De rechter beslist vrijdag of een politieagent die tijdens de boerenprotesten in juli 2022 op de 16-jarige boerenzoon Jouke schoot, wordt veroordeeld. De politieman, die vanwege ‘forse bedreigingen’ in de rechtszaal via een videoverbinding en met vervormde stem zijn verhaal deed, miste Jouke op een haar na: de kogel doorboorde de cabine van zijn trekker.
Volgens universitair docent bestuurskunde Jaap Timmer (64), die al dertig jaar schietincidenten bij de politie bestudeert, is het strafrecht echter ongeschikt om geweldgebruik van de politie te beoordelen. De politie leert nu ‘weinig tot niets’ van haar eigen fouten, zegt hij. Timmer pleit daarom voor een rigoureuze verandering: net als artsen zouden agenten na fouten niet primair door het strafrecht moeten worden beoordeeld, maar door een onafhankelijk tuchtcollege.
‘Het strafrecht’, zegt Timmer, ‘is bedoeld voor burgers die elkaar iets aandoen. Niet om professionals te beoordelen op de juistheid van hun handelen. Agenten die op iemand schieten, hebben – net als artsen – doorgaans niet de opzet om iemand te doden. Terwijl die ‘opzet’ een belangrijke factor is in het strafrecht. Daardoor leiden de meeste zaken van politiegeweld niet tot vervolging. En als er wel wordt vervolgd, leidt het in tweederde van de gevallen tot vrijspraak. Dus het pást gewoon niet.’
In de zaak rond Jouke zal volgens Timmer daarom waarschijnlijk hetzelfde gebeuren als in vrijwel alle soortgelijke zaken die hij bestudeerde: beide partijen raken teleurgesteld. ‘Voor slachtoffers en nabestaanden is de uitkomst eigenlijk altijd onbevredigend’, zegt hij. ‘De laatste keer dat een politieman een substantiële celstraf kreeg na een schietincident was in 1996. Ook bij agenten leiden zaken tot frustratie: een proces duurt vaak jaren.’
‘Ik geef een voorbeeld. Jaren geleden schoot een politievrouw in Didam een 15-jarige jongen neer. Ze was afgekomen op een nachtelijke inbraak in een winkelpand en zag hem wegrennen. Hij was niet gewapend, niet bedreigend en ze wist niet of hij de verdachte was. Dus ze had nooit mogen schieten. Maar de rechter vond het onvoldoende om haar te straffen. Daarna concludeerde de korpschef: zie je wel, we hebben het dus goed gedaan. Ik hoor het haar nóg zeggen. Terwijl dat volgens mij niet de conclusie had moeten zijn.
‘Het leereffect van rechtszaken tegen agenten is nul, enkele uitzonderingen daargelaten. In de politiecultuur wordt doorgaans gedacht: die lui achter die groene tafels – de rechters dus – begrijpen het toch niet.’
‘Door de totale situatie te bekijken. Het strafrecht gaat over die éne handeling van een agent, over die paar seconden vlak voor het geweld, maar niet over de gehele operatie. De rechter geeft nu een signaal over de rug van individuele agenten. Een dodelijke schietpartij is soms echter niet te wijten aan individuele agenten die de trekker overhalen, maar wel aan de aansturing of aan de manier waarop ze zijn opgeleid, getraind, voorbereid en geleid.
‘In een tuchtzaak kun je onderzoeken: hoe is er gereageerd en gecommuniceerd? Hoe werd er leidinggegeven? Het handelen van agenten kan worden beoordeeld op basis van protocollen en lesstof die hun zijn aangeleerd. Als er een goed werkend tuchtrecht zou zijn, pleit ik er ook voor om uitspraken geanonimiseerd te publiceren. Dan krijg je ‘moresprundentie’. Met als boodschap: ‘Zo hebben wij het jullie geleerd, zo willen wij dat jullie het doen.’
‘Dat klopt, maar in heel veel gevallen kómt er dus niet eens een strafzaak. Ik denk dat ik eens per twee à drie jaar een zaak voorbij zie komen waarvan ik denk: nou, nou, dat dat is geseponeerd door het Openbaar Ministerie. Waarvan ik niet snap dat daar geen haan naar heeft gekraaid.’
‘Daar laat ik me niet over uit, dat voelt als wijsneuzen. Je ziet dat justitie – begrijpelijkerwijs – veel compassie heeft met agenten. Situaties waarin wordt geschoten, zijn niet altijd makkelijk: het is een chaos, alles gaat razendsnel, niemand wil collega’s verliezen. Ga er maar aan staan als agent. Daar komt nog bij dat agenten daar in het algemeen onvoldoende voor zijn getraind. De vaardigheden van agenten in geweldsbeheersing dalen al jaren. De politie moet hier jaarlijks 32 uur training in aanbieden, maar de gemiddelde agent haalt hier nog niet eens 16 trainingsuren per jaar. Het lukt agenten steeds minder goed om problemen op straat ‘met hun handen’ op te lossen.’
‘Nee. De regels en de manier waarop incidenten worden beoordeeld, staan nergens. Interne onderzoeken zijn daar ook niet open over. En het is de korpschef die rechtspreekt. Dat kun je niet onafhankelijk noemen. Ik vermoed dat klachtencommissies duizenden meldingen per jaar behandelen, zonder dat de buitenwereld daar iets van meekrijgt. Het tuchtrecht moet openbaar zijn, en toegankelijk voor burgers.’
‘Ik ken verschillende politieagenten die iemand hebben neer- of doodgeschoten. Dat raakt ook agenten hard – de meesten houden daar iets aan over, soms PTSS. Politiemensen hebben ook partners en kinderen, of buren die het niet begrijpen. Ik ken een agent die van zijn kinderen te horen kreeg: papa, ben jij een moordenaar? Door het politieoptreden in zijn geheel te bekijken, kan er meer begrip ontstaan voor het handelen van agenten.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden