onderdak hebben gevonden.
Het lukte hem wel om terug te keren naar het midden van de Gazastrook, naar het huis van zijn oom. De eerste oorlogsdagen had hij daar met zijn familie uit het noorden onderdak gevonden, totdat ze zich ook daar niet veilig meer voelden. Dat bleek terecht. Hij trof het huis in puin aan, zonder dak en ramen, alleen enkele muren stonden nog overeind. ‘We hebben alles eruit gehaald wat nog bruikbaar is; kleding, keukenspullen.’
Terug in Deir al-Balah geeft de cameraman een ‘tour’ door hun onderkomen, via WhatsApp-video. Op een paar oude matrassen zitten zijn moeder en andere familieleden, in de hoek liggen dekens waarmee ze zich ’s nachts warm houden. Buiten ligt een stapel half verbrand hout; op dit vuur maken ze brood en bonen. Er hangt een waslijn en de kinderen sjouwen met jerrycans water. Nooit had hij zich voorgesteld dat hij zo zou kunnen en moeten leven.
Wat hij het ergst vindt: ‘Mijn kinderen hebben dag na dag ambulances met gewonde mensen gezien en gehoord. Ik ben bang dat ze dit nog heel lang met zich meedragen. Ze hebben al zoveel doden gezien.’ En ze gaan er nog veel meer zien, dat kan bijna niet anders. Hamas geeft zich niet over, Israël geeft niet op. Na deze korte adempauze zal de oorlog doorgaan.
Source: Volkskrant