De verkiezingsuitslag is voor historicus Jan Bank, die komende week de Kees Fens-lezing houdt, een bewijs van de ‘geheel veranderde verhoudingen in Nederland’ en een voorlopig hoogtepunt van de individualisering. ‘Er zijn buiten de politiek nauwelijks nog leiders naar wie we luisteren.’
Een kleine historische twinkeling voelde Jan Bank (1940) vorige week woensdag wel toen hij de uitslagen van de Tweede Kamerverkiezing zag binnenkomen, want deze uitslag was anders dan alle andere. Bank was tot 2005 hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden en daarnaast is hij auteur van enkele historische standaardwerken, waaronder boeken over cultuur in Nederland rond 1900 en over godsdienst in Europa in de Tweede Wereldoorlog.
‘De verkiezingsuitslag is in ieder geval een bewijs van geheel veranderde verhoudingen in Nederland. Ik ben zelf erg op godsdienstgeschiedenis gericht en als je de uitslag vanuit dat perspectief bekijkt, kun je dit als een bewijs zien van de nu echt voltooide secularisatie. Tijdens de verzuiling waren er allerlei leidinggevende instellingen, zoals de kerkelijke synoden of het college van bisschoppen, die hun verzuilde achterban door zijn volgzaamheid konden overtuigen; ze konden gelovigen instructies geven hoe te stemmen. Dat is natuurlijk allemaal in de jaren zestig en zeventig al veranderd, maar ik ben geneigd te denken dat die tijd nu echt volstrekt voorbij is. De individualisering die toen is ingezet, is tot een voorlopig hoogtepunt gekomen.’
‘In de tijd van de grote crisis in de jaren dertig, of zelfs tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, betekende deze structuur met duidelijke leiders buiten de politiek dat het stemgedrag in ieder geval redelijk voorspelbaar was. Dat gaf een zekere politieke stabiliteit. Omdat de verhoudingen weinig veranderden, konden gekozen leiders namelijk ook echt leveren. Ze konden pensioenwetten invoeren, de verzorgingsstaat optuigen. Nu de verzuiling is opgehouden en de secularisatie een feit is, is dat veel ingewikkelder geworden.
‘Vanwege de individualisering wordt veel meer gestemd op basis van impulsen die de hele tijd veranderen. Het verloop van de verkiezingen is daardoor veel grilliger geworden. De nadruk ligt veel minder op collectieve belangen en veel meer op het humeur van de kiezers. Je ziet dat ook aan de verslagen die je nu in de krant leest. Als journalisten kiezers vragen waarom ze hebben gestemd wat ze stemden, zie je de antwoorden alle kanten uit gaan.’
‘Ja, zeker in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel je je kunt afvragen of de termen rechts en links nog wel van toepassing zijn als je ziet dat de traditioneel linkse partijen vooral stemmen halen in universiteitssteden, terwijl de rechtse partijen vooral veel arbeidersstemmen krijgen. Wat dat betreft is de wereld wel totaal op z’n kop gezet. Als je ziet dat GroenLinks-PvdA verloor in Pekela en juist aan enige populariteit won in Bloemendaal, lijkt het onderscheid niet meer in de klassieke links-rechtsthema’s te zitten, maar meer in zij die succes hebben in de maatschappij tegenover zij die dat niet hebben. Scholing lijkt in ieder geval een factor van verschil, net als maatschappelijk welslagen. De havenots die vroeger bij een ideologische partij als de PvdA zaten, neigen nu meer naar een protestpartij.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is columnist en sinds 2016 boekenrecensent voor de Volkskrant. Hij was eerder onder meer correspondent in Italië.
‘Ook daar zie je de rol van de secularisatie overigens terug. Vroeger waren mensen net zo vatbaar voor dit soort ideologieën, maar het verschil is dat het op zondag vanaf het preekgestoelte door geestelijk leiders niet langer verboden wordt op ze te stemmen. Als deze verkiezingen bijvoorbeeld in de 20ste eeuw zouden zijn geweest, dan had de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk ongetwijfeld een uitspraak over Wilders gedaan, net als de Europese katholieke bisschoppen, waarna de Nederlandse gelovigen dat allemaal op zondag zouden hebben aangehoord en daar ook in groten getale gevolg aan hadden gegeven. Nu zijn er buiten de politiek nauwelijks nog leiders naar wie we luisteren. Er zijn er een paar in de media, maar ook dat is erg versnipperd.’
Een van de meer recente boeken van Bank, God in oorlog, gaat over de (beperkte) rol die de christelijke kerken speelden in de periode 1939-1945 aangaande de Jodenvervolging. Niet vaak kreeg dagblad Trouw zo veel boze brieven van lezers opgestuurd als na een interview met Bank hierover in 2015.
‘Nou, het fascisme was een zeer specifieke beweging die voortkwam uit de Eerste Wereldoorlog en de daaropvolgende crisis. Het was vooral heel erg uniformerend. Letterlijk. Dat zie je nu totaal niet. Radicaal-rechts loopt niet meer door de straten en toont ook geen massale eenheid of gelijkheid. Wat dat betreft is individualisering juist een geneesmiddel gebleken tegen de uniformering die het fascisme en het nationaal-socialisme hebben bewerkstelligd. Nu draagt iedereen zijn eigen uniform.’
Over fascisme gesproken: recentelijk werd de originele NSDAP-lidmaatschapskaart van prins Bernhard gevonden. Historicus Gerard Aalders schreef daar al in 1996 over in zijn boek De affaire Sanders. Later zei hij te zijn tegengewerkt door onder meer het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Riod). ‘De boodschappers werden zwartgemaakt’, schreef hij. ‘De schurk, Bernhard, bleef buiten schot.’
‘Het bestuur van het Riod viel toen nog rechtstreeks onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We hadden de instructie dat we bij iedere publicatie over het Koninklijk Huis de minister moesten inlichten. Dus dat hebben we uiteraard gedaan. Er is verder nooit druk geweest vanuit het ministerie om Bernhard uit de wind te houden. Echt niet. Wij als bestuur hadden wel wat inhoudelijke bezwaren over een aantal andere onderwerpen in het boek van Aalders, maar dat was meer een kritische discussie die geheel vanuit onszelf kwam. Bovendien is het boek daarna gewoon gepubliceerd.’
‘Dat kan natuurlijk, maar dan moet er wel meer op die bordjes komen te staan dan enkel ‘hij was lid van de NSDAP’. Je zult ook moeten uitleggen waarom dat voor de Duitse adel in de jaren dertig helemaal niet zo opmerkelijk was, dat hij na de oorlog toch werd gezien als verzetsheld in plaats van collaborateur, waarom dat was. Dat wordt een vrij ingewikkelde tekst.’
Woensdag 6 december houdt Jan Bank, emeritus hoogleraar vaderlandse geschiedenis in Leiden, de jaarlijkse Kees Fens-lezing in de Rode Hoed in Amsterdam. De lezing ter nagedachtenis aan de legendarische literair criticus en columnist van de Volkskrant gaat dit jaar over ‘politieke kathedralen’. Daarmee doelt Bank op de historische ontwikkeling waarin monumentale kerkgebouwen vanaf de 16de eeuw steeds vaker een politieke betekenis krijgen toebedeeld. In de lezing maakt Bank onder meer een uitstap naar de oorlog in Oekraïne, waarbij de Oekraïens-orthodoxe kerk zich in aanloop naar de Russische invasie losmaakte van het patriarchaat van Moskou en in Istanbul toestemming vroeg zich aan te sluiten bij het patriarchaat van Constantinopel. Het was een actie die veel kwaad bloed zette in Rusland.
Source: Volkskrant